Helemaal droog krijg je het nooit

Nederland beschermen tegen water kan zonder megaprojecten. Bouw niet in uiterwaarden, bijvoorbeeld. Maar hoe stop je een ambitieuze wethouder?

Droogte leidde in 2003 tot een dijkbreuk bij Wilnis, die veel schade tot gevolg had. Foto Rien Zilvold

Hoe moet Nederland zich de komende eeuw beschermen tegen overstromingen? De zeespiegel stijgt. Via de grote rivieren komt af en toe heel veel water op ons af. In zomers moeten we rekening houden met perioden van droogte, maar óók met hoosbuien. En: veel waterkeringen voldoen niet aan de normen.

De kans dat delen van Nederland overstromen, zoals bij de ramp in 1953, is niet groot. Maar uitgesloten is het evenmin, en de gevolgen zouden gigantisch zijn. Een overstroming als toen zou zo’n honderd miljard euro schade veroorzaken, zowat een zesde deel van ons nationaal product.

Vandaag maakt het kabinet bekend hoe het Nederland de komende eeuw denkt te beveiligen. De plannen daarvoor zijn gemaakt door deltacommissaris Wim Kuijken. Ze voorzien in een groot aantal technische en ruimtelijke maatregelen, vooral in het rivierengebied.

Verworpen heeft Kuijken veel grootse plannen, zoals drastische verhoging van het waterpeil van het IJsselmeer, aanleg van een gigantische dijk voor de kust, een nieuwe verdeling van rivierwater over IJssel en Waal of afsluiting van Haringvliet en Nieuwe Waterweg. „Veel te duur en nu niet nodig”, zei hij vorige maand in deze krant.

Uitvoerders van de plannen zijn vooral de waterschappen in Nederland. Zij beheren doorgaans de dijken, en moeten zorgen dat de bewoners van steden en dorpen droge voeten houden. Misschien wel het allerbelangrijkste aan de plannen, vinden zij, is het voornemen om het waterbewustzijn in Nederland te vergroten. Zo zouden gemeenten en provincies, projectontwikkelaars en bedrijven zich voortaan ervan moeten vergewissen of hun plannen gevolgen hebben voor water. Ze moeten zich ervan bewust zijn dat het niet aangaat lukraak overal te bouwen om daarna van de overheid te eisen dat het daar droog blijft. Ze zouden juist gebouwen zo moeten ontwerpen dat er niet méér water hoeft te worden afgevoerd dan nu al gebeurt –, ja liefst nog minder.

Hoge palen

Naast investeren in sterkere dijken en krachtiger pompen willen de waterschappen overtollig water op natuurlijke wijze bergen. Dus liever niet duizenden huizen bouwen in diepe polders, zoals in de tweede helft van de vorige eeuw wel is gebeurd, in de uiterwaarden van rivieren, of achter hoge dijken, zoals de wijk ’s-Gravenland in Capelle aan den IJssel.

Waterproof bouwen moeten we, zegt voorzitter Peter Glas van de Unie van Waterschappen, in het dagelijks leven watergraaf van waterschap De Dommel in Boxtel. Glas: „Zet kantoorgebouwen niet direct op het maaiveld, maar op hoge palen boven dat maaiveld.”

Tot welke prijs houd je rekening met water? Daarover lopen de meningen uiteen. Natuurorganisaties als Vereniging Natuurmonumenten en het Wereldnatuurfonds willen het groots aanpakken. Ze willen rivieren laten meanderen, natte natuurgebieden inrichten en waar mogelijk zeearmen weer openen. Dat, zegt directeur natuur Teo Wams van Natuurmonumenten, is de beste manier om niet alleen de natuur te beschermen, maar ook de mens tegen water.

Soms zijn deze plannen duur. Als je bijvoorbeeld zeewater niet met een grote dam buiten de deur houdt, loopt de levering van zoet water aan de landbouw gevaar. In dat geval kost het miljoenen om die levering toch zeker te stellen. En lang niet altijd is er ruimte voor zulke mooie plannen. Waarom zou een wethouder van een grote stad natte natuur willen maken als hij op die locatie een lucratief bedrijventerrein kan neerzetten?

Glas: „Het hemd is vaak nader dan de rok. Ik wil voorkomen dat als straks de economie weer een beetje aantrekt, een wethouder wordt verleid om de waterbelangen even te parkeren en toch maar een woonwijk of een bedrijventerrein aan te leggen.”

Watertoets

Het instrument daarvoor bestaat al tien jaar: de watertoets. Gemeenten zijn wettelijk verplicht een wijziging van een bestemmingsplan voor te leggen aan het waterschap. De waterbeheerders adviseren over de plannen. Glas: „Die watertoets is een stok achter de deur en dat wil ik graag zo houden.”

Ook deltacommissaris Kuijken noemde de watertoets „een essentieel onderdeel van het werk de komende dertig jaar”. Complicatie: minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) wil de watertoets uit de wet halen. Liever dan van plicht gaat de minister uit van „vertrouwen” en „professioneel gedrag”, stelt haar woordvoerder. Ze wil bevorderen dat waterschappen plannen niet pas achteraf toetsen, maar dat al bij het maken van plannen „rekening wordt gehouden met de waterbelangen”. Het wordt er volgens de minister dus alleen maar beter op.

Glas: „De minister heeft er vertrouwen in dat het goed komt. Ik niet altijd.”

Hoe het debat ook afloopt, de waterschappen willen gemeenten en provincies „helpen” zich bewust te worden van het belang van water. Glas: „De waterschappen hadden een traditie om reactief te opereren. Dat moet veranderen. We moeten actief naar buiten treden.” Bijvoorbeeld door gemeenten te wijzen op de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan de bouw van een winkelcentrum in een kwetsbaar gebied. En door vergunningen te verbinden aan voorwaarden om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van zoetwatertekort en wateroverlast. Want, zegt Glas: „Water is allesbepalend.”