De ene na de andere tragedie op zee

Honderden doden in één weekeinde op de Middellandse Zee. Angelina Jolie: „We moeten doordrongen raken van de omvang van deze crisis.”

Een paar duizend bootvluchtelingen gered, maar honderden mannen, vrouwen en kinderen die zijn verdronken, misschien wel zevenhonderd. Een van de dodelijkste weekeinden ooit op de Middellandse Zee confronteert de Europese Unie, de gedroomde bestemming van deze bootvluchtelingen, met het feit dat de menselijke tragedie aan zijn zuidgrenzen al maandenlang onverminderd doorgaat.

Dit jaar waren er al ongeveer 2.200 mensen omgekomen op de Middellandse Zee, schat het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR). „We moeten allemaal doordrongen raken van de omvang van deze crisis”, zei actrice Angelina Jolie, ambassadeur van de UNHCR, gisteren na een bezoek aan een opvangcentrum in Malta.

Het gezagsvacuüm en de chaos in Libië waarvan mensensmokkelaars profiteren, de enorme stroom vluchtelingen voor het geweld in Syrië, en het Italiaanse besluit om de vaak gevaarlijk vol geladen bootjes geen speelbal van de elementen te laten zijn: dat zijn de drie belangrijkste factoren die hebben bijgedragen tot de enorme stijging van het aantal bootvluchtelingen. Dit jaar zijn er volgens de UNHCR al 130.000 bootvluchtelingen naar de EU gekomen, onder wie 116.000 naar Italië.

Afgelopen weekeinde was het nieuws hierover een rampenbulletin. Uit verklaringen van een handvol overlevenden werd duidelijk dat vorige week woensdag honderden mensen zijn verdronken ten zuidoosten van Malta. Een schatting spreekt van vijfhonderd doden, een andere van driehonderd.

Twee Palestijnse vluchtelingen uit Gaza vertelden tegen de Internationale Organisatie voor Migratie over hun rampzalig verlopen reis naar Europa. Ze waren op 6 september op een volgepakte boot vertrokken uit de Egyptische havenstad Damiette. Syriërs, Soedanezen, Palestijnen, Egyptenaren. Woensdag kwam er op open zee een andere boot met mensensmokkelaars langszij, die wilden dat ze op de kleinere boot overstapten. De migranten weigerden. Daarop ramden de mensensmokkelaars de volgepakte boot aan de punt, zodat deze omsloeg.

De Palestijnen vertelden dat ze een volle dag in het water hebben gelegen, de een in een zwemvest, de ander vastgeklampt aan een boei. Ze werden opgepikt door het Panamese containerschip Pegasus, dat hen naar de Siciliaanse havenstad Pozzallo heeft gebracht – het schip had al 380 eerder opgepikte bootvluchtelingen aan boord.

Slechts zeven anderen hebben deze ramp overleefd, mensen die naar Malta en Kreta zijn gebracht. Volgens de Palestijnen waren er op het omgeslagen schip vijfhonderd mensen. Andere overlevenden zouden tegen Maltese autoriteiten hebben gesproken over driehonderd mensen.

Daarbovenop komt een ramp zondagnacht net na het vertrek van een groep van ongeveer 250 bootvluchtelingen uit de Libische hoofdstad Tripoli. Door onbekende oorzaak zonk hun boot. Slechts 36 mensen konden worden gered. „Er drijven heel wat lijken in zee”, zei een medewerker van de Libische marine tegen het Italiaans persbureau Ansa.

Tegenover deze dodenlijsten stond het bericht van de Italiaanse marine dat in het kader van de operatie Mare Nostrum dit weekeinde 2.380 bootvluchtelingen levend zijn opgepikt. Sinds een grote ramp vorig jaar oktober bij Lampedusa patrouilleren Italiaanse schepen en vliegtuigen in de straat van Sicilië, tussen Noord-Afrika en Italië. Daardoor kunnen in moeilijkheden verkerende migranten sneller in veiligheid worden gebracht. Maar een onbedoeld bij-effect van deze humanitaire actie is dat het voor mensensmokkelaars eenvoudiger is geworden hun ‘klanten’ de Europese Unie binnen te krijgen.

Het onbehagen hierover groeit in Italië. Een twitteraar, Giuseppe D’Urso, schreef na de rampen: „Dit is het tragische resultaat van wie aan het Afrikaanse continent de volgende boodschap stuurt: kom, de weg naar het rijke Europa ligt open en is begaanbaar.”

Rome vraagt al maanden om een actievere opstelling van de EU. Met Brussel is afgesproken dat dit najaar de rol van Frontex, opgericht om de buitengrenzen van de Europese Unie te bewaken, groter wordt. Verder wil Rome het asielbeleid wijzigen, zodat het land van aankomst in de EU niet meteen het land van asielaanvraag is. Een andere voorstel is inrichting van opvangcentra in Noord-Afrika, zodat dáár een besluit over asiel genomen kan worden en spreiding over de EU-lidstaten beter kan worden georganiseerd.