Rutte II heeft weer hoogste woord

Vorig jaar was het een feest voor de oppositie, nu heeft het kabinet het beter gepland.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) maakt zich op voor Prinsjesdag. Haar jurk is gemaakt door Jaap Rijnbende, die samen met Emmy Jaarsma de hoed voor de minister ontwierp. Foto Merlijn Doomernik

Prinsjesdag draait niet alleen om Miljoenennota en Troonrede. Het draait óók om de vraag: wie zet de politieke discussie naar zijn hand?

Feit is dat het kabinet, na het debacle van vorig jaar, de regie naar zich toe heeft getrokken.

In 2013 werd Prinsjesdag een feest voor de oppositie. Rutte II moest toezien hoe de NOS op de avond van Prinsjesdag een debat tussen de toen elf voorzitters van de Tweede Kamerfracties uitzond. De constructieve oppositie bestond nog niet – zodat de twee fractievoorzitters van de coalitie, Zijlstra (VVD) en Samsom (PvdA), zich moesten verweren tegen maar liefst negen kritische oppositiefracties. En de Algemene Politieke Beschouwingen waren pas een week na Prinsjesdag: het kabinet moest dagenlang zwijgen terwijl de oppositie het hoogste woord had.

Dit jaar is alles anders. De Algemene Beschouwingen zijn morgen al, zodat de NOS vanavond geen debat belegt, en het kabinet op tv alle ruimte heeft het initiatief naar zich toe te trekken.

Dat zal het ook uitvoerig proberen: premier Rutte laat zich interviewen bij EenVandaag, vicepremier Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en minister Hennis (Defensie, VVD) zitten in Nieuwsuur, daarna minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in RTL Late Night en minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) in Pauw.

De kijker moet vanavond moeite doen het geluid van de regering te missen. Voor de oppositie is er slechts een bijrol weggelegd.

Ook morgenvroeg, bij het begin van de Algemene Beschouwingen, is de situatie anders. Vorig jaar was de PVV van Wilders de grootste oppositiepartij: hij opende het debat en diende, ook voor hem hoogst ongebruikelijk, meteen een motie van wantrouwen in – waarmee hij de nieuwscyclus naar zijn hand zette.

Maar omdat de PVV drie Kamerleden verloor, is Wilders morgen pas de vijfde spreker. Om dan toch zijn stempel op het debat te drukken, zal hij of actief moeten interrumperen dan wel – het zou geen primeur zijn – enkele shock and awe-uitspraken doen.

Mogelijke complicatie voor hem is ook dat het kabinet de internationale crises van deze zomer wil aanwenden om te speculeren op nationale eenheid die traditioneel bij dit soort momenten past. Het zorgde er deze zomer al voor dat Wilders afzijdig bleef bij alle gekrakeel. De jaarvergadering van de Verenigde Naties, die Rutte volgende week bezoekt, komt het kabinet in dit opzicht voortreffelijk uit.

Morgenvroeg heeft SP-leider Roemer als eerste spreker de kans het initiatief naar zich toe te trekken. Hij kan vooral de PvdA politiek pijn doen met het thema zorg (Samsom wacht komende zaterdag een gevoelig partijcongres), maar loopt het risico dat hij geïsoleerd komt te staan in het debat over militair optreden tegen de Islamitische Staat (IS) in Irak en Syrië.

Verwacht wordt dat vooral Pechtold (D66) de aandacht op zich vestigt. De leider van de constructieve oppositie zal maximaal afstand van het kabinet nemen: hij weigert medeverantwoordelijkheid voor de uitvoering van gevoelig beleid (langdurige zorg) en zal hameren op daadkracht (belastinghervorming, energiebeleid) die VVD en PvdA voorlopig samen niet op kunnen brengen. De baas van de constructieve oppositie wordt kortom minder constructief – en meer oppositioneel: daar valt voor het kabinet niet tegenop te regisseren.