Robots vs. arbeidskracht - wat als een huis straks uit een printer komt?

Foto ANP

Zo goed als zeker een van de belangrijkste boodschappen van Rutte II, morgen op Prinsjesdag: meer Nederlanders moeten aan het werk. Maar ís dat er straks nog wel als een robot ingewikkelde operaties uitvoert en huizen uit 3D-printers komen? Of komen er juist meer banen bij – of terug uit Azië?

Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) organiseert over twee weken in Den Haag een congres over de invloed van robotisering op de arbeidsmarkt. Cijfers of heel exacte voorspellingen zijn er nog niet over – wel veel meningen en verwachtingen.

Robots nemen overal ter wereld arbeid over. Ook in lage-lonenlanden. Robots krijgen geen loon, en dus komen fabrieken weer terug. In Nederland zijn er ook voorbeelden van reshoring, óók omdat de loonkosten in Azië stijgen en energie duurder wordt. Philips haalde een fabriek voor scheerapparaten terug uit China. Die staat nu – gerobotiseerd – in Drachten. Het bedrijf Capi Europe, dat kunststoffen tuinvazen produceert, verhuisde zijn fabriek van China naar Tilburg.

Rijker met meer vrije tijd

Econoom en oud-PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg gaat ervan uit dat de robotisering ook raakt aan de werkgelegenheid van dokters, advocaten, notarissen, accountants. “Google kan nu al een betere diagnose stellen dan veel dokters. Het eindeloos checken dat een accountant doet, kan veel exacter door een robot worden gedaan.” Het is een natuurlijke reflex van mensen om zich tegen zulke vooruitgang te verzetten, zegt Van der Ploeg. “Maar er komen altijd weer banen bij en die worden leuker.”

Het goede nieuws voor de overheid, zegt de Utrechtse hoogleraar Maatschappijwetenschappen Peter van Lieshout, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, is dat het probleem in Nederland niet heel groot is. “Er gaan banen verloren, maar de beroepsbevolking daalt ook.”

Bouwen met een 3D printer

De toekomst ziet er uit als een dropjojo. Als dunne zwarte slierten die in laagjes op elkaar zijn gestapeld tot een groot, geribbeld object. Het is de eerste ‘steen’ van wat het eerste geprinte grachtenpand ter wereld moet worden. Een vijftien meter hoog huis met dertien kamers en een kubistisch gevelornament, geheel gemaakt van recyclebaar bioplastic.

In Amsterdam-Noord werkt het architectenbureau DUS samen met onder meer bouwbedrijf Heijmans aan het experiment.

Het huis wordt laagje voor laagje uitgespuugd door de KamerMaker, een driedimensionale printer in een rechtopstaande zeecontainer. “De temperatuur en de snelheid van het printen kun je gewoon aanpassen via een iPad”, zegt architect Hedwig Heinsman. “Je kunt er ook houtvezels in doen, dan krijg je een houtachtige structuur zoals MDF.”

Het grachtenpand is een onderzoek en wordt eerder een expositieruimte dan een woonhuis. Maar in China worden al simpele bungalows geprint van afvalmateriaal en cement voor nog geen 4.000 euro per stuk.

Verschuiving van banen

Stel dat we in de toekomst wonen in geprinte wijken en werken in geprinte kantoren. Wat betekent dat voor architecten, voor aannemers en hun toeleveranciers? Voor timmermannen, loodgieters, elektriciens en natuurlijk metselaars? En wat betekent het voor het transport, de hypotheekmarkt en ja, voor de economie?

“De werkgelegenheid in de bouw zal in de toekomst langzaam dalen”, verwacht Alma Krug, manager innovaties en marketing van Heijmans. “Maar er komt ook een verschuiving van banen naar de IT-sector en er zullen nieuwe beroepen ontstaan. De metselaar van de toekomst is misschien een monteur, die een huis opbouwt met geprinte onderdelen. Er zijn trouwens ook nu al metselrobots. Zo’n 3D-printer moet natuurlijk aangestuurd en onderhouden worden. De grondstoffen voor bioplastic, bijvoorbeeld olifantsgras, moeten verbouwd, verwerkt, verhandeld en vervoerd worden. We zullen ook minder fouten gaan maken in de bouw – de ‘faalkosten’ zijn nog altijd een grote kostenpost voor de sector.”