Column

De opwinding van de jaren zestig

Dat je oud wordt, merk je als historische bijeenkomsten worden gewijd aan gebeurtenissen die je hebt meegemaakt. Laboratorium Nederland heette het aardige symposion over de jaren zestig, dat het Rijksmuseum in Amsterdam had georganiseerd in het kader van het streven zich ook als nationaal historisch museum te presenteren.

Gelukkig was ik niet de oudste aanwezige: tenslotte heb ik de jaren zestig in Amsterdam alleen als broekje van de middelbare school meegemaakt. Ik herinner me heel goed het gevoel dat we op de drempel van een nieuwe tijd stonden, omdat onze generatie veel slimmer, en ook veel artistieker trouwens, was dan die van onze ouders. We beleefden een opgetogen culturele omwenteling.

Lang zou deze sfeer niet standhouden. Wanneer mijn generatiegenoten het nu in een nostalgische bui hebben over hun opstandig verleden, gaat het meestal over latere fenomenen als Vietnam-demonstraties, de Maagdenhuis-bezetting, de kraakbeweging.

De beweging van de jaren zestig waar het in het Rijksmuseum over ging, was niet direct gericht op politieke veranderingen, constateerde de Amsterdamse hoogleraar James Kennedy terecht. Provo, ‘rookmagiër’ Robert Jasper Grootveld of Constants utopische stadsontwerp Nieuw Babylon waren onderdeel van een soort mentale revolutie, waarop het nu oubollig klinkende woord ‘ludiek’ van toepassing was en is.

Daarmee waren ze echter wel degelijk gezagsondermijnend, en droegen ze bij aan een mentaal klimaat in Nederland waarin ‘verandering’ van links tot rechts het toverwoord werd.

Wat anno 2014 opvalt, is met hoe weinig middelen deze culturele revolutie het stellen moest. De onderzoeker Peter Wever liet een reconstructie zien van de film Poème Électronique, in 1958 vertoond in het Philips Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Brussel. Philips had smaak: het paviljoen was van Le Corbusier, de muziek van het klank- en lichtspel waarvan de film deel uitmaakte, was van Edgar Varèse.

Maar de manier waarop in de film foto’s van Afrikaanse maskers, concentratiekampslachtoffers en actuele beelden dooreen gemonteerd werden voor het associatieve effect, komt het hedendaagse oog bepaald onbeholpen voor. Dit alles voltrok zich lang voordat de gehele mondiale cultuur met een click beschikbaar was, en digitale montagemogelijkheden schier onbegrensd. De schaarste speelde vaak een rol: de Rolling Stones konden onder andere goede sier maken met nummers van Bo Diddley, omdat het origineel in Europa nauwelijks bekend of beschikbaar was.

In 2014 lijkt alles toegankelijk, maar het engagerend effect of de creatieve opwinding die in de jaren zestig vanzelfsprekend leken, blijft uit. Ik sprak vorige week een jonge theatermaker die een zeer politieke voorstelling had gemaakt, maar geen politieke conclusies wilde trekken. Hij wilde slechts alles onderzoeken, zei hij, en alles zien en beleven. Maar als je uit de overdaad geen dingen isoleert of conclusies trekt, is dat toch passiviteit en een recept voor onderwerping aan degenen die de macht hebben en manipuleren – vroeg ik, kind van de jaren zestig en altijd belust op een relletje. Zelden is me een opmerking zó kwalijk genomen.