De robots komen. Heb jij straks nog wel een baan?

Morgen op Prinsjesdag zal Rutte er weer op hameren: banen, banen en nog eens banen. Maar wat betekent robotisering voor de werkgelegenheid? In China gaan hierdoor al miljoenen banen verloren.

Op het oude Shell-terrein in Amsterdam-Noord werkt architectenbureau DUS samen met onder meer bouwbedrijf Heijmans aan een experiment. In 2017 moet er in de hoofdstad een vijftien meter hoog, geprint huis staan met dertien kamers, geheel gemaakt van recyclebaar bioplastic. Foto’s Olivier Middendorp

Het wordt zo goed als zeker een van de belangrijkste boodschappen van Rutte II, morgen op Prinsjesdag: meer Nederlanders moeten aan het werk. Maar ís dat er straks nog wel als een robot ingewikkelde operaties uitvoert en huizen uit 3D-printers komen? Of komen er juist meer banen bij – of terug uit Azië?

De minister van werk, Lodewijk Asscher (PvdA), organiseert over twee weken in Den Haag een congres over de invloed van robotisering op de arbeidsmarkt. Cijfers of exacte voorspellingen zijn er nog niet – wel veel meningen en verwachtingen. De veranderende arbeidsmarkt is de komende tijd hét onderwerp voor het ministerie van Sociale Zaken.

Op het departement wordt daarmee bedoeld: de Nederlandse arbeidsmarkt. De Utrechtse hoogleraar Maatschappijwetenschappen Peter van Lieshout, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, noemt meteen China. Is er nog iemand die denkt aan de gevolgen van de robotisering op de arbeidsmarkt dáár? De Apple Watch en iPhone 6 kunnen nu misschien door robots in elkaar worden gezet – en waarom dan niet in de VS zelf? „In China gaan miljoenen banen verloren door robots”, zegt Van Lieshout. „Allemaal banen van Chinezen die voor de fabriek naar de stad zijn verhuisd en al jarenlang twaalf uur per dag werken.”

Maar inwoners van China stemmen niet op Obama en de Amerikaanse regering probeert al een paar jaar om met gericht beleid van belastingvoordelen en aanmoediging productie terug te halen naar de VS. In Nederland zijn er ook voorbeelden van re-shoring, óók omdat de loonkosten in Azië stijgen en energie duurder wordt. Philips haalde een fabriek voor scheerapparaten terug uit China. Die is nu – gerobotiseerd – in Drachten. Het bedrijf Capi Europe, dat kunststoffen tuinvazen produceert, verhuisde zijn fabriek van China naar Tilburg. Maar de Nederlandse overheid, vindt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen, loopt enorm achter. De regering begint er nu pas echt over na te denken. „Dat is heel laat. En er is geen visie.”

Wel geld voor ‘sectorplannen’

Asscher was volgens Wilthagen de afgelopen jaren „gefixeerd” op de WW en het ontslagrecht. Zijn aandacht had moeten liggen bij kansen voor nieuwe soorten werk, door technologie, of werk dat terugkomt. Nu is er wel 600 miljoen euro voor ‘sectorplannen’: bedrijven krijgen bijvoorbeeld geld als ze werknemers bijscholen om de kans op nieuw werk te vergroten. Maar Wilthagen mist het eigen idee erachter. „De overheid zegt met die sectorplannen: ‘Het gaat economisch beter, er is wat geld. Heeft u een idee?’ Dan mag je hopen dat er echt nieuwe ideeën komen en er niet iets ouds uit een la wordt gehaald.”

De overheid had volgens hem allang moeten beginnen met de vernieuwing van het mbo. Net als andere arbeidsmarktdeskundigen voorziet Wilthagen dat juist mbo’ers werk kwijtraken door robotisering – in het onderwijs, de zorg, in kantoren. Dus juist dat onderwijsniveau, zegt Wilthagen, moet zich snel kunnen aanpassen: om te beginnen zouden de procedures voor accreditatie van nieuwe onderwijsrichtingen dringend korter moeten worden.

In de VS is al eens onderzocht waar werknemers met een mbo-opleiding terechtkomen als hun banen niet meer beschikbaar zijn, vertelt Peter van Lieshout. Maar een kwart slaagde erin zichzelf te upgraden naar een hogere functie. „Het moet anders: driekwart moet hogerop. De overheid moet proberen om die groep mee te krijgen in de kenniseconomie. In Denemarken is nu het doel om 60 procent van de 18-jarigen in het hoger onderwijs te krijgen. In Nederland zitten we nog niet op 50 procent.”

Econoom en oud-PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg gaat ervan uit dat de robotisering ook raakt aan de werkgelegenheid van artsen, advocaten, notarissen, accountants. „Google kan nu al een betere diagnose stellen dan veel dokters. Het eindeloos checken dat een accountant doet, kan veel exacter door een robot worden gedaan.”

Er komen nieuwe banen bij

Het is een natuurlijke reflex van mensen om zich tegen zulke vooruitgang te verzetten, zegt Van der Ploeg. „Maar er komen altijd weer banen bij en die worden leuker. Macro gezien ben ik niet pessimistisch. We worden allemaal rijker en houden tijd over. Maar op korte termijn heb je een probleem: wat doe je als politiek met zo’n hele middenklasse die in de problemen raakt?”

Wilthagen noemt de ‘chirurgische handen’ – die preciezer zijn dan handen van een echte chirurg en niet vermoeid raken. Van Lieshout heeft het voorbeeld van tapijt met sensoren dat in Japen en Korea wordt gebruikt in de ouderenzorg: als iemand valt, wordt de alarmcentrale ingeschakeld. „Dat vinden we in Nederland onpersoonlijk en koud.” Maar als het geld oplevert, komt het er op een dag toch van.

Het goede nieuws voor de overheid, zegt Van Lieshout, is dat het probleem in Nederland niet heel groot is. Er gaan banen verloren, maar de beroepsbevolking daalt ook. „In 2020 wordt er een tekort aan arbeidskrachten verwacht in de zorg. Dat kan door ict worden opgevangen.” Voor Nederland telt dan wel: welke bedrijven leveren die ICT? Waar zijn die gevestigd? En welk onderwijs is er nodig?

Al sinds de jaren negentig wordt ‘het einde van werk’ voorspeld, zegt Ton Wilthagen. „Dat is er nooit gekomen. Maar de robotisering kan ons strategisch opbreken als we niet visionair zijn. En snel. We moeten erop vooruit lopen door te werken aan skills for the job.