Ja, zo is wel genoeg met die pech voor Gesink

Nummer zeven uit de toptien was er niet, zondagavond toen de Vuelta met een korte tijdrit werd afgesloten. Ja, hij was er wel, Daniel Martin, de op zes na laatste wielrenner die van start ging, maar de echte nummer zeven, Robert Gesink ontbrak. Zeven was de positie in het algemeen klassement die hij bekleedde toen hij vorige week halsoverkop de Ronde van Spanje verliet. Dat was een hogere plaats dan menigeen had verwacht. Maar het tijdritje van dik negen kilometer ging aan Gesinks neus voorbij. Notabene in bedevaartsoord Santiago de Compostela, waar volgens gelovigen het graf van de apostel Jacobus is gedolven.

Naar Santiago de Compostela fiets je meestal niet, het is de plek waar pelgrims uit Europa hun voettocht beëindigen, met de Jacobsschelp als symbool. In de hoop op een leuk plekje in het hiernamaals. Of omdat het een mooie tocht is.

Of dat iets voor Robert Gesink was geweest, zo’n lange wandeling, het is twijfelachtig. Een blik op de monumentale Laurentiuskerk in zijn geboorteplaats Varsseveld is hem vermoedelijk al genoeg. Wielrenners wandelen zo weinig mogelijk, zij moeten hun benen sparen.

Toch, als er daarboven ergens een Grote Roerganger huist, dan zou hij weleens mogen besluiten dat het nu wel mooi is geweest, met al die tegenslag die Gesink heeft getroffen.

Want ga maar na wat hem allemaal is overkomen, sinds hij, een jaar of zes, zeven geleden als het grote wielertalent van Nederland werd gesignaleerd. Eentje die kon klimmen, wat hem de bijnaam ‘de Condor van Varsseveld’ opleverde.

In 2009 valt hij in de vijfde etappe van de Tour de France: gebroken pols. Om er nog een tuimeling in de Ronde van Spanje aan toe te voegen, die hij wel uitrijdt (zesde). In 2010 loopt hij in de tweede etappe van de Tour een scheur in de ellepijp op en eindigt desondanks in het algemeen klassement als vierde. Aan de vooravond van de Ronde van Lombardije treft hem veel zwaarder leed: de onverwachte dood van zijn vader na een val van een mountainbike.

2011: zware val in de elfde etappe van de Tour. In september breekt hij bij een training zijn been. 2012: Enkele tientallen renners vallen in de zesde etappe in de Ronde van Frankrijk om, bij een snelheid van zeventig kilometer per uur. Wie ligt ertussen? Juist. Vijf dagen later geeft hij op. Te veel pijn in de ribben. 2013: ziek uitgevallen in de Ronde van Italië, drie dagen voor het einde, als hij twaalfde staat.

2014: Dat is schrikken. Gesink onthult een geheim waarmee hij al een tijd rondloopt. Hij heeft last van hartritmestoornissen. Geen Tour dit jaar. Hij wordt geopereerd, krabbelt overeind, traint hard en laat aan het begin van de Vuelta weten dat hij zijn vertrouwen moet herwinnen. „Het is niet zomaar dat je de dag na die ingreep het gevoel hebt dat je rikketik meteen maximaal kan presteren”, meldt hij. In Spanje presteert hij onverwacht goed. Zie hem zwoegen, zie hem uitgeput op de toppen van de bergen finishen. Zie hem alles doen om het maximale eruit te trappen.

Hoeveel pech kan een topsporter verdragen? Onverhoeds verliet Gesink vorige week Spanje. Hij liet weten: „Mijn zwangere vrouw is in de afgelopen week twee keer geopereerd. De situatie is inmiddels niet verbeterd en ze verblijft nog altijd in het ziekenhuis. Ik verlaat per direct de Vuelta om bij mijn gezin te zijn.” Het is zonder twijfel een verstandig besluit dat het hart van de sportman nu figuurlijk pijn doet. Gisteren kwam daar zijn besluit bij om het seizoen voor gezien te houden, om dezelfde reden. Als er een prijs bestaat voor de Pechvogel van de Afgelopen Jaren, is de keuze niet moeilijk.

Zeg, Grote Gele Truidrager daarboven, het is nu welletjes hè. Robert Gesink is nog maar 28 jaar. Voor een wielrenner kunnen de beste jaren dan nog komen. Afgesproken? Of moeten we soms naar Santiago de Compostela kruipen?