De hardnekkig rode neuzen van de F16-piloten

F-16-piloten hebben last van hun helm en zuurstofmasker.

Een F-16 piloot foto thinkstock

Tijdens haar opleiding zag arts-onderzoekster Rieneke Schreinemakers twee F-16 piloten die, onafhankelijk van elkaar, een bobbel op hun neusrug weg lieten halen. Het was nieuw gevormd bot. „We vroegen ons af of dit door het zuurstofmasker kon komen,” vertelt ze. Er was niets over bekend. Ze startte een onderzoek, waarop ze afgelopen donderdag promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

Schreinemakers legde een groep F-16 piloten tijdens een bijeenkomst een vragenlijst voor. „Wat een onzin!” schamperden ze. Maar op de gang schoten ze haar één voor één aan. Uit haar onderzoek blijkt dat bijna negen op de tien vliegers klachten krijgt van het zuurstofmasker. Die variëren van lichte huidirritatie tot een rode, pijnlijke neusrug, bloeduitstortingen, blaren of een verdikte huid. Twee procent had een neuscorrectie laten doen omdat er extra bot was gevormd.

Samen met TNO in Soesterberg maakte de promovenda 3D-laserscans van de gezichten van 35 piloten, mét en zonder het zuurstofmasker en de helm waar het aan vast zit. „Er bleek te veel speling tussen de neusrug en het masker te zitten. Dat geeft druk en wrijving als de helm beweegt”, vertelt ze. „Dat gebeurt bijvoorbeeld doordat er een ruim 700 gram zware nachtkijker op gezet wordt, of doordat er negen keer de zwaartekracht van de aarde, ofwel 9g, op werkt tijdens het bochten vliegen.”

Herhaaldelijk druk en wrijving wekt een ontstekingsreactie op in de huid, waardoor die dik en rood wordt. De huid op de neusbrug is dun, en vangt hier minder goed de last op dan elders in het gezicht. Botweefsel reageert op druk door nieuw bot aan te maken, vooral als die kracht er steeds opnieuw is. Onderzoek bij ratten laat zien dat al binnen een paar uur genen en groeifactoren actief worden die voor botvorming zorgen. Binnen een paar dagen is er al nieuw bot te vinden.

Uit onderzoek onder alle Nederlandse F-16 piloten bleek dat vooral lange vluchten, vluchten met nachtkijkers of in uitzendgebied neusklachten opleverden. Die omstandigheden bootste Schreinemakers na in de centrifuge van het Centrum voor Mens en Luchtvaart in Soesterberg. De vliegers trotseerden krachten van 3g, 6g en 9g, terwijl zij de druk op hun neus registreerde. „Onder één voorwaarde”, vertelt ze. „Ik moest zelf ook. Ik ben tot 5g gegaan. Het afremmen geeft een heel raar gevoel, alsof je voorover valt, en maar blijft vallen.”

Er zijn simpele oplossingen voor het probleem, volgens Schreinemakers. De pasvorm van het masker kan beter, bijvoorbeeld door de rubberen binnenkant van zachter drukverlagend materiaal te maken. Of door de harde buitenkant te veranderen op de plek waar die bij hoge druk de neusrug raakt. „Bij topsporters, zoals zwemmers, worden dit soort problemen gewoon opgelost, omdat ze effect hebben op de prestatie. Waarom niet voor deze mannen? Vliegers laten nu vaak provisorisch een stukje van het masker bij de neus wegslijpen.”

Een beweeglijke bevestiging van het masker aan de helm verlicht de klachten ook, net als een betere pasvorm van de helm. Zoals die in de volgende generatie straaljagers, de F-35 ofwel Joint Strike Fighter. „Die helmen worden persoonlijk aangemeten met een 3D-scan van het hoofd. Dat is ontwikkeld omdat op die helmen een transparant schermpje gemonteerd zit waarop tijdens de vlucht informatie verschijnt”, vertelt Schreinemakers. „Dat mag niet bewegen. Ze maken daarom een tot op de millimeter passende binnenkant van schuim. Het lijkt erop dat de problemen met het zuurstofmasker hierdoor een stuk minder zijn.”