Gergjev: geen protesten, wel topconcerten

in Rotterdam verliep rimpelloos, alleen violiste Lisa Batiashvili ‘protesteerde’ met een Requiem voor Oekraïne als toegift

Dirigent Valery Gergjev backstage in de Doelen, afgelopen vrijdag bij de opening van zijn Gergiev Festival.Foto Robin Utrecht

Zou er protest zijn tegen de Russische politiek in Oekraïne? Die vraag hing rond het 19de Gergiev Festival, dat echter rimpelloos verliep. Het enige tegengeluid kwam van violiste Lisa Batiashvili: zij speelde als toegift het Requiem for Ukraine dat de Georgische componist Igor Loboda afgelopen juni schreef. Na haar vitale uitvoering van Prokofjevs Eerste vioolconcert, met Gergjev op de bok, kwam dat statement onverwacht en het was zeer krachtig.

Het festivalthema ‘Eerste Wereldoorlog’ had in het licht van de gebeurtenissen in Oekraïne een wrange bijsmaak. Zeker gezien de controversiële opvattingen van de naamgever, de voormalige Rotterdamse chef-dirigent Valery Gergjev, en diens onvoorwaardelijke steun aan Poetin. Dat minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten vorige week per direct zijn lidmaatschap van het comité van aanbeveling van het Gergiev Festival neerlegde vanwege het ministeriële verbod op nevenfuncties, wekte sterk de indruk samen te hangen met het feit dat zijn betrekking werd uitgelegd als impliciete steun aan het Russische regime.

Maar muziek en politiek bleken gescheiden werelden, en muzikaal bood het Gergiev Festival wat je ervan verwacht: hoogstaande symfonische uitvoeringen, met de nadruk op Russisch repertoire, Gergjevs specialiteit, en een origineel randprogramma. Met dixieland en een absintbar in de foyer herleefden in de Doelen de jaren tien.

De keuze om muziek van rond de Eerste Wereldoorlog bijeen te brengen pakte goed uit, met werk van onder meer De Falla, Bartók, Richard Strauss en Jacques Ibert. Zo stuitten de programmeurs ook op Nikolaj Mjaskovski, die in de jaren dertig gold als een van de grootste Russische componisten van zijn tijd en bovendien gewond was geraakt aan het Oostfront. Een intrigerende kennismaking, maar zijn episodische Vierde symfonie uit de laatste oorlogsjaren maakte duidelijk dat Mjaskovski niet geheel onterecht in vergetelheid is geraakt: hij mist een lyrische gave en de aaneenschakeling van climaxen op een chromatisch thema was nogal voorspelbaar.

Traditiegetrouw verzorgde het Orkest van het Mariinsky Theater uit Sint Petersburg, waarvan Gergjev chef-dirigent is, een van de drie symfonische concerten. Vooral met de Twaalfde symfonie van Sjostakovitsj, kernrepertoire voor orkest en dirigent, maakten zij indruk. Dit dubbelzinnige werk over de revoluties van 1917 – Sjostakovitsj’ opdracht was een verheerlijking van Lenin, maar diens portret laat zich ook allerminst flatteus uitleggen – bewoog met gracieus uitgevoerde schakelingen onontkoombaar naar zijn daverende slot.

Die coherentie ontbrak een dag eerder bij Janáceks Taras Bulba, waarvan het betoog nogal brokkelig was. Daar stond een spetterende uitvoering van Ravels Pianoconcert voor de linkerhand tegenover – gecomponeerd voor pianist Paul Wittgenstein, die zijn rechterarm verloor in de strijd. De jonge Yeol Eum Son vertolkte de solopartij stijlvol en met elan. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest, niet vrij van trubbels, bleek muzikaal in blakende vorm.

Ensemble Calliopée bracht een bijzonder leuk kamermuziekprogramma waarin vrouwen – als componist, muze of moeder – de leidraad vormden. Het door hen ontdekte Pianokwintet van de totaal onbekende Durosoir bleek tijdsgebonden, maar Pie Jesu, dat Lili Boulanger dicteerde op haar sterfbed, ontsteeg het tijdelijke op grootse wijze.

Het Kronos Quartet speelde Beyond Zero: 1914-1918, een indrukwekkende multimediavoorstelling met nieuwe muziek van Aleksandra Vrebalov en een collage van oude filmbeelden van Bill Morrison. Zo sloot het festival af met een indringend en beklijvend beeld: dat van de tijdloze waanzin van oorlog.

Overigens zinspeelde Gergjev zondagavond met zijn toegift ook alvast op een lichtere toets voor de volgende editie: na het krijgsgewoel van Sjostakovitsj klonk de stralende Prelude van het eerste bedrijf van Wagners Lohengrin.