Stop klassieke muziek niet in een getto

Als redacteur Merlijn Kerkhof (27) Beethovens Eroica hoort, knetteren er vonkjes tussen zijn oren. En Bach? Zijn drug. Het verval is echter nabij. Daarom laat hij ons vanaf nu iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is.

Het openingsconcert van het 125-jarig jubileum van het Concertgebouw. Foto JERRY LAMPEN/ ANP

De nieuwste film van Woody Allen is nog geen vijf minuten bezig en ik heb al drie klassieke stukken gehoord. Magic in the Moonlight begint met muziek uit de Sacre du printemps van Stravinsky, het ruige ballet dat in 1913 zo veel opschudding veroorzaakte dat een deel van het publiek in opstand kwam. Dan klinkt de Boléro van Ravel, daarna een stukje uit de Negende symfonie van Beethoven. Ook in de voorfilmpjes hoorde ik klassiek. Vivaldi, en het onheilspellende begin van Mozarts 40ste symfonie, inmiddels ook een klassieker als Nokia-ringtone.

We hebben het vaak niet in de gaten, maar klassieke muziek is altijd om ons heen. Of we nu het Sprookjesbos in de Efteling bezoeken of een pizzareclame zien.

En toch staat klassieke muziek onder druk. Het publiek dat erop afkomt, vergrijst. Toen ik nog voor Radio 4 werkte (2009-2013), zag ik de gemiddelde leeftijd van de luisteraars stijgen van 65 naar 67. Orkesten doen er alles aan om jong publiek te trekken – door buiten hun eigen concertzaal te spelen, door kortere concerten te programmeren en verbindingen met andere genres aan te gaan – maar slagen daar nauwelijks in. Laat je je orkest in een popzaal spelen met een rapper, dan komen er nog niet meteen mensen naar een symfonie van Gustav Mahler.

Hoe komt dat toch? Er zijn talloze verklaringen. Klassiek heeft al jaren het imago dat het iets is voor opa’s en oma’s. Dat was ook zo voor de generatie van mijn ouders (geboren in 1953 en 1960), die zich af wilde zetten. Maar juist in de popmuziek van de babyboomers resoneerden klassieke invloeden. Bands als The Nice, Emerson Lake and Palmer, Jethro Tull en in Nederland Ekseption en Focus mengden rock met klassiek. Het was niets raars: klassieke muziek maakte destijds meer deel uit van het dagelijks leven.

Vivaldi wordt gettofabulous

Maar nu zijn we hard bezig de klassieke muziek in een getto te stoppen. Vooruit, af en toe is er een minuut in DWDD aan klassieke muziek gewijd, maar om er echt mee in aanraking te komen, moet je tegenwoordig behoorlijk je best doen.

Ik schrok ervan hoe weinig aandacht de NOS schonk aan het overlijden van dirigent en oud-blokfluitist Frans Brüggen, een van de grootste musici ooit – niet alleen van Nederland maar van de hele wereld. Alsof de kijkers er maar niet mee moesten worden vermoeid. En toen vorige week Bernard Haitink – een internationale grootheid – zijn zestigjarig jubileum als dirigent vierde, werd het concert met het Radio Filharmonisch Orkest wel op tv uitgezonden, maar pas om middernacht. Wie kijkt er dan naar?

Klassiek op prime time is zeldzaam. Het populaire Prinsengrachtconcert is een uitzondering, maar daar klinken alleen kleine brokjes muziek – het programma draait om de sfeer, met de vlaggenzwaaiende mensen in de bootjes op de gracht. De kans dat je op tv klassiek in traditionele setting (een concertzaal) ziet, is dus klein. De reden dat het alleen wordt uitgezonden op onmogelijke tijdstippen is dat andere programma’s meer kijkers trekken. Maar door het zo laat te programmeren, wordt ook geen nieuw publiek aangeboord. Het is een vicieuze cirkel.

