Column

De zwarte jongens van Margraten

In Margraten heetten ze ‘de zwerte jongens’: de zwarte Amerikanen, die er kwamen om graven te delven en duizenden gesneuvelde soldaten in doeken te begraven. Pal na de bevrijding van Zuid-Limburg, afgelopen weekend zeventig jaar geleden, werden de akkers rond het dorp aangewezen als Amerikaanse militaire begraafplaats. Margraten zou, met ruim 8.000 graven, één van de grootste van Europa worden. Maar dat het grotendeels is aangelegd door zwarte soldaten, was bijna vergeten.

Mieke Kirkels uit Margraten hoorde het pas toen ze, ter ere van 65 jaar bevrijding in 2009, met de lokale heemkundekring het filmproject ‘Akkers van Margraten’ begon. Ze interviewden ooggetuigen van destijds en die begonnen over ‘de zwerte jongens’. Kirkels, die oorspronkelijk uit Rotterdam komt, wist niet wat ze hoorde: waarom had ze daarover dan nooit iets gelezen? Ze wilden die soldaten opsporen, haar heemkundegroep googlede „zich suf”, ze zochten in archieven, maar er was nauwelijks iets bewaard en bijna iedereen leek overleden. Via-via vond ze alleen Jefferson Wiggins, destijds met 19 jaar één van de jongste zwarte grafdelvers: net op tijd voor de herdenking van 2009. Jefferson Wiggins kwam uit Alabama. Op zijn zestiende, in 1942, meldde hij zich stiekem bij het leger. Hij loog over zijn leeftijd, wat later uit zou komen, maar omdat zijn moeder alsnog toestemming gaf, kon hij blijven.

In 2010 zocht Kirkels hem op in Amerika, om een boek over hem te schrijven. Jeff Wiggins overleed vorig jaar, maar het boek is nu af. Mieke Kirkels geeft het dit najaar in eigen beheer uit – ook in een Engelstalige editie.

Het leger was even gesegregeerd als Amerika zelf. Zwarte soldaten mochten aanvankelijk geen gevechtshandelingen uitvoeren, maar kwamen in ‘het zwarte leger’: de ondersteunende troepen. Jeff Wiggins zat in de 960ste compagnie, 200 man sterk. In 1944 maakten ze de oversteek naar Europa – zwarte troepen benedendeks, de witte bovendeks. Op D-Day waadden ze allemaal door een zee die rood kleurde van het bloed.

Ruim drie maanden later stond Jeff Wiggins met zijn compagnie lijken te begraven. Permanente aanvoer van stinkende lichamen, „opgestapeld als boomstammen”. Ze kregen een schop en een houweel. De grond bevroor dat jaar al vroeg. Iedere dag kwamen dorpskinderen de ‘zwerte jongens’ aangapen. De grafdelvers waren vaak misselijk en er werd gehuild. Ze sliepen in een school, waar niet genoeg warm water was om de stank weg te wassen.

Dus toen Mieke Kirkels (67) Jeff Wiggins in 2009 voor het eerst opbelde, was hij woedend. Jaren had hij weggezwegen wat hij op Margraten had meegemaakt, ook tegen zijn vrouw. Maar toen hij begreep dat hij vermoedelijk de laatste was, liet hij zich overhalen.

Mieke Kirkels schreef alles ijverig en precies op, zocht er documenten en foto’s bij, liet alles extra mooi opmaken. Van Alabama naar Margraten heet haar boekje: een lieve Limburgse actie tegen alle historici die hun zwarte bevrijders bleven wegmoffelen. Op Margraten zelf, zei Kirkels, zijn trouwens 155 van die zwarte soldaten begraven. En dit jaar gaan ze op al die graven een speciale kaars zetten: „Eentje die niet uitgaat.”