Het Gala: precies de juiste balans tussen ironie en glamour

‘We vieren feest’, zong presentator Rick Paul van Mulligen, ‘we vieren feest!’, en al droop dat hilarische openingsnummer van zelfspot en ironie, het was wel waar. Het Gala van het Nederlands Theater, waarop jaarlijks belangrijke toneelprijzen als de Louis en Theo d’Or worden uitgereikt, is het moment waarop de toneelsector zichzelf even kan en mag vieren – soms tegen de klippen op. De afsluiting van het Nederlands Theaterfestival in de Stadsschouwburg Amsterdam heeft sinds vorig jaar nog maar eentiende van zijn vroegere budget, en moet bovendien geheel uit kaartverkoop worden gefinancierd. Van Mulligen troostte de toeschouwers die zelf een kaartje hadden moeten kopen (à 25 euro), en beloofde straks lekkere hapjes „van de voedselbank”. Steeds opnieuw kwam hij in weer een andere, gesponsorde, outfit op voor een lied, terwijl tussendoor de prijzen werden uitgereikt. Het serieuze toneel heeft een moeizame verhouding tot glamour, maar Van Mulligen behield precies de juiste, precaire balans tussen vrolijk spektakel en venijnig commentaar.

Dat laatste boden ook Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van de Warme Winkel, die, verkleed als de personages uit hun voorstelling Achterkant, de bijrolprijzen Arlecchino en Colombina uitreikten. Geniaal vuilbekkend beledigden zij alles en iedereen, van het moeizaam geformuleerde juryrapport, tot alle genomineerden – tot grote hilariteit van de zaal. Halina Reijn en Hans Kesting, die daarna hoofdrolprijzen Louis en Theo d’Or uitreikten, deden dit vervolgens weer met de statigheid van een Oscaruitreiking. Zo laveerde de avond volmaakt tussen ironie en ernst.

Een hoogtepunt was het ontroerende, ovationele applaus voor de inmiddels gepensioneerde speldocent René Lobo (Prosceniumprijs), die vele generaties aanwezige acteurs ooit les gaf. Hij liet nog even zien hoe het moet, door zijn dankwoord zonder microfoon de zaal in te galmen. „Oefening, dames en heren!” Dieptepunt was het toespraakje van Kamerlid Mei Li Vos, die de theatervormen mime (beeldende voorstellingen) en pantomime (uitbeelding door lichaamstaal) door elkaar haalde, en hoon oogstte met haar tip aan acteurs om politici mimeles te gaan geven.

Met de winnaars, tot slot, kon niemand het oneens zijn, zelfs als je, zoals deze krant, bij sommige van de voorstellingen bedenkingen had. Jacob Derwig, bekroond met de Louis d’Or voor zijn rol van George in Who’s afraid of Virginia Woolf, bedankte regisseur Erik Whien. „Bedankt dat we in deze ‘oerversie’ alle verdriet en venijn omhoog hebben gewoeld, alle humor, haat, en hoop.”

En als er al hoop bestaat voor Martha en George, de iconen van de echtelijke oorlog, zei Derwig, dan moet er hoop zijn voor de mensheid.