Column

Consultatiebureauterreur

De laatste tijd lijkt de wereld vol kinderen te zitten. Het zal de schuld van mijn eigen ergernis-antenne zijn (ik zie baby’s onverschillig aan zoals de gemiddelde westerling naar Chinezen kijkt: niet uit elkaar te houden), want cijfers wijzen anders uit: in Europa neemt de bevolkingsgroei gestaag af.

Toch voelt het alsof ze overal zijn, want waar een kind verschijnt, verandert alles in eierschalen. Stemmen schieten octaven hoger, scheldwoorden worden tot verkleinwoordjes omgebogen. De rand van een tafel steekt dreigend uit als een onthoofdingsmes en de melk moet van de moeder komen. Zij heeft 9 maanden alle mogelijke gevaren vermeden om veilig te kunnen voeden, maar o wee als haar tepel in het openbaar te zien is; misschien trekt ze wel viezerds aan.

Laatst dineerde ik met een groepje jonge ouders. Ze hadden wallen onder de ogen. Niet van het zorgen, maar van bezorgdheid.

Een verse moeder vertelde dat de eerste drie weken hemels waren. De baby sliep goed door en huilde weinig. Toen kwam het consultatiebureau op kraambezoek. Ze constateerden dat het kind niet in de wieg, maar in de draagzak sliep. Dat moest onmiddellijk veranderen. Sindsdien is het janken.

Conclusie: ze is haar kind niet genoeg ‘de baas’.

Een vader nam zijn zoontje van twee op afspraak mee naar het consultatiebureau. Daar moest het Amsterdamse joch een kip aanwijzen. Hij bleef maar naar de auto kijken. Conclusie: „Sebastiaan loopt achter.”

Een vriendin herinnerde zich dat ze als kind zeker een jaar voor doof werd aangezien omdat ze niet reageerde toen de mevrouw van het consultatiebureau achter haar ging staan en tikkend in een kopje roerde terwijl zij een puzzeltje legde. Haar moeder – alleenstaand en dus een bron om in de gaten te houden – protesteerde: „Naar mij luistert ze gewoon.” Maar nee, het bewijs was volgens de checklist geleverd.

Inmiddels is ze romancier en blij dat ze zich niet laat afleiden door roerende lepeltjes.

Ze begonnen door elkaar te praten over de stapels folders en boekwerken die je nog voor de bevalling mee naar huis kreeg. Over hoe het kind niet moet liggen, hoe het boeren moet, etcetera..

Het probleem is niet zozeer dat we lijken te geloven dat alles maakbaar is, maar dat er geen plafond van perfectie is. Zonder een heldere definitie kan het gedroomde überkind nooit worden bereikt en zullen er altijd schuldigen zijn.

De meest waarheidsgetrouwe informatie zou uit één simpele waarschuwingszin bestaan, zoals op een pakje sigaretten: de beste manier om het kind te beschermen is door het nooit tot leven te wekken.

De meeste mensen stoppen toch niet.