Op Radio 4, de zender voor klassieke muziek, gaat het niet beter. De AVRO had wel een jongerenprogramma, Virus, maar ook dat werd ’s nachts uitgezonden. Het is al heel wat als jongeren op Radio 4 afstemmen, laat staan midden in de nacht. Zou het op 3FM zijn geweest, dan had het veel meer jongeren bereikt. Inmiddels is het wegbezuinigd door de zenderredactie. Radio 4 heeft geen programma meer dat zich richt op een jongere doelgroep.

Muziek uit het onderwijs

Dat de nieuwe aanwas van muziekliefhebbers zo schaars is, heeft ook een heel triviale reden: de desinteresse voor (of: uitholling van) ons muziekonderwijs. Veel middelbare scholen besteden er nauwelijks aandacht aan. Voor muziekscholen is steeds minder subsidie – in 2010 telde Nederland nog 200 muziekscholen en kunstencentra waar muziekonderwijs werd gegeven, nu zijn het er volgens brancheorganisatie Kunstconnectie nog maar 135. Wie opgroeit met klassieke muziek is sneller geneigd om er zelf – ja, soms later pas – iets mee te doen en ervan te genieten.

Waarom maak ik me er zorgen om, denk ik weleens. Dat ik ervan houd, betekent niet dat iemand anders het hoeft te doen. Ieder zijn smaak. Maar klassieke muziek heeft wél verdediging nodig. Omdat het inderdaad veel geld kost om goede orkesten op niveau te houden. Nederland heeft uitstekende zalen, orkesten en ensembles, het is een van de landen (samen met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk) met het beste muziekaanbod. Maar als er geen nieuw publiek op afkomt, raken we die toppositie kwijt.

Bij veel medeliefhebbers zie ik dezelfde drive om de liefde voor Bach, Brahms en al die andere grootheden over te brengen. Ook een aantal BN’ers – Tijl Beckand, Arie Boomsma, Thierry Baudet, Sywert van Lienden – heeft zich als ambassadeur opgeworpen. Wij willen allemaal dat dit blijft bestaan. Ik wil dat, als ik kinderen heb, ook zíj die sensatie kunnen ervaren die ik zo vaak in concertzalen heb gehad.

Ik heb wel eens een vriendin horen klagen dat er zo weinig gebeurt tijdens een klassiek concert – visueel is het inderdaad niet spannend (tenzij je geïnteresseerd bent in de namen op het balkon van het Concertgebouw), je wordt niet geacht zelf geluid te maken of te bewegen. Maar tussen mijn oren knetteren allerlei vonkjes heen en weer als ik Beethovens Eroica hoor. Het lijnenspel in de muziek van Bach vind ik het mooiste dat er is. Bach is mijn drug.

Ondanks de gettoïsering zijn er ook redenen om positief te zijn. Jongeren kunnen nog steeds goedkoop naar concerten, met een CJP-pas of via jongerenverenigingen. Zo kunnen mensen tot en met 30 jaar via Entree, de vereniging van het Concertgebouw en Concertgebouworkest, voor 10 euro naar een concert. Een habbekrats. Via Spotify en YouTube is een groot deel van het repertoire eenvoudig en snel te bereiken voor bijna iedereen.

Iedere dinsdag Klassiek met Kerkhof

Maar je moet die muziek wel willen ontdekken. Daar wil ik bij helpen. De redactie heeft mij uitgenodigd om een serie te maken: de komende dinsdagen staat in nrc.next steeds een stukje over klassieke muziek. Steeds zal ik een werk of stijlperiode bespreken en vertellen wat er zo bijzonder aan is. Via Spotify kun je de stukken beluisteren. En er komen tipjes: waar kun je deze week naartoe?

Ik hoop dat te doen zonder moeilijkdoenerij. Want klassieke muziek is niet iets heiligs. Het is gewoon muziek waarvan we het waard vonden om haar over te dragen – generatie op generatie.

Dat wil ik ook doen – met liefde. Want de mooiste muziek hoort niet te worden weggestopt in een getto.