Column

Rijstijl

Alberto Contador en Christopher Froome reden mano a mano de allerlaatste berg op in de Vuelta. De wielrenners gingen samen uitvechten wie de sterkste was na drie weken fietsen door Spanje.

Het was een uitgelezen gelegenheid om de rijstijl van beide mannen eens te bestuderen.

Met een mooie stijl win je geen etappes - ik weet het - maar wielrennen is een sport waarbij de televisiekijker urenlang naar hetzelfde tuurt: trappende renners die keer op keer dezelfde beweging maken. Dan is het plezierig als die beweging een zekere schoonheid heeft.

De stijgingspercentages op de slotklim liepen soms op tot 18 procent. Het uiterste van hun lichamen werd verlangd. Hoe hielden de twee lijven zich bij zo’n uitputtingsslag?

De lange benen van Froome trapten in een snel tempo. De trapfrequentie lag hoog. Allemaal uitgedokterd door wetenschappers. Froome liet regelmatig het hoofd voorover hangen. Met zijn handen op het stuur bekeek hij zijn eigen benen en de digitale getallen op zijn metertje op het stuur.

Contador kleefde aan het achterwiel van Froome. De Spanjaard reed met een zwaarder verzet omhoog. Contador zweert bij souplesse. Hij gaat veel op de pedalen staan en laat zijn heupen lichtjes heen en weer swingen. Zijn vingers zitten om zijn remgrepen.

Meteen maar zeggen wie ik prefereer? Contador.

Hij komt voort uit de traditie van sierlijke klimmers. Federico Bahamontes, José Manuel Fuente, Lucien van Impe, Marco Pantani. Ze raakten in vuur en vlam zodra het asfalt omhoog liep en hadden de behoefte om te ontsnappen aan het peloton.

Alleen op de top van een berg aankomen, dat is voor een klimmer het hoogste goed.

Op vijf kilometer voor de finish deed Froome zijn zonnebril af en stopte hem in zijn achterzak. Hij keek naar Contador. Froome versnelde voor de zoveelste keer maar Contador bleef volgen. Ze reden even naast elkaar. Wat een verschil; Froome leek machinaal in elkaar gezet, Contador met de hand.

In de laatste kilometer reed Contador weg van zijn rivaal. Toen hij over de streep kwam, wees hij naar zijn rechterbeen. Onder de huid zat een bot dat twee maanden geleden brak na een val in de Tour de France. Bovendien zat er een diepe wond in zijn knie. Hij mocht weken niet fietsen. Niemand geloofde toen nog dat Contador de Vuelta zou rijden.

Na de finish vochten verslaggevers om een plekje voor hun microfoon bij de mond van Contador. Achter zijn rug probeerde Froome zich een weg te banen door de menigte. Hij moest langs het oploopje.

Over stijl gesproken, Contador kreeg van Froome twee schouderklopjes. Keurig. Zo ga je als verliezer om met de winnaar.