Prinsjesdag is onderdanige vertoning

Prinsjesdag bestaat straks 200 jaar en heet het ‘feest van de democratie’. Maar waar blijft dan het parlement, vraagt Henk te Velde zich af.

In 1814 heette de latere koning Willem I nog ‘soeverein vorst’ maar hij opende op 2 mei al wel voor het eerst de nieuwe Staten-Generaal. Er was toen nog maar één Kamer met 55 leden die bijeenkwamen in de Trêveszaal. Willem hield een toespraak over de toestand van het land en de wensen voor de toekomst, eigenlijk de eerste Troonrede.

Veel is sindsdien veranderd in het Nederlandse politieke leven, maar de dag is nog steeds een belangrijke gebeurtenis. Die wordt wel het ‘feest van de democratie’ en een ‘ontmoeting’ tussen vorst en volksvertegenwoordiging genoemd, maar wordt de democratie er eigenlijk wel gevierd? Op de enige feestdag van de politiek in Nederland gaat alle aandacht uit naar de koning en de regering. Terwijl de dag tot enkele decennia geleden gold als de jaarlijkse opening van de Staten-Generaal, zit die Staten-Generaal die dag er als passief publiek bij dat zich slechts door de keuze van hoofddeksel kan onderscheiden – en dat geldt dan nog alleen voor de dames.

In 1814 waren de verhoudingen bepaald niet democratisch maar de Kamer zei tenminste iets terug. De Troonrede werd volgens de Staatscourant door de voorzitter ‘op eene gepaste wijze beantwoord’. Veel zal het inhoudelijk niet om het lijf hebben gehad en onderdanig was het waarschijnlijk ook. Op 21 september 1815 werd voor het eerst de Staten-Generaal met twéé Kamers geopend en begon het onmiddellijke antwoord op de Troonrede zo: ‘De Staten-Generaal van Uw Koningrijk brengen aan de voeten Uwer Majesteit de betuigingen over van hunnen eerbied en van hunne onbegrensde verknochtheid.’ Zo antwoordt de Kamer nu niet meer. De Eerste Kamer leverde nog tot 1945 een officieel, schriftelijk ‘Adres van Antwoord’. In de Tweede Kamer was dat kort na 1900 afgeschaft en namen in de loop van de tijd de Algemene Politieke Beschouwingen die plaats in.

Terwijl de politiek in Nederland democratiseerde werd het plechtige en monarchale karakter van de dag verder benadrukt. Tot 1904 las de koning(in) de Troonrede voor in de Tweede Kamer – waar tot die tijd ook een troon stond. De vorst kwam dus op bezoek bij de Kamer, maar vanaf dat jaar vindt de bijeenkomst in de Ridderzaal plaats en is veel onduidelijker wie nu bij wie een bezoek aflegt. Ook het ritueel is absoluter geworden. In het verleden werd de Troonrede wel eens namens de vorst voorgedragen; dat die het niet in eigen persoon doet, tenzij in noodsituaties, is nu ondenkbaar geworden. Ook is tegelijk met de democratisering van de politiek de Gouden Koets het enig denkbare vervoermiddel geworden. Het verhoogt allemaal het aanzien van de dag, maar ook van de democratie?

Op Prinsjesdag zelf werd de Staten-Generaal een zwijgend decor voor het voorlezen van de Troonrede. Zoals Marijke Vos, toen GroenLinks-Kamerlid, enkele jaren geleden zei: ‘Nou, daar zit je dan. Gehakt en gelakt en all dressed up. Je bent redelijk nutteloos en overbodig op Prinsjesdag als eenvoudig Kamerlid. De show is geheel voor het Koninklijk Huis en de fractievoorzitters. Alle anderen zitten er vooral als decorum bij.’ Zelfs de fractievoorzitters komen alleen in interviews aan het woord. Vroeger werden de Algemene Politieke Beschouwingen, die in feite het antwoord op de Troonrede en de Miljoenennota zijn, later in het jaar gehouden, sinds de jaren negentig beginnen ze de dag na Prinsjesdag. Daarmee is in theorie duidelijk hoe nauw de samenhang is, maar gek genoeg blijkt uit de berichtgeving over het ‘feest van de democratie’ en de politieke verslaggeving over de dagen erna vrijwel niet dat de twee onlosmakelijk samenhangen. Tot 1983 was de functie van Prinsjesdag de officiële opening van het parlementaire jaar, sindsdien wordt dat jaar niet meer officieel geopend en draait de dag alleen om de Troonrede.

Als Prinsjesdag echter niet alleen het feest van de koning en de regering maar werkelijk een democratische gebeurtenis is, dan moet de volksvertegenwoordiging op de dag zelf een actieve rol krijgen.

De Algemene Politieke Beschouwingen beginnen nu de dag erna, waardoor die geheel gescheiden zijn van Prinsjesdag. Zou het niet mooi zijn om bij de tweehonderdste Prinsjesdag het feest van de democratie werkelijk te gaan vieren en te besluiten om voortaan de Algemene Politieke Beschouwingen meteen na de Troonrede te laten beginnen?

Na lezing van de Troonrede keert de koning huiswaarts voor de balkonscène. In de tussentijd begeven de leden van de Tweede Kamer zich naar hun plenaire vergaderzaal waar de Algemene Politieke Beschouwingen meteen beginnen nadat de koning op Noordeinde is teruggekeerd. Zo wordt meteen duidelijk dat de dag om de volksvertegenwoordiging draait en kunnen de fractievoorzitters hun eerste reacties geven in het debat in de Kamer zelf. Rest de vraag of het debat met of zonder hoedje wordt gevoerd.