Huis is minder waard, en shag is nu duurder

Drie jaar geleden maakten de bewoners van enkele wijken in Amersfoort zich nog niet zo’n zorgen over de crisis en de bezuinigingen. Hoe staan ze er nu voor?

Prinsjesdag, de meeste bewoners van de Amersfoortse wijk Soesterkwartier doet het weinig. ’s Avonds op het journaal misschien, maar overdag werken ze, doen ze boodschappen of zijn ze met de kinderen bezig. De meeste merken wel van de bezuinigingen, maar slechts een enkeling vreest de vandaag gepresenteerde plannen.

Drie jaar geleden ging deze krant ook in aanloop naar Prinsjesdag naar het Soesterkwartier – zomaar enkele woonwijken in het westen van Amersfoort. De bewoners maakten zich destijds geen zorgen. Ze hadden het goed, vertelden de meesten. Natuurlijk wisten ze dat er flink werd bezuinigd, maar er kon heus wel íets af.

Hoe is het nu in de Bomenbuurt, Bloemenbuurt en Rivierenbuurt? Wat hebben de bewoners gemerkt van jaren van crisis en bezuinigingen? Krijgen ze signalen dat het langzamerhand beter gaat met de economie?

Voor Bettie ten Hoven is haar parttimebaan in de thuiszorg hetzelfde, zegt ze met de hond aan de riem bij een speeltuin. Ze treft ouderen in de schuldsanering, met dementie, alcoholisten. „Maar anders dan toen moet dat soort mensen opeens thuis blijven wonen van de regering. Als ik zou kunnen meebeslissen, zou ik dat veranderen.”

Ze maakt zich geen zorgen over haar eigen situatie. Haar man heeft een baan als huismeester in Zeist, samen verdienen ze zo’n 2.400 euro netto per maand. Hun twee dochters zijn het huis uit. „Ik heb vooral gewerkt voor de studies van de kinderen, dat is nu niet meer nodig. Ik heb de laatste drie jaar geen loonsverhoging gekregen, maar we hoeven gelukkig niet extra op de boodschappen te letten.”

Dat geldt voor de meeste mensen op deze doordeweekse dag. „Ik heb nog gewoon een baan, dan zal het wel goed gaan, hè”, zegt een man die bij de bakker zijn lunch heeft gehaald. „Dit is ook een heel gewone buurt, niets bijzonders.”

Het Soesterkwartier bestaat uit enkele gemêleerde woonwijken. Van seniorenwoningen met glimmende caravans voor de deur tot galerijflats waar bleke jongeren thuis zitten. Van keurig bijgehouden gazonnetjes tot rommelige voortuinen met door onkruid overwoekerde tegels. En van werkloze mannen achter de fruitautomaat in de snackbar tot tweeverdieners die ’s avonds hun kinderen van de crèche halen.

Voor de meeste wijken in het Soesterkwartier ligt het inkomen iets lager dan het in Amersfoort gemiddelde persoonlijke jaarinkomen van 33.700 euro, volgens de meest recente cijfers van het CBS over 2012. De buurten steken niet bijzonder af tegen de rest van de stad, waar op zo’n 150.000 inwoners 83.700 een baan hebben en 3.030 mensen een WW-uitkering.

Wat de mensen zoal hebben zien veranderen in drie jaar heeft vooral betrekking op hun eigen buurt. De wijk is verjongd. De tuintjes zijn rommeliger geworden. Mensen ruimen de hondenpoep niet op. De huizen zijn minder waard geworden. De drogist en de groenteboer zijn verdwenen. De gemeente heeft te veel geld gestoken in het winkelgebied Eemplein, dat te ver is om naartoe te fietsen. En toch zijn velen „gewoon tevreden”.

Een van hen is Simone van Vugt. Ze werkt als „agrarisch handhaver” bij de Omgevingsdienst Midden-Holland, haar man is verzekeringsadviseur. Ze wonen met twee zoontjes in de Rivierenbuurt, waar de woningbouwvereniging vrijgekomen huizen verkoopt. Dat leidt tot meer jonge gezinnen in de straat.

Ze weet niet precies wat ze verdienen. „We kunnen sparen, op vakantie en als het nodig is een nieuwe wasmachine kopen.” Af en toe koopt of verkoopt ze kinderspullen op Markplaats, maar dat is niet om geld te besparen.

Prinsjesdag is voor Van Vugt niet veel meer dan ’s avonds de hoedjes en het nieuws. De kabinetsplannen zullen aan Bettie ten Hoven waarschijnlijk helemaal voorbij gaan. „Ik ben net voor de tweede keer oma geworden.”