Klein leed in Huis Doorn

Foto van de Nederlandse spionne Mata Hari op de nieuwe expositie over WOI in huis Doorn. Foto Theo Scholten

Het eerste object op de expositie over Nederland en de Eerste Wereldoorlog in Huis Doorn heeft weinig met die oorlog te maken. De imposante Mercedes Benz Nürburg 500 uit 1933 – met vloerverwarming, bepantsering en telegraaf – is wel een passende verwijzing naar de oude functie van de tentoonstellingsruimte, de voormalige garage van keizer Wilhelm II.

Huis Doorn was het ballingsoord van Wilhelm, van zijn vlucht na de oorlog tot aan zijn dood in 1941. Het huis is een tijdcapsule: de oorspronkelijke inrichting is nog helemaal intact. Als museum leidde Huis Doorn een kwijnend bestaan. Er was geen plan voor de toekomst, de rijksbijdrage werd gehalveerd, sluiting dreigde.

Anderhalf jaar later is Huis Doorn de ‘plaats van herinnering’ voor Nederland en de Eerste Wereldoorlog. Het paviljoen met de tentoonstelling Tusschen twee vuren werd 4 september geopend door prinses Beatrix. Er komen lezingen, lesbrieven, publicaties, en een ‘landelijk coördinatiepunt’.

Directeur Herman Sietsma memoreerde het in zijn openingsspeech: lange tijd deed de periode 1914-1918 er niet zo toe in Nederland. Europa stond in brand, maar in ons neutrale landje gebeurde weinig, was de gedachte. Doel van de expositie is om te laten zien dat de oorlog ook voor Nederland wel degelijk ingrijpend was, ook zonder strijd op eigen bodem.

Vijf thema’s tonen de ontwrichting van een land dat zijn best moest doen om neutraal te blijven. Vier jaar lang waren duizenden mannen gemobiliseerd, wachtend op een oorlog die niet kwam. Eén miljoen Belgische vluchtelingen werden opgevangen in vluchtoorden, Engelse en Duitse soldaten op Nederlands grondgebied werden ontwapend en geïnterneerd. Schaarste leidde tot smokkel. De pers was gepolariseerd, de politiek vreesde dat gekleurde berichtgeving de neutraliteit zou schaden. De expositie eindigt met ‘Rood versus Oranje’: de mislukte revolutie van de socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra en het herwonnen vertrouwen in de monarchie.

De makers verdienen respect voor de hoeveel informatie die ze in 250 vierkante meter hebben weten te krijgen. Het is veel maar het is behapbaar. Spotprenten, krantenpagina’s, uniformen en andere objecten vullen de teksten aan. Een tijdlijn biedt context. Een van de ontwerpers wilde vliegtuigjes boven de bezoekers laten vliegen, maar daar was geen budget voor.

Juist omdat Nederland neutraal was, biedt Tusschen twee vuren een zinnige aanvulling op alle andere informatie over WOI. Hier draait het niet om de oorlog zoals we hem kennen: de gruwelen van de loopgraven of de teloorgang van het oude Europa. Hier gaat het om de afgeleide gevolgen. Klein leed, vergeleken met elders, maar historisch gezien ook relevant.