Nederlands politiek onbehagen, Hitlers hond & Thé Lau

Op welke recent verschenen boeken mogen we ons verheugen? Boekenredacteur Bernard Hulsman grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Onbehagen in de polder van Peter van Dam, Jouke Turpijn en Bram Mellin

Nu het publieke onbehagen na de moord op de politicus Pim Fortuyn in 2002 niet een tijdelijke oprisping is gebleken, maar een duurzaam gegeven, verandert ook langzaam het zelfbeeld van Nederland. Eerder dit jaar zette de historicus Piet de Rooy in Ons stipje op de waereldkaart al kanttekeningen bij de aloude voorstelling dat Nederland het land van consensus is waar conflicten in achterkamertjes worden weggepolderd. Veel meer dan gedacht is Nederland al lange tijd een land van conflicten en rivaliteiten, zo liet hij zien in Ons stipje, dat is genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs en gisteren de Prinsjesboekenprijs kreeg toegekend.

Ook volgens de historici Peter van Dam, Jouke Turpijn en Bram Mellink was het Nederland van voor Fortuyn veel minder het vreedzame, verzuilde, burgerlijke polderland dan het denkt te zijn, zo blijkt in de inleiding van Onbehagen in de polder. ‘Veel historici hebben het conflictueuze karakter niet op waarde geschat’, schrijven ze.

Hun bundel met 11 artikelen van historici over uiteenlopende onderwerpen als het ‘vechtkabinet’ van de oorlogspremier Cort van der Linden (1913-1918) en het verzet van radicale groepen tegen de bouw van Hoog Catharijne in Utrecht, moet bewijzen dat Nederland al heel lang een ruzieland is.

Gouden Jaren van Annegreet van Bergen

In Gouden Jaren verbaast de journaliste Annegreet van Bergen zich over het Nederlandse onbehagen in het begin van de 21ste eeuw. Nederlanders leven in weelde en ‘zijn veel rijker geworden dan ooit voor mogelijk is gehouden’, schrijft ze. Het inkomen per hoofd van de bevolking is nu vier keer zo hoog als in 1948. Dat we dit niet beseffen en waarderen, komt doordat de rijkdom stapje voor stapje tot stand is gekomen.

In tientallen levendige stukken over even zo vele veranderingen in het dagelijks leven in de afgelopen vijftig jaar beschrijft Van Bergen de stapsgewijs toegenomen weelde. Zo kwam goed en goedkoop maandverband in de plaats van schurende, uitgekookte lappen en verdwenen ook de ijsbloemen: we slapen nu in verwarmde kamers. Ook douchen de meeste Nederlanders nu dagelijks, terwijl veel kinderen een halve eeuw geleden alleen zaterdags in een teil goor water werden gereinigd.

Van Bergen (1954) heeft haar stukjes, die voor alle vijftigplussers een feest der herkenning zijn, niet alleen gebaseerd op eigen ervaringen, maar ook op interviews met leeftijdgenoten. Ook haalt ze wetenschappers aan en citeert uit boeken van Jan Wolkers en Oek de Jong.

Hitlers ongehoorzame hond van Robert Stiphout

Ook in Hitlers ongehoorzame hond, een bundeling van dertig ‘historische reportages’ die eerder in Elseviers Weekblad verschenen, plaatst de historicus Robert Stiphout kanttekeningen bij het bestaande zelfbeeld van Nederland. In ‘Onze eigen Talibantijd’ schildert hij de 16de-eeuwse ‘gereformeerde’ Nederlandse opstandelingen af als voorlopers van de IS: met veel plezier hingen ze katholieke geestelijken op aan vleeshaken. ‘De geschiedenis van een land dat zich zo laat voorstaan op zijn traditie van tolerantie begint wel erg onverdraagzaam’, stelt hij vast.

Voor ‘Onze eigen Talibantijd’ ging Stiphout niet op pad. Wel voor het schitterende titelverhaal ‘Hitlers ongehoorzame hond’. Hij zocht Anton Gieling op, de ex-dierenverzorger van Burgers’ Zoo in Arnhem, die zich in 1944 ontfermde over Siah, de Duitse dog van Hitler die de Führer wegens ongehoorzaamheid had weggedaan. Gieling liet Siah onderduiken in de dierentuin.

Juliette van Thé Lau

Als Nederland inderdaad een nuchter land is, dan is Thé Lau een on-Nederlandse rocker. De liedjes die hij met zijn groep The Scene maakte, zijn tenslotte niet van pathos gespeend. Ook Juliette, het romandebuut van Lau, die aan ongeneeslijke kanker lijdt, is een zwaar romantisch verhaal dat doet denken aan de opera La Bohème van Puccini. Het speelt zich gedeeltelijk af in een Nederlands kunstenaarsdorp bij zee, dat sterkt lijkt op Bergen, de geboorteplaats van Thé Lau.