Elfde plaat van Opeth is een meesterwerk

Elf albums bracht de Zweedse metalband Opeth uit, maar geen was zo controversieel als de vorige, Heritage, uit 2011. Die plaat was verfijnd en symfonisch, waar er voorheen van dikker hout planken werden gezaagd. Geen grunts meer, maar alleen nog cleane zang. Was het nog wel metal wat ze maakten? Of is het nu eigenlijk ‘progrock’?

Opeth was altijd al verfijnd en symfonisch, grommende grunts of niet. Maar Mikael Åkerfeldt, zanger, gitarist en brein van de band, wilde met Heritage vooral heel graag níét doen wat anderen van hem vroegen (harder, sneller). Hij maakte de plaat die hij zelf wilde maken, maar bouwde zijn kunstwerk op frustratie. En dat kon je horen; Heritage miste focus.

Maar de nieuwe, elfde plaat Pale Communion klinkt als een bevrijding. Deze plaat is een meesterwerk. Waar Heritage te weinig zout en te weinig zoet was, is Pale Communion perfect in balans, gekruid met alles wat Opeth spannend maakt: de uitgesponnen composities, de intelligentie en fijngevoeligheid.

Het album begint met het mooi opgebouwde Eternal Rains will Come. De band brengt ritme, in bijvoorbeeld het stampende Cusp of Eternity, en het instrumentale Goblin is een avontuur van een nummer, met mellotrons die samen met gitaarlijnen alle kanten opvliegen – zoals de legendarische Italiaanse band Goblin. De band brengt net genoeg (en niet te veel) melancholie, in het ingetogen Elysian Woes en in de dijk van een middenschip op het album, Moon Above, Sun Below – vol prachtige zanglijnen en melodieën.

Mis je metal? Luister naar de solo’s van gitarist Fredrik Åkesson, die nu echt z’n draai lijkt te hebben gevonden, zoals in River. En humor is er ook, in de verwijzing naar het duistere intro van de oude plaat Blackwater Park, dat nu in Voice of Treason terugkomt. Waar dat toen escaleerde in snoeiharde death metal, stijgt het hier naar een soort lief plofje, gevolgd door de bedwelmende, en gegroeide zang van Åkerfeldt.

De teksten liggen wat zwaar op de maag, maar voor de muziek geldt dat zeker niet. Pale Communion is in balans: geen lichtgewicht, maar wel een vriendelijk en uitnodigend album.

Waar de plaat hard in is, is in het de mond snoeren van de rockpolitie, die de band een bepaalde richting op wilde sturen. Åkerfeldt zei het zelf zo: „Wij rebelleren tegen metal, maar alleen maar omdat we er zo van houden. Volgens mij is onze instelling metal.”