Na Zwarte Piet moet ook de Gouden Koets anders

Dat de rechter Zwarte Piet kwetsend vindt, heeft gevolgen voor het uiterlijk van de Gouden Koets, vindt het Platform Slavernijverleden.

Fragment uit Hulde der Koloniën van Nicolaas van der Waay (1855-1936) Foto Evelyne Jacq

Misschien kennen we Zwarte Piet over vijftig jaar alleen nog als een historisch verschijnsel. En stel dat we in 2064 nog in een monarchie leven, zal de Gouden Koets op Prinsjesdag dan nog rijden?

Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden, vecht al jaren tegen het ceremoniële ritje op de derde dinsdag van september. Het gaat om het negentiende-eeuwse zijpaneel op de Gouden Koets, ‘Hulde der Koloniën’ van Nicolaas van der Waay (1855-1936). Hij schilderde halfnaakte Afrikaanse en Indonesische mannen die zich onderwerpen aan het Koninklijk Huis en tropische waren aanbieden.

„Het is de verheerlijking van de slavernij en het kolonialisme”, vindt Biekman. „Terwijl de Verenigde Naties slavernij als een misdaad tegen de mensheid hebben bestempeld.”

Nu ziet het platform een nieuwe kans om de Gouden Koets te stoppen: de uitspraak tegen de Sinterklaasintocht met Zwarte Pieten.

De Rechtbank Amsterdam besloot in juli dat de gemeente te „onzorgvuldig” is geweest bij het verlenen van een vergunning voor de intocht. De rechter achtte het stereotype van Zwarte Piet kwetsend en een inbreuk op het privéleven. De Raad van State wil in november een definitieve uitspraak doen. „Als jurisprudentie heeft de uitspraak die er nu ligt al betekenis”, zegt Biekman. „Maar als de Raad van State straks bevestigt dat Zwarte Piet kwetsend is voor zwarte mensen, wat denkt u dat dan de consequenties zijn voor de Gouden Koets?”

In 2011 sprongen de media even op de Gouden Koets toen het platform, het Comité Nederlandse Ereschulden en Kamerleden van de SP en GroenLinks een kritisch opiniestuk in deze krant schreven. Daarna werd het stil en ging Biekman achter de schermen door met brieven sturen aan de politiek en instanties. Maar alle deuren blijven dicht, blijkt uit correspondentie van het platform.

Biekman vroeg premier Rutte, zijn ministers en de Tweede Kamer destijds om het paneel in een museum onder te brengen en om samen een nieuwe schildering te bedenken. „Bizar” noemde de premier de discussie vervolgens in een persconferentie. „Het herschrijven van de geschiedenis door de Gouden Koets te vernielen, daar ben ik niet voor”, zei hij.

Een paar maanden later stuurde Rutte nog een antwoord – zonder een woord over de Gouden Koets. De „gelijkwaardigheid van alle mensen” staat voor dit kabinet centraal, schreef de premier. Maar het kabinetsbeleid werd „op dit punt” niet gewijzigd.

Het platform vroeg ook de Koning zelf om de koets op stal te zetten. Maar Willem-Alexander kan „geen verdere tussenkomst verlenen”, staat in een brief van eind maart. De delicate kwestie valt onder de „ministeriële verantwoordelijkheid”. En het ministerie van Algemene Zaken heeft besloten de correspondentie „te staken”.

Het platform schreef de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Uitspraken doen over het regeringsbeleid valt niet binnen mijn bevoegdheden, antwoordde hij.

Een jaar geleden vroeg Biekman vervolgens het College voor de Mensenrechten om een uitspraak over de koets. In april, acht maanden later, was er nog geen antwoord. Het college was de brief kwijtgeraakt en bood excuses aan, vertelt Biekman. Het college noemt het „spijtig” dat er nog altijd geen reactie is gekomen.

„Wij hebben tot nu toe steeds de Koninklijke weg bewandeld. Wij zijn ook helemaal niet tegen de Koning. Maar je kunt je niet eerst zo’n koets rijden en je daarna in een Troonrede richten tot alle Nederlanders.”