Calais kan het niet meer aan

Het aantal mensen dat via Calais de oversteek naar Engeland wil maken is opgelopen tot 1.500. De Franse stad dreigt de haven af te sluiten als de Britten niet helpen het probleem op te lossen.

Migranten bestormen vrachtwagens in Calais om als verstekeling Engeland binnen te komen. Foto AFP

Als José Luis Santos zijn truck het tankstation binnenrijdt, komt het struikgewas in beweging. De net nog lege parkeerplaats, een baken van licht in het duistere havengebied van de Noord-Franse stad Calais, stroomt plots vol. Tientallen mannen sjorren aan alle kanten aan de Portugese vrachtwagen, een klein meisje probeert op de cabine te klauteren.

„No go to England”, roept de stevig besnorde Santos terwijl hij 800 liter diesel bijtankt. „Mijn volgende stop is driehonderd kilometer verder, in Frankrijk.”

Het maakt weinig indruk op de Eritreeërs die hier al maanden vergeefse pogingen doen de streng beveiligde haven in te komen teneinde als verstekeling de veerboot naar Dover te kunnen nemen.

„Hij liegt”, zegt Nasser, een kleine atletische jongen met capuchontrui, wanneer Santos wegrijdt. „Het laadruim was vol, dus hij gaat naar Engeland.” