De ene minister moet vanmiddag opletten, de ander kan wegdromen

Morgen beginnen de Algemene Politieke Beschouwingen. En dan komt er nog een traditie om de hoek kijken: alle ministers en staatssecretarissen zijn aanwezig, maar moeten hun mond houden. Wie kan het zich veroorloven om weg te dommelen en wie moet er alert zijn?

Prinsjesdag is niet makkelijk voor bewindslieden. Ze zijn gewend zelf het woord te voeren, maar deze week moeten ze hun mond houden. Eerst vandaag, tijdens de Troonrede. En vervolgens woensdag en donderdag bij de Algemene Politieke Beschouwingen, het jaarlijkse debat tussen kabinet en Tweede Kamer over de begroting en de stand van het land.

Ze moeten daar allemaal aanwezig zijn, de ministers en staatssecretarissen. Dat is usance: ‘vak K’, de sectie van het kabinet in de Tweede Kamer, is één keer per jaar volledig gevuld. De ministers zitten vooraan, de staatssecretarissen achteraan, op klapstoeltjes. Praten mogen ze niet: de minister-president voert het woord namens het hele kabinet, dat is de ongeschreven regel.

In vroeger tijden pleegden de bewindslieden die lange, saaie zit door te komen met het lezen van de krant of van beleidsstukken. Maar dat mag niet meer. Een minister van Binnenlandse Zaken die verdiept is in De Telegraaf? Dat was toch niet zo netjes tegenover de volksvertegenwoordiging.

Er zit voor de mannen en vrouwen van Rutte II de komende dagen niets anders op dan stilzitten en zwijgen. En zorgen dat de slaap niet de overhand krijgt. Al geldt dat niet voor alle bewindslieden in gelijke mate – voor de een staat komend jaar meer op het spel dan voor de ander.

Wakker blijven

Wie moeten er absoluut wakker blijven? In de eerste plaats Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD), de minister van Defensie. Zowel de Troonrede als de Algemene Beschouwingen zullen in het teken staan van het buitenlandse geweld dat ons deze zomer overspoelde: Oekraïne, Irak en Syrië, Libië. Door alle nieuwe dreigingen kantelde de discussie over het Nederlandse defensiebudget: voor het eerst in bijna een decennium krijgen de strijdkrachten er dit jaar geld bíj. Maar hoeveel stelt dat voor en wat kan de krijgsmacht daar eigenlijk mee?

Ook Jetta Klijnsma (PvdA) kan zich geen wegtrekker veroorloven. Als staatssecretaris van Sociale Zaken gaat ze over de pensioenen, en komend jaar zullen die een buitengewoon gevoelig onderwerp blijven: pensioenfondsen staan door de crisis en de vergrijzing onder druk. Klijnsma moet nieuwe regels voor de pensioenen door het parlement zien te krijgen, en ze is daarnaast een ‘nationale pensioendialoog’ gestart, waarmee ze vermoedelijk veel chagrijn over zich heen gaat krijgen.

Wie ook goed op moet letten, is Eric Wiebes (VVD). De staatssecretaris van Financiën is verantwoordelijk voor de belastingen, en daar is nogal wat om te doen de laatste tijd. Een ingrijpende hervorming van het belastingstelsel, zoals bijna alle partijen in de Tweede Kamer willen, gaat er vermoedelijk niet komen: coalitiepartners VVD en PvdA verschillen te fundamenteel van mening over verdelende rechtvaardigheid. Wiebes zal op een slimme manier de indruk moeten wekken dat het kabinet tóch iets onderneemt.

Edith Schippers (VVD) dan, de minister van Volksgezondheid? Die kan wel af en toe een kopje thee gaan drinken of een telefoontje plegen in de wandelgangen. Ze ligt weliswaar onder vuur vanwege misstanden bij de Nederlandse Zorgautoriteit, maar haar algemene beleid is tamelijk onomstreden. Wie is er niet tegen het beteugelen van de zorgkosten?

Nee, eerder is alertheid geboden voor Schippers’ staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA). Die is het komende jaar verantwoordelijk voor de meest ingrijpende zorghervorming in tijden: de overheveling van de langdurige zorg naar de gemeenten en zorgverzekeraars. De Eerste Kamer is nog niet akkoord en er is veel maatschappelijk verzet, met name tegen het sluiten van verzorgingstehuizen.

Achterover leunen

Zijn er ook bewindslieden die eventjes rustig kunnen wegdommelen? Jazeker. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) heeft de komende jaren extra ruimte op de begroting – overigens niet dankzij haar eigen kabinet maar door de inspanningen van ‘constructieve’ oppositiepartij D66. En haar belangrijkste klus, het leenstelsel voor studenten, heeft ze dit voorjaar eindelijk geklaard.

Ook minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) kan af en toe de ogen sluiten. Niet omdat er niets speelt op zijn portefeuille, integendeel. Maar al die oorlogen en internationale crises zijn voor zijn opvolger: Timmermans zal binnen een paar weken naar Brussel vertrekken om eurocommissaris te worden. Misschien kan hij die lange, saaie uren in Vak K gebruiken om zijn hearing in het Europees Parlement voor te bereiden.