Column

Keihard optreden tegen de verkeerden

De Bommenlegger van Ritthem’ (NCRV).

Er hoeft maar weinig te gebeuren of de angstgevoelens van de burger worden optimaal geprikkeld in de (sociale) media. Deze week vormde het niet direct in quarantaine gaan van twee uit Ebola-gebied teruggekeerde Nederlandse tropenartsen aanleiding tot een curieus golfje van paranoia op Twitter. Willen de hoge heren ons soms allemaal dood hebben?

Nog erger wordt het als politiek of openbaar ministerie meegaat in de paniek en zich laat opjutten tot overhaaste dadendrang. Een mooi voorbeeld daarvan werd uit de doeken gedaan in de documentaire De Bommenlegger van Ritthem (NCRV) van regisseur Patrick Bisschops. De onheilspellende muziek en de talloze reconstructies bij nacht en ontij waren wat mij betreft niet nodig geweest om de kern van de zaak bloot te leggen. Die trok vooral in Zeeland veel aandacht maar daarbuiten was het minder opgevallen.

Op 23 september 2011 deed een explosie op het verlaten strand van Ritthem het beton door de lucht vliegen. Omdat de kerncentrale van Borsele om de hoek staat, werd gevreesd voor een terroristische aanslag dan wel een generale repetitie. De autoriteiten stonden onder druk om snel een dader te arresteren. De 20-jarige Bob den Heijer uit Oost-Souburg, een wapenliefhebber die drie maal was afgekeurd voor de krijgsmacht op verdenking van autisme, werd door een arrestatieteam in hechtenis genomen, evenals zijn beide ouders.

De film laat zien hoe de gevangenis (zeven weken voor Bob) het leven van het gezin totaal ontwrichtte. De verdenking bleek te zijn gerezen op basis van een valse aangifte van de pestkoppen die Bob al eerder het leven zuur maakten, en een belastende verklaring van een oom. Bob liep vroeger vaak in een camouflage-uniform door het dorp, had weinig vrienden en dan weet je het wel: de Zeeuwse Unabomber. Bovendien was zijn vader, een hyperemotionele man met lang haar en een grappig hoedje, tegenstander van kernenergie.

Pas nadat de echte daders, twee andere oorlogsliefhebbers van een dorp verderop, waren opgepakt, werd de aanklacht tegen Bob geseponeerd. Achteraf zegt hij: „Vanuit mijn hobby gezien had ik die inval van het arrestatieteam ook niet willen missen.” Maar ouders Ernst en Conny den Heijer denken daar heel anders over. Zij voelen zich blijvend benadeeld door de vloek van het dorp en de traumatiserende onmacht, het idee dat je zomaar, op basis van kwaadsprekerij, een tijdje opgesloten kan worden.

Justitie maakte excuses en bood een bescheiden schadevergoeding, die Conny bijvoorbeeld niet toereikend acht voor het verlies van werk door de detentie. Het lijken wel acteurs, zo precies als ze de zenuwachtigheid uitbeelden van mensen die toch al niet zo heel veel controle over hun leven lijken te hebben.

De les die samenleving, media en Justitie eruit zouden kunnen trekken, is dat het onmiddellijk overgaan tot het aanwijzen van schuldigen als er iets misgaat (een knal op het strand) vaak een erger middel is dan de kwaal.