Gevaarlijke realpolitiker

Martijn Nieuwerf (1966) was, net als Derwig, medeoprichter van collectief ’t Barre Land, waarmee hij ruim vijftig voorstellingen speelde. Daarnaast speelt Nieuwerf in talloze films en televisiseries, zoals De Zevensprong,Flikken Maastricht, Gooische Vrouwen.Sonny Boy enDe Gelukkige Huisvrouw. Foto Roel van Berckelaer

Hij bezit een dodelijke redelijkheid, de schrijver Cherea, in Albert Camus’ Caligula. Tegenover de gloedvolle hartstocht en waanzin van keizer Caligula stelt hij koele, beredeneerde ernst. Caligula omarmt de absurditeit en willekeur van het bestaan door grillig en willekeurig te gaan moorden. Hij is explosief, onberekenbaar. Maar Cherea zegt: „Ik hou mezelf het liefst in de hand.” Caligula constateert dat de mensen sterven en niet gelukkig zijn; Cherea houdt van het leven en zoekt juist het geluk.

Naast de emotionele, wankele en soms hysterische Vincent van der Valk als Caligula plaatst regisseur Thibaud Delpeut in zijn productie bij De Utrechtse Spelen een nuchtere, evenwichtige en overtuigende Martijn Nieuwerf als Cherea. Delpeut maakt van hem een eigentijdse realpolitiker, een Wouter Bos, een Tony Blair: met precies dat goeie pak en het glasheldere betoog. Een mooie vondst. Voor zijn fraai terloopse en toch meeslepende invulling krijgt Nieuwerf (1966) de Arlecchino voor beste mannelijke bijrol.

Knap is hoe Nieuwerf de soms taaie, essayistische frases van Camus aangenaam alledaags kan laten klinken, en ze zo begrijpelijk maakt. Zijn Cherea argumenteert weloverwogenen geduldig, je moet het wel met hem eens zijn. Opmerkelijk daarbij is Nieuwerfs onnadrukkelijke, bijna ontheatrale spel. Bij zijn eigen collectief ’t Barre Land was dat natuurlijk het dogma – het maken van transparant, gedeconstrueerd toneel – maar in deze meer conventionele voorstelling is het een aangename verrassing.

Redelijkheid is misschien wel het moeilijkst te spelen – het tegenovergestelde van het grote gebaar; aan het andere uiterste van ijdel. Maar onnadrukkelijk wil niet zeggen: onopvallend. De lucide wijze waarop Nieuwerf een uiterst intrigerend personage weet neer te zetten, is uitzonderlijk. Zijn Cherea is charmant, en ook verraderlijk verleidelijk. Want hoe onbetwistbaar Cherea’s logica ook is, onbetrouwbaar is hij ook. Onder het vernis van de realpolitiker dreigt immers altijd de machiavellist.

Uiteindelijk is Cherea degene die Caligula doodt. Een redelijke moord, maar toch: een moord. „Nieuwerf voorziet zijn personage van een koele, doelgerichte vastbeslotenheid waarmee Cherea meer dan opgewassen is tegen ’s keizers grillen”, schrijft de jury. „Sterker nog, hij schept op onnadrukkelijke maar o zo knappe wijze een tegenkracht die bijkans gevaarlijker is dan de machinaties van de wreedste heerser.”