Die ‘pragmatische’ aanpak is net zo goed politiek

Kabinetsleden depolitiseren hun beleid. Ze leiden niet, ze volgen de praktijk, vindt Floor Rusman.

Vandaag is het Prinsjesdag, dus bereid je voor op een nieuwe ronde van politieke retoriek. En let daarbij vooral op de strategie van Rutte II: depolitiseren. Het lijkt wel alsof de bewindslieden instructies hebben gekregen voor hun mediaoptredens: doe alsof je beleid geen politieke keuze is, maar de enige realistische optie.

Zo sprak Mark Rutte in zijn H.J. Schoo-lezing van vorig jaar over ‘problemen oplossen’ alsof maatschappelijke problemen puzzels zijn met maar één oplossing, waarover links en rechts het eens zijn. Edith Schippers herhaalde deze zienswijze afgelopen weekend in een interview in de Volkskrant. Over de zorg zei ze: „Je kunt alles vanuit ideologie aanvliegen. Maar dat lost voor de mensen zo weinig op. Ik wil problemen oplossen, anders vind ik er niets meer aan.”

Ook Jeanine Hennis krijgt de rillingen van visies, bleek uit een interview in NRC een jaar geleden. „Dan krijg je de neiging om luchtkastelen te bouwen. (…) Ik toon graag enige realiteitszin.” En collega Fred Teeven zei in een debat in de Rode Hoed: „Ik wil pragmatisch zijn, ik ben een bewindsman van gewoon eens een beetje kijken wat werkt.”

De boodschap is duidelijk: dit kabinet bestaat uit pragmatische aanpakkers. Maar het gaat nog verder. Niet alleen doen de bewindslieden alsof besturen een kwestie is van op de juiste knopjes drukken, ze schuiven de verantwoordelijkheid ook nog eens af op de tijdgeest. Keer op keer zeggen ze dat maatregelen nodig zijn om ‘nieuwe ontwikkelingen’ bij te benen.

In de H.J. Schoo-lezing had Rutte het al over een politiek die zich moet „aanpassen aan een nieuwe realiteit”. In de Troonrede van vorig jaar ging het over „de eisen van deze tijd”. De verzorgingsstaat zou „niet meer aansluiten bij de verwachtingen van mensen.” Tijdens een Kamerdebat over de participatiesamenleving probeerde premier Rutte ons zelfs wijs te maken dat het kabinet helemaal niet oproept tot participatie: „Dat bezielend verband komt voort uit zelfgekozen netwerken, niet omdat ik daartoe oproep.”

Minister Schippers verdedigde in de Volkskrant op soortgelijke wijze de sluiting van verzorgingshuizen. Meer mensen willen nu eenmaal thuis blijven wonen, aldus de minister: „Het beleid volgt maatschappelijke ontwikkelingen.”

En Jet Bussemaker zei bij de opening van het academisch jaar dat „bij toekomstbestendig hoger onderwijs een stelsel past dat volgt, in plaats van leidt.”

Volgen in plaats van leiden: ik vind het een vreemde houding voor politici. Als er één beroep is waarin je geacht wordt leiding te geven, is het wel dat van minister of staatssecretaris. En dat weten de bewindslieden natuurlijk zelf ook. Waarom doen ze dan alsof ze geen politieke keuzes maken? Waarschijnlijk omdat dit kabinet geen gedeelde visie heeft. Maar ook dan kun je minstens toegeven dat je verantwoordelijk bent – en dat beleid altijd politiek is.