Dit kabinet wilde veranderen, maar gebeurt het ook?

Het kabinet beloofde grote veranderingen in de zorg, het wonen, het onderwijs, de energie, de arbeidsmarkt. De meeste ervan komen ook. Maar niet alle beloftes zijn ingelost. Niet die over werk, bijvoorbeeld.

2007 Foto’s Peter Hilz, Martijn Beekman/Hollandse Hoogte

Dit kabinet is klaar, zo klinkt het. De ambitieuze plannen die Rutte II in november 2012 had, staan immers op de rails. Met het sluiten van allerhande akkoorden met sociale partners en constructieve oppositiepartijen, wist de regering tal van hervormingen door te voeren. Denk aan: de verhoging van de AOW-leeftijd, decentralisatie van de zorg, invoering van een sociaal leenstelsel voor studenten, verhoging van sociale huurtarieven en beperking van hypotheekrenteaftrek.

Een lange lijst kan met een groen potlood worden afgevinkt. Maar heeft het kabinet van VVD en PvdA dan al zijn ambities ingelost? Neen, luidt het eenvoudige antwoord. Al is de lijst met beloftes van de huidige regering vaak aangepast en daardoor niet eenvoudig na te gaan.

Schatkist

Het ambitieuze regeerakkoord, getiteld Bruggen slaan, is herhaaldelijk aangepast of vervangen door een nieuw politiek akkoord. Eerst schrapte men het voor de VVD toch onverteerbare plan de zorgpremies inkomensafhankelijk te maken. Dit voorjaar mocht de PvdA een zware steen verwijderen: het strafbaar stellen van illegaliteit. En met het Herfstakkoord van vorig jaar moest de coalitie concessies doen aan de C3 van D66, ChristenUnie en SGP.

Van de drie ambities die in beide programma’s staan, zijn er twee bereikt: herstel van economische groei en „solide overheidsfinanciën”. Nederland heeft na twee jaar de recessie achter zich gelaten, met voor dit jaar en komend jaar een bescheiden groei. Al is het de vraag of dat nou door kabinetsbeleid komt of door de ontwikkeling van de wereldhandel.

Waar het kabinet-Rutte II (net als overigens de twee voorgangers Rutte I en Balkenende IV) onmiskenbaar in is geslaagd, is het op orde brengen van de schatkist. Jarenlang overschreden de overheidsfinanciën de strenge Brusselse begrotingsnorm van 3 procent. Eveneens vorig jaar kwam het zogeheten EMU-saldo uit de gevarenzone, met een tekort van 2,3 procent. Voor volgend jaar verwacht het CPB een tekort van nog maar 2,1 procent. Deze prestatie van twee achtereenvolgende ministers van Financiën is zonder meer het gevolg van stevige bezuinigingen, die sinds 2011 zijn opgelopen tot 51 miljard euro.

Die kostenoperaties zitten inmiddels wel een andere wens uit het regeerakkoord in de weg: dat de pijnlijke bezuinigingen „ons op termijn in staat stellen de lasten te verlagen”. Lastendruk komt in de plannen van het kabinet niet voor, maar die is ontegenzeggelijk opgelopen. Volgens de Algemene Rekenkamer beslaan die lastenmaatregelen per saldo inmiddels 11,4 miljard euro. Dat is nét iets boven de afgesproken marges: elke begrotingsmaatregel mag voor maximaal eenderde uit lastenverzwaring bestaan, de rest moet uit bezuinigingen komen. De lastenmaatregelen zullen nog oplopen tot 19,2 miljard structureel.

Belastingen

Lasten hangen nauw samen met belastingen: lasten zíjn belastingen. En dat is inmiddels een heet (want politiek gevoelig) agendapunt van het kabinet. De ooit aangekondigde grote herziening van het dichtgeslibde belastingstelsel laat nog altijd op zich wachten. De twee regeringspartijen zijn het wel eens over de doelstelling ervan: vereenvoudiging en de lasten op arbeid verlagen, maar niet over hóé dat te bereiken. Kort nadat Eric Wiebes dit voorjaar als staatssecretaris van Financiën was aangetreden, moest hij al één concrete verbetering intrekken: de invoering van één huishoudentoeslag, in plaats van de bestaande potpourri van verschillende toeslagen.

Het akkoord met de C3 van vorig jaar bevatte een thema dat gek genoeg ontbrak in het oorspronkelijke regeerakkoord: werk. Kwamen de woorden ‘werkloosheid’ en ‘werkgelegenheid’ in het regeerakkoord nauwelijks voor (drie keer op 82 pagina’s), in het Herfstakkoord was daar aanzienlijk meer belangstelling voor (25 vermeldingen op 15 kantjes). Logisch, want de werkloosheid blijft een hardnekkig probleem voor het kabinet. Die is opgelopen tot 620.000 mensen, zo’n 7 procent van de beroepsbevolking. Inmiddels heeft het kabinet het creëren van banen tot hoofdzaak gebombardeerd.

Werkloosheid

De resultaten laten op zich wachten, al voorziet het CPB voor volgend jaar een daling van de werkloosheid tot 605.000. Dat zijn nog niet de 50.000 banen extra die het kabinet vorig jaar „op termijn” voorzag.

Vooral de beloofde „grote prioriteit” voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid levert nog weinig op. Uit de jongste cijfers van het CBS, eind augustus, bleek dat de werkloosheid daalde, maar de jeugdwerkloosheid was gestegen.

Mirjam Sterk, oud-Kamerlid voor het CDA en begin 2013 door het kabinet benoemd tot ‘ambassadeur Aanpak Jeugdwerkloosheid’, verzuchtte: „Het is belangrijk dat het kabinet in september met maatregelen gaat komen om de werkgelegenheid te stimuleren.” Dat riep het kabinet vorig jaar zelf ook.