‘Ja voor onafhankelijkheid, ja voor betere toekomst, ja, ja, ja!!’

In het Labour-bolwerk geeft de grote arme achterban donderdag de doorslag.

Vanuit alle hoeken komen ze aan, als een zwerm bijen. Jong, oud, socialisten, idealisten, kunstenaars, oud-scheepsbouwers. Yes op T-shirts, buttons, stickers, posters, petjes. Tientallen worden al snel honderden. „Ja voor onafhankelijkheid! Ja voor een betere toekomst! Ja! Ja! Ja!”, scanderen ze. Binnen enkele minuten is het stampvol rond het standbeeld van Donald Dewar, Schotlands eerste premier, in het centrum van Glasgow.

Als het louter om aanwezigheid op straat zou gaan, zijn de voorstanders van een onafhankelijk Schotland in Glasgow overduidelijk in de meerderheid. Als dat enthousiasme zich donderdag tijdens het referendum ook in winst vertaalt, is de voorspelling gerechtvaardigd dat Yes Scotland kan winnen. Want Glasgow is met 598,830 inwoners de grootste stad van Schotland. Bovendien is Glasgow traditioneel een Labour-bolwerk, en het is die achterban die het referendum gaat maken of breken. Conservatieven en Liberaal-Democraten zijn meest unionisten, de aanhang van de Scottish National Party (SNP) en de Groenen zijn nationalistisch. Labour-kiezers zijn over te halen. De SNP wist dat bij de verkiezingen in 2011 ook te doen.

De valstrik is het verleden geen garantie biedt. Bij gewone verkiezingen ligt de opkomst in Glasgow rond 40 procent, nu wordt ruim het dubbele verwacht. Meer dan 180.000 Schotten die nooit of sinds de jaren tachtig niet meer stemden, hebben zich nu bij het kiesregister aangemeld. Er zijn dus kiezers van wie peilingbureau’s geen idee hebben in welk kamp ze zitten.

Zij moeten gevonden en overgehaald worden, net als ontevreden Labour-stemmers. En er is, schrijft John Curtice, hoogleraar politiek aan Strathclyde University op zijn blog What Scots Think, „een sterke suggestie dat degenen die in armere wijken wonen, neigen naar onafhankelijkheid. Misschien omdat ze het gevoel hebben dat ze minder te verliezen hebben.”

Iedere avond gaan de voorstanders van onafhankelijkheid daarom naar working class-buurten, sociale woningbouwcomplexen, wijken waar generaties na generaties niets merkten van economische bloei. Waar men teleurgesteld is in de gevestigde politiek: een sentiment dat zich ook in andere delen van het Verenigd Koninkrijk heeft vertaald in politieke apathie of het stemmen op een alternatief voor Londen. Glasgow heeft veel van zulke wijken.

Op donderdagavond verzamelen 35 enthousiastelingen zich in het kantoortje van Yes Cathcart. Ze wonen in dit kiesdistrict: een leraar, een pas afgestudeerde student, een eindredacteur van boeken, een Welsh parlementslid van de nationalistische Plaid Cymru, die de Schotten komt helpen. Stewart McDonald en Kirsty McAlpine, assistenten van het Schotse SNP-parlementslid James Dornan, delen folders, tassen, posters, buttons en stickers uit. Ieder groepje van vier krijgt een deel van het kiesdistrict toebedeeld; Stewart neemt zelf Castlemilk, in Zuidoost-Glasgow.

Het is zo’n wijk waar de ene voortuin bestaat uit zwerfvuil, onkruid en huishoudelijke apparaten, en in de ander hele families genieten van deze zonnige herfstavond. Waar de ene flat naar boenwas ruikt, de andere is afgebladderd. Waar straatschoffies bedelen om buttons en stickers – alsof de lantarenpalen nog niet vol zitten met Yes. En voorbijgangers toeteren om hun sympathie te tonen. „We gaan voor een aardverschuiving”, roept er één.

„Je zult m’n antwoord niet leuk vinden, maar ik stem ‘ja’”, zegt een moeder van vijf tegen campagnevoerder Neal Stewart. „Ik spreek je niet tegen”, antwoordt hij. Er volgt een gesprek over de gehate belasting op overtollige kamers in sociale woningen (bedroom tax). Aan de deuren hier geen vragen over de munt – het onderwerp waar de politici zo graag over spreken. Maar over bijstand en gezondheidszorg.

Tegenstanders van onafhankelijkheid in Glasgow moet je zoeken. Op vrijdagochtend trekt een groepje van deur tot deur in de wijk Baillieston, in het oosten van de stad. Ook dit is geen rijke wijk. Maar hier rijtjeshuizen, waar bankstellen in de voortuin hebben plaatsgemaakt voor geraniums, dahlia’s en tuinornamenten.

Het verschil met Yes is meteen zichtbaar: Thomas Kerr heeft geen kantoortje, hij voert campagne vanuit zijn slaapkamer bij zijn ouders thuis. Waar de concurrentie een even groot kiesdistrict uitkamde met 35 man, moet hij het doen met zeven vrijwilligers – die geen van allen uit de wijk komen. Op de verzamelplaats worden gauw de No Thanks-buttons opgespeld.

Het enthousiasme is er niet minder om, het gevoel dat het donderdag erop of eronder is, ook niet. De 18-jarige Alan Henderson heeft vrijgenomen van zijn werk in een callcenter om kiezers aan te spreken over deze „monumentale beslissing”. Gepensioneerd zangeres Miriam Smith zegt: „Dit is een nachtmerrie: ik kan nauwelijks geloven dat ik dit moet doen.” Ze zal het de daaropvolgende uren vaker zuchtend zeggen, ook tegen kiezers.

Zij zijn het vaak met haar eens. „Men had Alex Salmond nooit mogen toestaan dit referendum uit te schrijven. Het maakt me misselijk”, zegt een huisvrouw die haar stofzuigen onderbreekt voor een gesprekje. Haar meerderjarige zoon, duidelijk net wakker, steekt zijn hoofd om de voordeur en roept: „Stem ja. Ja voor vrijheid.” Zijn moeder zucht: „Ik ben opgehouden hem om te praten.”

Bij huizen met een Yes-poster – en dat zijn er nog al wat – klopt de groep niet aan. Het heeft geen zin, zegt student Rory O’Sullivan. „Dat zijn fanatiekelingen, zij zijn toch niet over te halen.” Hij zegt: „Zij verkopen een droom, wij de werkelijkheid.”

Andersom probeert Yes wel de tegenstander te bekeren. In zijn T-shirt met No Thanks is Fraser Ivan (17) een makkelijke prooi. Als hij langs het standbeeld van Dewar loopt, wordt hij belaagd door drie ja-stemmers. Hun vingers prikken bijna in zijn borst. Dichter-, en nog dichterbij komen ze. Steeds luider verwoorden ze hun kant van de zaak. Hij houdt zich staande. Met gevoel voor understatement zegt hij later: „Ze zijn een beetje emotioneel.”

Overal in Glasgow zie je dergelijke verhitte debatten. Tussen vrienden, en tussen totaal onbekenden. De eigenaar van een restaurant probeert zijn serveerster te overtuigen van een ‘nee’, in een pub praat vrijwel ieder tafeltje over Schotlands toekomst, en niet alleen de taxichauffeur begint over onafhankelijkheid, ook een buspassagier, een schilder, zijn zoon.

Het laat zien hoe het referendum ertoe doet. Niemand is immuun; niemand kan het zich veroorloven geen mening te hebben. En beide kampen hopen dat die passie zich vertaalt in verkiezingswinst.