De robot komt – en er is geen visie

Zegt de regering op Prinsjesdag iets over robotisering? Ja, werk is belangrijk, maar op de trends wordt maar traag gereageerd.

Het wordt zo goed als zeker een van de belangrijkste boodschappen van Rutte II, morgen op Prinsjesdag: meer Nederlanders moeten aan het werk. Maar ís dat er straks nog wel als een robot ingewikkelde operaties uitvoert en huizen uit 3D-printers komen? Of komen er juist meer banen bij – of terug uit Azië?

De minister van werk, vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA), organiseert over twee weken in Den Haag een congres over de invloed van robotisering op werk. De veranderende arbeidsmarkt is de komende tijd hét onderwerp voor het ministerie van Sociale Zaken.

Op het departement wordt ermee bedoeld: de Nederlandse arbeidsmarkt. De Utrechtse hoogleraar maatschappijwetenschappen Peter van Lieshout, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), noemt China. Is er nog iemand die denkt aan de gevolgen van de robotisering op de arbeidsmarkt dáár? De Apple Watch en iPhone 6 kunnen nu misschien door robots in elkaar worden gezet – waarom dan niet in de VS? „In China gaan miljoenen banen verloren door robots”, zegt Van Lieshout. „Allemaal banen van Chinezen die naar de stad zijn verhuisd en twaalf uur per dag werken.”

Maar inwoners van China stemmen niet op Obama en de Amerikaanse regering probeert al een paar jaar om met gericht beleid van belastingvoordelen productie terug te halen naar de VS. In Nederland zijn ook voorbeelden van reshoring, óók omdat de loonkosten in Azië stijgen en energie duurder wordt. Philips haalde een fabriek voor scheerapparaten terug uit China. Die is nu – gerobotiseerd – in Drachten. Het bedrijf Capi Europe, dat kunststof tuinvazen produceert, verhuisde zijn fabriek van China naar Tilburg. Maar Nederland, vindt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen, loopt enorm achter. De regering begint er nu pas echt over na te denken. „Dat is laat. En er is geen visie.”

Asscher was volgens Wilthagen de afgelopen jaren „gefixeerd” op WW en ontslagrecht. Zijn aandacht had moeten liggen bij nieuwe soorten werk. Nu is er wel 600 miljoen euro voor ‘sectorplannen’: bedrijven krijgen geld als ze werknemers bijscholen om de kans op nieuw werk te vergroten. Wilthagen: „De overheid zegt: ‘Er is weer wat geld, heeft u een idee?’ Dan mag je hopen dat er echt nieuwe ideeën komen en er niet iets ouds uit een la wordt gehaald.”

De overheid had volgens hem allang moeten beginnen met de vernieuwing van het mbo. Net als andere arbeidsmarktdeskundigen voorziet Wilthagen dat vooral mbo’ers werk kwijtraken door robotisering – in het onderwijs, de zorg, in kantoren. Dus juist dat onderwijsniveau, zegt Wilthagen, moet zich snel kunnen aanpassen: de procedures voor accreditatie van nieuwe onderwijsrichtingen zouden dringend korter moeten worden.

In de VS is onderzocht waar werknemers met een mbo-opleiding terechtkomen als hun banen niet meer beschikbaar zijn, vertelt Peter van Lieshout. Slechts een kwart raakte hogerop. „Het moet anders: driekwart moet hogerop. De overheid moet die groep meekrijgen in de kenniseconomie.”

Econoom en oud-PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg verwacht dat de robotisering ook raakt aan de werkgelegenheid van dokters, advocaten, notarissen, accountants. „Google kan nu al een betere diagnose stellen dan veel dokters. Het eindeloos checken van boekhouding kan veel exacter door een robot worden gedaan.”

Het is een natuurlijke reflex van mensen om zich tegen zulke vooruitgang te verzetten, zegt Van der Ploeg. „Maar er komen altijd weer banen bij en die worden leuker. Op korte termijn heb je wel een probleem: wat doe je als politiek met zo’n hele middenklasse die in de problemen raakt?”

Wilthagen noemt de ‘chirurgische handen’ – die veel preciezer zijn dan handen van een echte chirurg en niet vermoeid raken. Van Lieshout heeft het voorbeeld van tapijt met sensoren dat in Japan en Korea wordt gebruikt in de ouderenzorg: als iemand valt, wordt de alarmcentrale ingeschakeld. „Dat vinden we in Nederland onpersoonlijk en koud.” Als het geld oplevert, komt het er op een dag toch van.

Het goede nieuws is dat het probleem in Nederland niet heel groot is, zegt Van Lieshout. Er gaan banen verloren, maar de beroepsbevolking daalt ook. „In 2020 wordt een tekort aan arbeidskrachten verwacht in de zorg. Dat kan door ict worden opgevangen.” Voor Nederland telt dan wel: welke bedrijven leveren die ict? Waar zitten ze? En welk onderwijs is er nodig?

Al sinds de jaren negentig wordt ‘het einde van werk’ voorspeld, zegt Ton Wilthagen. „Dat is er nooit gekomen. Maar de robotisering kan ons strategisch opbreken als we niet visionair zijn. En snel. We moeten erop vooruit lopen door te werken aan skills for the job.”