Er is nog werk in overvloed voor het kabinet-Rutte

Deze Derde Dinsdag van september presenteerde het kabinet-Rutte II de rijksbegroting voor 2015 en het deed dat voorafgaand aan een verkiezingsjaar dat cruciaal kan worden voor het voortbestaan van de coalitie van VVD en PvdA. Geen partijen die elkaars natuurlijke bondgenoten zijn. Maar die er toch in zijn geslaagd in de nog geen twee jaar waarin ze samen regeren – met hulp van ‘constructieve oppositiepartijen’ – een aantal hervormingen te realiseren die van wezenlijke betekenis zijn voor de toekomst van Nederland.

Gebruikmakend van het voorwerk dat al was verricht en van het gevoel van urgentie bij diverse actoren. De tijd was dus rijp voor verdere terugdringing van het structurele begrotingstekort, ingrepen op de ondoelmatige woningmarkt, versobering van het pensioenstelsel en van de studiefinanciering. Met maatschappelijke organisaties sloot het kabinet akkoorden over het sociale stelsel en energie die in hun uitwerking ingrijpende gevolgen hebben.

Afgelopen zomer werden Nederland en de rest van de wereld getroffen door een gebeurtenis die toonde dat regeren zoveel meer is dan het maken van plannen en wetsvoorstellen. De vliegramp in het luchtruim van Oekraïne kostte 196 Nederlanders het leven en vergde van het kabinet tegelijkertijd snelle reacties en zorgvuldige afwegingen hoe het met deze catastrofe moest omgaan. Een kabinet is niet klaar ook al heeft het een groot deel van zijn regeerakkoord gerealiseerd, althans op papier. De praktijk, bijvoorbeeld in de zorg, zal uitwijzen of het uitgezette beleid adequaat is.

Er is nog genoeg te doen. Zoals de herziening van het belastingstelsel. Daarover zijn de twee coalitiepartners als gevolg van hun verschillende ideologieën bijna onvermijdelijk verdeeld, maar ten minste moeten ze in staat zijn de gedeelde wens te realiseren om langs fiscale weg de kosten van arbeid te verlagen.

Het buitenlands beleid verdient een herijking die veel verder gaat dan de licht afgezwakte bezuiniging op de krijgsmacht die de begroting vandaag laat zien. De toekomstige minister van Buitenlandse Zaken heeft zoveel meer te doen dan alleen te passen op de winkel die Frans Timmermans straks achterlaat: welke positie wenst Nederland in de Europese Unie en op het wereldtoneel in te nemen? En hoeveel mag dat kosten?

De uitvoering van het energieakkoord dreigt zoveel vertraging op te lopen dat Nederland achteropraakt bij het realiseren van internationaal afgesproken doelstellingen op het gebied van milieu. Los daarvan vraagt de langzaam leeglopende gasbel in Noord-Nederland en de problemen die daar nu al mee zijn, een politieke visie op de toekomstige energievoorziening. De erkenning dat internationale energieafhankelijkheid te riskant is, is hier pas laat gedaan.

Het kabinet heeft tot nu toe gefaald in zijn pogingen tot reorganisatie van het binnenlands bestuur (grotere provincies, grotere gemeenten). Maar er is geen reden om het daarbij maar te laten; juist omdat de decentralisatie deel is van tal van maatregelen en dus sterk lokaal en regionaal bestuur een vereiste is.

Werk genoeg dus in de tweeënhalf jaar tot aan de volgende nationale verkiezingen die, zonder brokken, waarschijnlijk op 15 maart 2017 worden gehouden. Maar eerst is er een andere electorale hobbel. Volgend jaar zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten en aansluitend voor de Eerste Kamer. Een slechte uitslag voor een of beide partners brengt chagrijn in de coalitie en zet zo het voortbestaan van het kabinet op het spel. Maar het zou prettig zijn, na zes kabinetscrises in tien jaar, als er weer eens een kabinet in slaagt de volle periode uit te zitten. De tussenbalans voor Rutte II bevat vooralsnog geen redenen om het kabinet voortijdig naar huis te sturen.