Het is hoog tijd voor vernieuwing

Vandaag gaat het weer over een procentpunt meer of een procentpunt minder. Terwijl de welvaart in ons land oneerlijk is verdeeld en de ongelijkheid wereldwijd toeneemt. Is er in 225 jaar eigenlijk wel wat veranderd?

Hoe ontstaat een revolutie? Stelt iemand die vraag nog wel eens?

Pessimisten horen de wereld kraken. Het wapen- gekletter heeft in tijden niet zo dreigend geklonken. Paus Franciscus sprak dit weekend zelfs van de sluipende nadering van een Derde Wereldoorlog.

Binnen onze eigen grenzen heerst evenmin een gerust gevoel. Naar verluidt komt het kabinet-Rutte II vandaag met een zonnige begroting voor 2015. Weerspiegelt dat de stemming in het land?

Burgers tonen weinig vertrouwen in de structuren en systemen die boven ons zijn gesteld. ‘Europa’ als schepper van vrede en welvaart – daar loopt alleen ‘de elite’ nog warm voor. De gezondheidszorg – een slagveld van bezuinigingen, en menigeen vreest dat ouderen straks thuis aan hun lot worden overgelaten. De woningcorporaties – ooit een sociale sector, nu een kaste van ‘graaiers’ die onlangs nog in de beklaagdenbank van een parlementaire enquêtecommissie hebben gezeten. Banken – dáár begon de malaise van de afgelopen jaren.

Optimisten zijn er intussen ook. Zij zien de crisis als kans. Een duurzame en sociale economie zou vanzelf ontstaan als we afscheid nemen van het dogma van eindeloze economische groei en onze samenleving kleinschaliger organiseren.

Het klinkt aaibaar. Maar zullen de zachte krachten inderdaad overwinnen? Of is het de hoogste tijd heel diep na te denken over manieren om onze economie, het openbaar bestuur, de samenleving te vernieuwen?

Laten we teruggaan naar de wortels van de moderne tijd. Hoe ontstond de ‘moeder van alle omwentelingen’, de Franse Revolutie? In de schoolboekjes staat geschreven: met de bestorming van de Bastille, op 14 juli 1789. Steeds meer historici zien dit als een misvatting. De 14de juli was slechts een schakel in een keten van gebeurtenissen. Het lont in het kruitvat was al een half jaar ontvlamd.

Op 21 januari 1789 verscheen een pamflet van de Parijse priester Abbé Sieyès: een woedende aanval op de corrupte politiek van adel en kerk. Binnen een paar dagen circuleerden 30.000 kopieën in de straten van Parijs.

‘Wat is de derde stand?’(‘Qu’est-ce que le Tiers-Etat?’), luidde de titel van zijn schotschrift. Het raakte een snaar bij de ‘derde stand’ van kleine ambachtswerkers en vermogende handelslieden, die zich door adel en kerk (de standen één en twee) onderdrukt voelden. Over het pamflet werd verhit gesproken bij de bakker en de barbier, in de kroegen, huiskamers en salons.

De afvallige priester Abbé Sieyès was erin geslaagd de bittere gevoelens van het volk van Parijs op schrift te stellen. Ieder woord was welgekozen, iedere zin was raak en iedere alinea een geseling van de bestaande orde.

Zes maanden later viel de Bastille. Het woord was vuur geworden. In augustus 1789 werd de Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. Twee jaar later volgde een nieuwe Grondwet. Het fundament voor de westerse democratieën was gelegd.

Ons systeem staat onder druk

Heeft dit pamflet, 225 jaar later, nog actuele betekenis? Nee, kun je zeggen: iedereen heeft tegenwoordig stemrecht en vrijwel alle publieke functies zijn voor iedereen toegankelijk. Jazeker, kun je óók zeggen: er gaapt een steeds bredere kloof van maatschappelijke ongelijkheid, een nieuwe oligarchie, een ‘diploma-democratie’ met subtiele maar taaie uitsluitingsmechanismen bij het verdelen van de ‘baantjes’.

Ons systeem van representatieve democratie staat onder druk. Dat is van alle tijden: ‘democratie is nooit af’. Maar volksvertegenwoordigers moeten wel het lef hebben de tekens van de tijd te verstaan en te begrijpen.

Wie heeft eigenlijk ooit besloten dat parlementszetels voor niet uitgebrachte stemmen vanzelf mogen worden bezet door kandidaten van de heersende politieke partijen? Zoals bij de laatste Europese verkiezingen, afgelopen mei, toen slechts 43 procent van de kiezers zijn stem uitbracht, maar de bestaande partijen gewoon weer 100 procent van de zetels onderling hebben verdeeld.

Dat mogen ze, op basis van de wetten die zij ooit hebben vastgesteld. Maar is dit wel écht democratisch? Bijna 60 procent van de zetels behoort niet toe aan de politieke partijen, maar aan het volk van Europa.

De Franse econoom Thomas Piketty heeft aangetoond dat de maatschappelijke ongelijkheid in de afgelopen decennia is gegroeid en in de komende eeuw verder zal toenemen. Wat is precies het verschil tussen de puissante rijkdom van Lodewijk XIV, de Zonnekoning, en de miljarden van Carlos Slim en Arabische oliesjeiks? Kan iemand zó verdienstelijk zijn voor de samenleving dat het vergaren van een persoonlijk vermogen van 75 miljard dollar een rechtvaardige beloning is?

In Nederland bezit de rijkste 1 procent van de bevolking bijna 25 procent van al het kapitaal. De uitgekeerde bonussen aan bankiers in the City of London lagen dit jaar weer bijna 50 procent boven die van 2013 – en dat terwijl deze financiële ratrace de huidige economische malaise heeft veroorzaakt. CEO’s verkopen het ene Nederlandse bedrijf na het andere aan Chinese conglomeraten en strijken tientallen miljoenen euro’s aan commissie op bij deze handel in ‘ons tafelzilver’.

Het is pijnlijk, maar waar. We moeten onder ogen zien dat veel beschuldigingen van Abbé Sieyès uit 1789 meer dan twee eeuwen later nog steeds buitengewoon actueel zijn. Lees zijn pamflet van toen ‘met de kennis van vandaag’. En huiver.