Gouden Koets poets je niet weg

Nu de Amsterdamse rechtbank zich heeft uitgesproken tegen de inzet van stereotiepe zwarte pieten bij de intocht van Sinterklaas, pakt het Platform Slavernijverleden door. Op Prinsjesdag rijdt de koning naar het Binnenhof in de Gouden Koets, wuivend boven een zijpaneel uit 1898 waarop het kolonialisme is afgebeeld, met bruine mensen als kinderlijke knechten. Het Platform stelt voor dat paneel in een museum onder te brengen ten gunste van een nieuwe schildering. „Bizar” noemde premier Rutte deze discussie eerder. Die reactie is te grof. Als Nederlanders zich gediscrimineerd voelen, kan hun premier niet anders dan dat ernstig nemen.

Maar ook wie zich gediscrimineerd voelt, moet serieus nadenken.

Zwarte Piet is een uiting, zo je wilt uitwas, van de Nederlandse cultuur. Het paneel op de Gouden Koets echoot de Nederlandse geschiedenis. Cultuur is per definitie veranderlijk, zij voegt zich gedurig naar hoe een natie denkt en voelt en is onderhevig aan protest. Maar al valt de geschiedenis te betreuren, je kunt er geen aanstoot aan nemen. Wat gebeurd is, is gebeurd. Daar moeten zowel de nazaten van de slachtoffers als van de daders mee in het reine komen. Het ontkennen, of zelfs wegpoetsen door een museumstuk als de Gouden Koets binnen te houden is destructief, want het verhult.

„Je kunt je niet eerst in zo’n koets laten rijden en je daarna in een Troonrede richten tot alle Nederlanders”, meent het Platform Slavernijverleden. Je kunt ook de geschiedenis niet herschrijven. Wel kun je vaststellen dat deze koning, anders dan de regenten in de zeventiende eeuw en het vorstenhuis in een nabijer verleden, zich nadrukkelijk profileert als de koning van álle Nederlanders.