Hé Myrkur, waarom zo mysterieus?

De enige vrouwelijke eenmans-blackmetalband wil anoniem muziek maken. Lukt dat wel? „Ik wil dat mensen naar mijn muziek luisteren, zonder dat mijn persoonlijkheid het kleurt.”

Myrkur wil anoniem blijven, maar waarschijnlijk vormt model/zangeres Amalie Bruun de eenmansband. foto rasmus malstrØm

Het is lastig praten met iemand die er alles aan doet te verhullen wie ze is. De eenmans-blackmetalband Myrkur, die in haar eentje een steengoede plaat heeft gemaakt in een door mannen gedomineerd genre, wil graag mysterieus en anoniem blijven. Maar ze wekt natuurlijk de nieuwsgierigheid: ten eerste is ze waarschijnlijk de enige vrouwelijke eenmans-blackmetalband ooit, ten tweede wordt haar ep, net te koop, ook nog eens erg goed ontvangen door de rockpers. Wie zit er toch achter? Ze wil best Skypen, maar echt communiceren zit er niet in.

Op het afgesproken tijdstip floept Skype aan: ‘Myrkur Øksemorder’ (Noors voor bijlmoordenaar – gezellig). „Hello, I’m ready. I don’t do video”, zegt ze meteen. Uiteraard. Maar Myrkur is wel vriendelijk en vrolijk. Ze klinkt bijna lief zelfs, een vriendelijke ondertoon die ook haar muziek kleurt. En ze klinkt ook als de meest plausibele theorie over haar identiteit: dat ze model/zangeres Amalie Bruun is, die in Brooklyn woont en in indiepopbandje Ex-Cops zingt. Haar bandmaat Brian Harding liet in een interview vorig jaar al eens vallen dat Bruun een fascinatie voor black metal heeft, en ze zou zelfs van plan zijn haar eigen muziek uit te brengen.

In de promotievideo voor Myrkurs plaat ‘Myrkur’, zien we dat de schreeuwende dame in de video zo’n zelfde fijngevormd gezicht heeft als de onschuldige Bruun, met dezelfde lippen. Eigenlijk lijkt ze er gewoon heel erg op. Ernaar vragen heeft weinig zin, maar ja, a man’s got to try.

Ben je inderdaad Amalie Bruun?

„Stop maar meteen. Ik wil alleen maar muziek maken, en niet alleen maar reageren op wat anderen over mij schrijven.”

Waarom zo mysterieus?

„Ik zie het niet als een mysterie. Ik wil dat mensen zich concentreren op de muziek, en niet op mijn persoonlijkheid, haarkleur of ontbijtkeuze… Dat moet niet uitmaken in muziek, en al helemaal niet in metal. Ik denk dat luisteraars het prima vinden.”

Je lokt het tegenovergestelde uit. Er wordt meer over je identiteit geschreven dan over je muziek.

„Daar kan ik niks aan doen. Ik wil gewoon anoniem blijven voor dit project. Dat is waarschijnlijk naïef, maar ik wil mensen de kans geven te luisteren naar mijn muziek, zonder dat mijn persoonlijkheid het kleurt. Misschien moeten we het ook gewoon over muziek hebben.” Ze lacht.

Gelijk heb je. Doe je alles zelf in Myrkur?

„Ja, Myrkur, dat ben ik. Ik heb alles geschreven, gezongen en alle instrumenten bespeeld. Alleen de drums zijn opnieuw ingespeeld door een goeie drummer, Rex Myrnur uit Zweden.”

Wat zijn je invloeden?

„Ik heb mijn helden in het genre. Ik hou van Mayhem, Ulver, Emperor. Maar ik ben vooral geïnspireerd door Edvard Grieg. Hij is voor mij de godfather van de black metal. Hij combineert het bevroren, griezelige geluid van Scandinavië met bruutheid. En ik luister veel naar koormuziek, dat kun je vast horen, haha.

Ik hou ervan te combineren wat rauw en hard is met wat mooi en puur is. De natuur is mijn inspiratie. Natuur is ook prachtig en tegelijkertijd gewelddadig. Het is erg Scandinavisch, het zit in ons bloed.”

Je lijkt uit het niets te komen, maar je muziek zit professioneel in elkaar. Kennen we je echt niet van iets anders?

„Zonder weer te willen praten over wie ik ben en wat ik doe: ik denk dat je best kan horen dat ik niet voor het eerst professioneel muziek maak. Ja, ik heb in andere projecten gezeten. En thuis in Kopenhagen heb ik viool gespeeld in orkesten [net als Amalie Bruun overigens, red.]. Maar met dit project heb ik het gevoel dat ik de echo in mijn hart heb gevolgd. Ik voel me hier het meest mee verbonden.”

Is dat ook hoe je zo uit het niets bij het grote Relapse binnenkwam?

„Nee, zo ging het niet. Zij namen contact op met mij. Ik wil daar niet over praten, want er zijn ook anderen bij betrokken.”

Ah, nog een mysterie.

„Zo is het.”

Over mysteries gesproken: ga je toeren?

„Ja! Nou ja, ik hoop het. Ik ben van plan in elk geval op tour door Amerika te gaan, daarvoor heb ik uitnodigingen gekregen. Ik ben nu in gesprek met verschillende muzikanten die met me willen spelen.”

En daarna een heel album?

„Dat is een grote vraag. Laat me er eens over nadenken.” Ze lacht. „Ja! Het lijkt me mooi om blackmetalbewerkingen te maken van Peer Gynt [een toneelstuk van Henrik Ibsen, met muziek van Edvard Grieg, red.]. En dat zou ik graag met een groot koor doen – een verschil met deze EP, waarop ik alle koorstukken alleen heb gedaan, in verschillende lagen.

„Ik ben trouwens wel nieuwe muziek aan het schrijven, maar schrijf heel langzaam. Ik moet thuis in Denemarken of Noorwegen zijn om deze muziek te schrijven, anders lukt het me gewoon niet. En ik ben vaak ergens anders.

„Veel mensen snappen deze muziek niet. En ook niet de pijn die erin zit. En veel mensen snappen mij niet. Ze vinden mijn aanwezigheid oncomfortabel. Ik moet daarom alleen zijn voor deze muziek.”

Dat klinkt nogal eenzaam.

„Ik voel mij m’n hele leven al een beetje misplaatst. Ik zoek daarom altijd mensen die op dezelfde lijn zitten. Ik kan ook niet van iedereen verwachten dat ze deze muziek mooi vinden. Maar ik doe het voor mijzelf en voor gelijkgestemden die er ook zeker weten zijn. En verder voel ik me dan comfortabel in m’n eentje. Dat is ook prima.”