Khamenei: coalitie tegen IS is grote farce

Met sarcastische uitspraken maakte de opperste leider van Iran gisteren in één keer een einde alle speculatie over een alliantie tussen Iran en de VS.

Opperste leider Ayatollah Ali Khamenei mocht gisteren na een operatie aan zijn prostaat het ziekenhuis in Teheran verlaten. Het herstel was voorspoedig verlopen, vertelde de Iraanse leider aan de staattelevisie. Op zijn ziekbed had hij zich „kostelijk geamuseerd” over de Amerikaanse plannen de terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak aan te vallen. Het volgen van het nieuws erover was „een hobby” geworden voor de Iraanse leider.

Op dezelfde sarcastische toon vervolgde hij dat de coalitie tegen IS is één grote farce is, een Amerikaans complot is om de regio te onderwerpen. „Sommige dachten dat het wellicht een goed idee was met de Amerikanen samen te werken. Maar ik ben het daar niet mee eens.”

Met zijn uitspraken maakte Khamenei in één keer een einde alle speculatie over een alliantie tussen Iran en de Verenigde Staten tegen de IS. Na de opmars van de IS in Irak deze zomer leek het er even op of de oude vijanden de strijdbijl zouden begraven. Ineens zagen ze zich geconfronteerd met een gezamenlijke vijand, die niet alleen shi’ieten haat, maar ook een bedreiging voor het Westen vormt.

Plotseling verschenen er opinieartikelen in Amerikaanse en Iraanse kranten waarin optimisten voorzichtig de mogelijkheden tot samenwerking onderzochten. Een samenwerking was logisch, argumenteerden ze, want Iran heeft controle over de shi’itische milities in Irak en de VS hebben een luchtmacht die bombardementen kan uitvoeren op stellingen van IS. Saoedi-Arabië en Israël maakten zich grote zorgen over de toenadering. De oude bondgenoten klaagden publiekelijk dat de VS hen niet meer zagen staan.

Zelfs de Iraanse president Hassan Rohani, die vorig jaar nota bene een historisch telefoongesprek met zijn collega Obama voerde, zei dat hij samenwerking niet uitsloot. „We hoopten natuurlijk allemaal op normalisatie” van de relatie, zegt Farshad Ghorbanpour, een analist met banden met de regering van Rohani.

Maar deze week gingen al die dromen aan diggelen. Dat bleek ook in Parijs, waar 28 landen bijeenkwamen die een coalitie tegen de Islamitische Staat vormen. Op een persconferentie legde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry uit waarom Iran er niet bij was: Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden een veto uitgesproken over de aanwezigheid van Iran.

Dit toont de ongemakkelijke spagaat waarin de VS zich bevinden in de strijd tegen de IS. Aan de ene kant steunen de VS de door shi’ieten gedomineerde regering van Irak, een bondgenoot van het shi’itische Iran en het regime in Syrië. De Iraakse minister van Buitenlandse Zaken noemde het gisteren „betreurenswaardig” dat Iran er niet bij was in Parijs.

Maar in de strijd tegen IS hebben de VS gekozen voor een coalitie met zijn oude sunnitische bondgenoten in het Midden-Oosten, die in een felle regionale machtsstrijd met Iran zijn verwikkeld. De burgeroorlog in Syrië is daarin een belangrijk strijdtoneel. Zij hebben de VS teruggefloten.

Dus kregen de dromers in Iran er gisteren van langs. Khamenei herhaalde voor de camera’s wat hij al tijden zegt. Iran kan niet samenwerken met de VS want die maakten „vuile handen” in de regio. Vertaling: de Iraanse ideologie, gebaseerd op vijandschap met het imperialisme, is simpel niet verenigbaar met wat de VS in Irak en Syrië doen.