Groot en klein geld strijden om ‘mooi’ HES

Grote investeerders staan tegenover kleine aandeelhouders bij de verkoop van HES Beheer. Is het bod wel hoog genoeg?

Kolenoverslag bij OVET in Vlissingen. OVET is een van de overslagbedrijven waar Hes Beheer in deelneemt, in dit geval 49,9 procent. Foto HES Beheer

Een leuk bedrijf. Een mooi bedrijf. Bijna liefkozend spreken aandeelhouders en analisten over stuwadoor HES Beheer in Rotterdam. En dat bedrijf dreigt nu te worden verkwanseld, zeggen ze. Verkocht voor een veel te laag bedrag.

De kernactiviteit van HES Beheer klinkt niet heel aaibaar: laden en lossen van droge en natte bulk. Kolen, biomassa, minerale en eetbare oliën. Maar HES is een typisch Rotterdams havenbedrijf met een rijke geschiedenis. En misschien de belangrijkste verklaring voor de warme gevoelens: de houdstermaatschappij van een handvol overslagbedrijven doet het goed.

Morgen is een belangrijke dag voor HES. Tot 17.40 uur kunnen aandeelhouders hun aandelen aanmelden voor verkoop. Als 75 procent of meer van de aandelen wordt aangemeld kan HES Beheer voor ruim 400 miljoen euro worden overgenomen door Hestya Energy, een in Amsterdam gevestigde privéonderneming met olieterminals in diverse Europese landen en een grote opslagfaciliteit in het Noord-Duitse Wilhelmshaven. HES verdwijnt dan na bijna 33 jaar van de beurs.

De aandeelhouders ontvangen in dat geval 45 euro (minus 1,35 euro aan reeds ontvangen dividend) per aandeel. En daar wringt het. Sinds een jaar geleden, toen er voor het eerst sprake was van overname door Hestya, draait alles bij HES om ‘het bod’.

Kleine aandeelhouders, en met hen de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en een paar analisten, vinden het bod van Hestya veel te laag. Er zat volgens hen te veel tijd tussen het vaststellen van de overnamesom, eind november 2013, en het biedingsbericht, half juli dit jaar.

In de tussentijd kocht HES het Franse bedrijf ATIC, waardoor de waarde is toegenomen. Een analist van ABN Amro acht 65 euro per aandeel realistisch. Kleine aandeelhouders, zo bleek tijdens een vergadering op 3 september, zien veel liever dat HES zelfstandig blijft.

Tegenover hen staan zes grootaandeelhouders, samen goed voor 58 procent van de aandelen. Achter de zes investeringsmaatschappijen schuilen vertrouwde namen in de Rotterdamse haven: Cordia, Onderdijk, Peterson. Veruit de grootste aandeelhouder is de Exploitatie Maatschappij Westerduin, eigenaar van bijna 22 procent van de HES-aandelen. Zij gingen al in een vroeg stadium akkoord met het Hestya-bod, daarin gesteund door directie en commissarissen van HES.

Geconfronteerd met sceptische aandeelhouders op 3 september verdedigen de commissarissen hun keuze als volgt: HES wil groeien maar kan dat niet op eigen kracht. De grootaandeelhouders willen niet investeren, ze willen verkopen. Een beter bod is niet in zicht. Volgens de bestuurders is de overname van ATIC wel degelijk meegewogen in het bod van Hestya. Al met al, zeggen ze tegen de aandeelhouders, is dit een goede deal.

Groot geld botst met klein geld. De kleine aandeelhouders hebben geen vertrouwen in de verkoopprocedure. Helemaal onbegrijpelijk is dat wantrouwen niet. Bijvoorbeeld door de onrust in de leiding, afgelopen voorjaar. In februari was er het abrupte vertrek van bestuursvoorzitter Harmen Sliep, niet nader toegelicht dan „om persoonlijke redenen”. Sliep leidde HES sinds 2000 en behaalde uitstekende resultaten. President-commissaris Kees Molenaar nam zijn functie over, ad interim. De nieuwe president-commissaris, Jan Peter Peterson, kon niet meepraten over het bod omdat zijn familiebedrijf grootaandeelhouder is. Koper Hestya heeft twee aandeelhouders: het Amerikaanse private-equityfonds Riverstone en AtlasInvest van oliemagnaat Marcel van Poecke, geen onbekende van de grootaandeelhouders.

De lijnen tussen de Rotterdamse rijken zijn kort. Wellicht is HES in die lijnen verstrikt geraakt.