Weer eens een vrouw aan de top

Met Lilian de Geus heeft Nederland voor het eerst een surfster die mee strijdt in de wereldtop. Licht, sterk, ambitieus en „op het water een killer”.

Lilian de Geus in actie tijdens het WK voor de Cantabrische kust bij Santander. Foto Rachel Jaspersen, Ocean Images

Altijd waren het mannen. Eerst Stephan van den Berg, in 1984 olympisch kampioen in Los Angeles. Na een lange droogte stond Casper Bouman op, in 2006 wereldkampioen in de olympische surfklasse RS:X. En hij leerde de kneepjes van het vak aan Dorian van Rijsselberghe, regerend olympisch kampioen.

Bij de WK zeilen voor de Cantabrische kust bij Santander, die dit weekeinde zijn begonnen, heeft Nederland met Lilian de Geus (22) eindelijk een vrouw die bij het windsurfen mee strijdt in de wereldtop. Ook om de podiumplaatsen. „De meest getalenteerde windsurfster die ik in jaren heb gezien”, zegt Bouman, die dit jaar regelmatig met haar traint. „Ze is licht, oersterk en ze wil dolgraag winnen.”

Twee jaar voor de Spelen van Rio is De Geus definitief doorgebroken, getuige haar zilveren medaille bij testwedstrijden in de Baai van Guanabara, het olympische water. Voor het eerst sinds Dorien de Vries, die in 1992 (Barcelona) olympisch brons haalde, telt Nederland weer mee. „Het is minder een sport voor meisjes dan voor jongens”, zegt De Geus, die met haar 57 kilogram vederlicht oogt. „Het is heel fysiek, best een zware sport. Als je een beetje blessuregevoelig bent is deze sport niet geschikt.”

Lange tijd leek de blonde Almeerse voorbestemd voor een carrière in de nationale voetbaltop, als veel scorende spits bij SV Almere, waar ze samen met haar tweelingszus Esther speelde. „We hadden een goed team, één van de beste vrouwenteams van Nederland. We speelden heel lang tegen jongensteams.”

Maar de aantrekkingskracht van het water, vooral het surfwereldje met zijn oogverblindende locaties, was groter. „Er heerst een goede sfeer onder surfers. Op het water wordt keihard gestreden, op de kant is iedereen leuk met elkaar. Na afloop barbecuen met je tegenstander.”

Tijdens de vakanties in Torbole, aan de kop van het Gardameer, hadden de zusjes van hun broers alle trucs geleerd die je op een board kunt doen, van kiten tot waven, funnen en windsurfen. Volgens Casper Bouman, die na een vergelijkbare jeugd in datzelfde Torbole wereldkampioen werd, is de combinatie van al die boards doorslaggevend voor een succesvolle loopbaan in het windsurfen. „Je ziet dat ook bij Dorian”, zegt Bouman vanuit Santander. „Als je je hele jeugd bezig bent op die kleine boards ontwikkel je een gevoel voor water dat andere surfers missen.”

Maar De Geus is ook om andere redenen een uitzondering in het vrouwensurfen, vindt Bouman. Dat zit in haar karakter. „Ze heeft de ballen van een jongen, zeg maar. Lil leeft geen angst. Ze is niet bang om hard te gaan bij veel wind of hoge golven, ze is niet bang om te vallen. Als je andere dames probeert te pushen met veel wind overheerst vaak de angst. Lilian wil alleen maar leren en beter worden.”

De Spelen van Londen kwamen twee jaar geleden nog te vroeg voor De Geus. Ze probeerde het wel, in een team met haar zus en Marcelien de Koning, drievoudig wereldkampioen in de 470-klasse en winnares van olympisch zilver (2008). Maar De Koning vond zichzelf als windsurfster niet goed genoeg en keerde terug naar de klassieke zeilwereld. Lilians zus haakte af om studieredenen.

Lilian bleef alleen achter na een periode waarin ze noodzakelijke lessen leerde – bijvoorbeeld hoe een topsporter moet leven. „Ik was helemaal niet gewend aan topsport, ik deed maar wat. Marcelien had allemaal sportdrankjes aan boord. Ik at veel te weinig, en de verkeerde dingen. Werd veel te licht. Ik ging altijd maar door, ook in het weekend. Zo raakte ik overtraind. Dat is mijn zwakste punt: je moet voldoende rust nemen.”

Inmiddels zit ze in een professioneel programma van het Watersportverbond, dat via manager Jacco Koops een indrukwekkend team om haar heen formeerde. Tijdens grote wedstrijden wordt De Geus bijgestaan door de zeer ervaren Nieuw-Zeelandse surfcoach Bruce Kendall, die destijds met een bronzen plak op het podium stond naast Stephan van den Berg – en vier jaar later in Seoul alsnog olympisch goud haalde.

De Geus traint bovendien samen met de olympisch kampioene van Londen, de Spaanse Marina Alabau. Jarenlang keek De Geus tegen haar op, inmiddels surft ze haar voorbij. Mede dankzij de lessen van ad-hoc-trainer Bouman, die haar begin dit jaar op Gran Canaria leerde omgaan met zwaar weer. „Vooral technische dingen”, legt De Geus uit. „Hoe gebruik je de zee, hoe beweeg je je lichaam om te accelereren op de golven.”

Dat is volgens Koops één van de geheime krachten van de „ruwe diamant” De Geus: „Ze doet veel dingen al automatisch goed. Dat is talent. Maar ze leert snel en past die nieuwe kennis direct toe.”

Koops denkt dat ze inmiddels zo stabiel is geworden dat ze altijd bij de beste acht vaart. Na vijf races in Santander staat ze zevende, dicht bij de medailleplaatsen. „Of ze moet ziek worden of een blessure oplopen. Maar het zou mij niet verbazen als ze in Santander het podium haalt. Het mooiste aan Lilian vind ik dat er zó veel is waarin zij kan verbeteren. Dat maakt het haar heel interessant voor de toekomst. Ze moet nog ervaring opdoen met verschillende racesituaties, leren omgaan met risico’s.”

Misschien komt dat wel, zegt Casper Bouman, als De Geus ook op het persoonlijke vlak uit haar schulp kruipt. „Op het water is ze een killer, maar als persoon is ze nog wel een heel jong meisje, een beetje te schattig. Ze moet wat volwassener worden, maar dat komt vanzelf.”