Snijden in een lichaam, op hoop van zegen

Tv-serie van Steven Soderbergh toont de harde medische wereld van rond 1900.

Chirurg John Thackery (Clive Owen) prikt graag zijn patiënten en dient zichzelf, in zijn vrije tijd, ook graag een shotje opium toe.

‘Mensen werden aanvankelijk rijk door de grondstoffen, die God in en op de aarde heeft geplaatst. Goud, koper, hout en ijzererts, maar dit...Ik weet heel zeker dat het grote geld voortaan verdiend zal worden met het ongrijpbare in de wereld om ons heen.”

In The Knick , de tv-serie van regisseur Steven Soderbergh (Traffic, Ocean’s Eleven) doet miljonair August Robertson deze rake voorspelling tijdens een luxe etentje met Herman Barrow, de gelikte manager van het Knickerbocker Hospital. Robertson wordt gefêteerd door Barrow in de hoop dat hij geld aan het New Yorkse ziekenhuis wil schenken voor een röntgenapparaat. De scheepsmagnaat stemt in, na enige twijfel, omdat hij met zijn zakeninstinct wel inziet waar de toekomst ligt: in elektriciteit en röntgenstalen. Bovendien wordt zijn nieuwsgierigheid geprikkeld: voor het eerst bestaat de mogelijkheid om in het menselijk lichaam te kijken, zonder in het vlees te snijden.

Het is een belangrijke scène in het zorgvuldig gestileerde The Knick, waar de innemende Clive Owen (Closer, Children of Men) de rol van de aan drugs verslaafde chirurg John W. Thackery vertolkt.

Voor deze 10-delige serie – waarmee de bazen van kabelzender Cinemax vorige maand hoog hebben ingezet door voor de première al een tweede seizoen aan te kondigen – heeft Soderbergh tot in details het New York uit het begin van de vorige eeuw herschapen. Het verhaal draait om het buurtziekenhuis The Knick waar Thackery, met enkele collega-chirurgen en het verplegend personeel, de grenzen van de medische wetenschap probeert te verleggen. Soms lukt dat, maar meestal niet.

In de eerste aflevering is het meteen raak: hoofdchirurg Christiansen probeert met Thackery een hoogzwangere vrouw te opereren die door een afgeknelde placenta in levensgevaar verkeert. De poging mislukt en moeder en kind sterven. Christiansen, geestelijk gebroken door het zoveelste falen, schiet zichzelf door het hoofd.

Na deze eerste, bloederige scène, zakt het tempo van de serie. De eerste afleveringen gaan vooral in op de opiumverslaving van Thackery en verschillende personages worden geïntroduceerd, onder wie het progressieve afdelingshoofd Cornelia Robertson (dochter van de scheepsmagnaat) en Algernon Edwards, een Afro-Amerikaanse chirurg die, door het stuitende racisme in die tijd, een verblijfruimte in de kelder van het ziekenhuis krijgt toegewezen.

Pas na een aantal afleveringen zorgt het trage tempo voor extra verdieping: langzamerhand wordt duidelijk welke politieke en financiële belangen van invloed zijn op de ontwikkelingen binnen de geneeskunde. Zo wordt er geld verdiend met het verhandelen van lijken en blijken de artsen, in een tijd zonder antibiotica, meer bezig te zijn met experimenteren dan met genezen. Nare ingrepen worden gedaan, simpelweg om te kijken of het lukt. Zo komt een ex-geliefde van Thackery langs die door een syfilisinfectie haar neus heeft verloren. John besluit een deel van de huid van haar arm te verbinden aan haar neusschot. Daarvoor moet zij wekenlang, met haar opengesneden arm omhoog zitten. Het levert bizarre beelden op.

Zo zijn er wel meer scènes. Kortom, geen serie voor kijkers met een zwakke maag maar wel prikkelend voor de liefhebber van medische geschiedenis.