Column

Politiek tomatofest

Een bevriende fotograaf belde zondagmiddag met de mededeling dat hij naar de Dam vertrok voor het ‘tomatofest’, het leek hem – maar hij was mij niet – wel een origineel idee voor een column.

De boel was afgezet met dranghekken, er hing een opgewonden sfeer: de 1.500 deelnemers die allemaal 15 euro hadden betaald om elkaar te mogen bekogelen met tomaten stonden letterlijk te trappelen van ongeduld, de meegebrachte zwembrilletjes werden alvast opgezet.

Harde muziek, de dj brulde of ze er al zin in hadden, de massa hunkerde naar de tweehonderdduizend ingekochte tomaten.

Ik zag plukjes fotografen in de aan hen verstrekte doorschijnende regenponcho’s met elkaar duwen en trekken voor een plaats in de hoogwerkers; ze hadden allemaal hetzelfde originele idee gehad.

De website van NRC was de snelste, toen ik thuiskwam stond er een serie van elf foto’s van mensen onder de tomatenpulp op het net. Wat verbaasde was de begeleidende tekst: ‘Tomatenfiesta op de Dam tegen Russische boycot’. Later brachten alle kranten hetzelfde verhaal: dat het een protest betrof tegen de Russische boycot van Europese groenten en fruit.

Met een sprekende foto erbij natuurlijk: mensen onder de tomatenpulp zijn leuk om naar te kijken.

De Telegraaf: ‘Over de rooie voor boycot’.

de Volkskrant: ‘Rood protest’.

nrc.next quootte een van de idealistische organisatoren: „De Dam lijkt net een grote pizza, het lijkt wel het Rode Plein.”

Een protest dus, maar dat was dan toch niet mijn waarneming. Ik zag vier slimme ondernemers/organisatoren en vijftienhonderd, tja, vijftienhonderd wat eigenlijk? Vijftienhonderd mensen die wel eens wat anders wilden op zondagmiddag.

Na afloop zagen ze eruit alsof ze uit de soep kwamen. Druipend. Giechelend.

Trots poserend voor mobieltjes. Elkaar afdrogend. Bellend.

„Echt heel, heel heftig… Ja, meteen… Recht in m’n bek.”

Alsof er ook maar iemand tussen die tomatengooiers bezig was met die boycot, van een aantal twijfelde ik of ze wisten waar Rusland lag.

Je stelde je die levens voor. Dat je in de trein – of op de fiets – stapte en met je vrienden had afgesproken om elkaar op de Dam met tomaten te bekogelen met op de achtergrond kutmuziek en een dj die je dwong om „al-le-maal!” door de knieën te zakken, de laatste drab van de grond te schrapen, omhoog te springen en die prut dan gelijktijdig omhoog te gooien.

„Supercool, dankjewel!”

En dat je dan onder de prut thuiskwam en op internet en in kranten las dat je mee had gedaan aan iets politieks, een echte protestactie.