Dialogue intérieur

Illustratie Olivia Ettema

Ik heb een zwak voor boeken waarin de lezer een discussie aangaat met de schrijver. Soms beperken die discussies zich tot verwijzingen, bijvoorbeeld naar een andere bladzijde of naar verwante publicaties.

Leuker vind ik gebruikssporen die wijzen op ergernis, zeker in oude boeken. Hedendaagse lezers die van mening verschillen met een auteur kunnen dit bijvoorbeeld uiten in een blog. Of, om het nog moderner aan te pakken: ze kunnen meteen gaan tieren en dreigen op Twitter.

Vroeger demonstreerden lezers hun ergernis onder meer met vraagtekens en uitroeptekens – de belangrijkste emoticons uit het pre-digitale tijdperk. De betekenis van het uitroepteken (roerend mee eens of juist volkomen mee oneens) blijkt soms pas uit aanvullende kreten als „Onzin!” of „Nonsens!!”

Onlangs stuitte ik op een oud boekje waarin de ergernis nader wordt onderbouwd: met boze kanttekeningen, soms in combinatie met reeksen ??? en !!! Ze staan in Over vrouwen voor vrouwen, in 1899 gepubliceerd door Jan Holland.

Jan Holland was een van de pseudoniemen van Anne Johannes Vitringa (1827-1901), rector van een gymnasium in Deventer en later hoogleraar aldaar. De getergde lezer, zo blijkt uit een naam op het omslag, is naar alle waarschijnlijkheid mevrouw J. M. Tydeman.

Tydeman was een tijdgenote van Vitringa en onder meer bestuurslid van een tuchtschool voor jongens. Wellicht hebben zij elkaar gekend.

Vitringa schreef aan het eind van de 19de eeuw diverse boeken onder het pseudoniem Jan Holland. De meeste deden het goed bij het publiek. „Ze zijn vol humor en vernuft”, meldt een biografisch naslagwerk, „vaak ook vol bittere satire, vooral als hij het heeft over de samenleving. Niets wordt dan gespaard; hij zwaait zijn scherpe roe naar alle kanten. School, kerk, staat worden over den hekel gehaald.”

In Over vrouwen voor vrouwen zwaait Vitringa, die het boekje opdraagt aan zijn lieve echtgenote, zijn roe over de vrouw, het huwelijk en seksualiteit.

Mevrouw Tydeman plaatste haar eerste vraagteken al op bladzijde drie, bij de zin: „Een vrouw kan zonder gevaar van een hooge steilte naar beneden zien, want zij heeft nooit zooals de mannen last van duizelingen.”

Volgens Vitringa was de vrouw op seksueel gebied veel ingetogener dan de man. „Het aantal der mannen”, schrijft hij, „die zich teleurgesteld gevoelen door de hartstochteloosheid hunner vrouwen is groot; het omgekeerde is zeldzaam. Menig meisje zou, als zij wist, wat van haar gevergd zal worden, het huwelijk afslaan.”

In de marge tekende mevrouw Tydeman hierbij aan: „Een feit vooral als zij weet dat ze bij de Wet bijna niets vermag.” Onder aan de pagina vervolgde zij: „’t Lijkt mij een zegen niet hartstochtelijk te zijn.”

Als Vitringa even verderop schrijft „Gretig laat ik dit weerzinwekkend onderwerp los”, becommentarieert Tydeman: „Och kom!” We komen deze uitroep later nogmaals tegen, gevolgd door: „Knap zoo!”, „Eenig!” en „Wat een logica!”

Of Tydeman het boekje heeft uitgelezen, weet ik niet; halverwege stopt haar commentaar. In haar laatste kanttekening desavoueert zij Vitringa, vader van acht kinderen, met de zin: „Hij heeft zeker een medeminnaar gehad!”

Zelf vond ik het een erg boeiend boekje om te lezen, niet in laatste plaats dankzij mevrouw Tydeman.