Een schattig meisje op het droge, een killer op het water

Deze week zeilt Lilian de Geus (22) tussen de wereldtop van het windsurfen op het WK in Spanje, en ze doet mee om de prijzen. Ze is ambitieus, heeft lef en leert razendsnel. Ze was trouwens ook goed genoeg om profvoetballer te worden.

Lilian de Geus hangt tussen haar surfcollega’s Dorian van Rijsselberghe (links) en Kiran Badloe. Foto Richard Langdon, Ocean Images

Altijd waren het mannen. Eerst Stephan van den Berg, in 1984 olympisch kampioen in Los Angeles. Na een lange droogte stond Casper Bouman op, in 2006 wereldkampioen in de olympische surfklasse RS:X. En hij leerde de kneepjes van het vak aan Dorian van Rijsselberghe, olympisch kampioen van 2012.

Bij de WK zeilen voor de Cantabrische kust bij Santander, die dit weekeinde zijn begonnen, heeft Nederland met Lilian de Geus (22) eindelijk een vrouw die bij het windsurfen mee- strijdt in de wereldtop. Ook om de podiumplaatsen. „De meest getalenteerde windsurfster die ik in jaren heb gezien”, zegt Bouman, die dit jaar regelmatig met haar traint. „Ze is licht, oersterk en ze wil dolgraag winnen.”

Twee jaar voor de Spelen van Rio is De Geus definitief doorgebroken, getuige haar zilveren medaille bij testwedstrijden in de Baai van Guanabara, het olympische water. Voor het eerst sinds Dorien de Vries, die in 1992 (Barcelona) olympisch brons haalde, telt Nederland weer mee. „Het is minder een sport voor meisjes dan voor jongens”, zegt De Geus, die met haar 57 kilogram vederlicht oogt. „Het is heel fysiek, best een zware sport. Als je een beetje blessuregevoelig bent, is deze sport niet geschikt.”

In de spits bij SV Almere

Lange tijd leek de blonde Almeerse voorbestemd voor een carrière in de nationale voetbaltop, als veelscorende spits bij SV Almere, waar ze samen met haar tweelingzus Esther speelde. „We hadden een goed team, één van de beste vrouwenteams van Nederland. We speelden heel lang tegen jongensteams.”

Maar de aantrekkingskracht van het water, vooral het surfwereldje met zijn oogverblindende locaties, was groter. „Er heerst een goede sfeer onder surfers. Op het water wordt keihard gestreden, op de kant is iedereen leuk met elkaar. Na afloop barbecuen met je tegenstander.”

Tijdens de vakanties in Torbole, aan de kop van het Gardameer, hadden de zusjes van hun broers alle trucs geleerd die je op een board kunt doen, van kiten tot waven, funnen en windsurfen. Volgens Casper Bouman, die na een vergelijkbare jeugd in datzelfde Torbole wereldkampioen werd, is de combinatie van al die boards doorslaggevend voor een succesvolle loopbaan in het windsurfen. „Je ziet dat ook bij Dorian”, zegt Bouman vanuit Santander. „Als je je hele jeugd bezig bent op die kleine boards, ontwikkel je een gevoel voor water dat andere surfers missen.”

Maar De Geus is ook om andere redenen een uitzondering in het vrouwensurfen, vindt Bouman. Dat zit in haar karakter. „Ze heeft de ballen van een jongen, zeg maar. Lil heeft geen angst. Ze is niet bang om hard te gaan bij veel wind of hoge golven, ze is niet bang om te vallen. Als je andere dames probeert te pushen met veel wind, overheerst vaak de angst. Lilian wil alleen maar leren en beter worden.”

De Spelen van Londen kwamen twee jaar geleden nog te vroeg voor De Geus. Ze probeerde het wel, in een team met haar zus en Marcelien de Koning, drievoudig wereldkampioen zeilen en winnares van olympisch zilver (2008). Maar De Koning vond zichzelf als windsurfster niet goed genoeg en keerde terug naar de klassieke zeilwereld. Lilians zus haakte af om studieredenen.

Lilian bleef alleen achter na een periode waarin ze noodzakelijke lessen leerde – bijvoorbeeld hoe een topsporter moet leven. „Ik was helemaal niet gewend aan topsport, ik deed maar wat. Marcelien had allemaal sportdrankjes aan boord. Ik at veel te weinig, en de verkeerde dingen. Werd veel te licht. Ik ging altijd maar door, ook in het weekend. Zo raakte ik overtraind. Dat is mijn zwakste punt: voldoende rust nemen.”

Tussen de juiste mensen

Inmiddels zit ze in een professioneel programma van het Watersportverbond, dat via manager Jacco Koops een indrukwekkend team om haar heen formeerde. Tijdens grote wedstrijden wordt De Geus bijgestaan door de zeer ervaren Nieuw-Zeelandse surfcoach Bruce Kendall.

De Geus traint samen met de olympisch kampioene van Londen, de Spaanse Marina Alabau. Jarenlang keek De Geus tegen haar op, inmiddels surft ze haar voorbij. Mede dankzij de lessen van ad-hoctrainer Bouman, die haar begin dit jaar op Gran Canaria leerde omgaan met zwaar weer. „Vooral technische dingen”, legt De Geus uit. „Hoe gebruik je de zee, hoe beweeg je je lichaam om te accelereren op de golven.”

Dat is volgens Koops één van de geheime krachten van de „ruwe diamant”. Koops: „Ze doet veel dingen al automatisch goed. Dat is talent. Maar ze leert ook snel en past die nieuwe kennis direct toe.”

Koops denkt dat ze inmiddels zo stabiel is geworden dat ze altijd bij de beste acht vaart. Na vijf races in Santander staat ze zesde, dicht bij de medailleplaatsen. „Of ze moet ziek worden of een blessure oplopen. Maar het zou mij niet verbazen als ze in Santander het podium haalt. Het mooiste aan Lilian vind ik dat er zó veel is waarin zij kan verbeteren. Dat maakt haar heel interessant voor de toekomst. Ze moet nog ervaring opdoen met verschillende racesituaties, leren omgaan met risico’s.”

Misschien komt dat wel, zegt Casper Bouman, als De Geus ook op het persoonlijke vlak uit haar schulp kruipt. „Op het water is ze een killer, maar als persoon is ze nog wel een heel jong meisje, een beetje te schattig. Ze moet wat volwassener worden, maar dat komt vanzelf.”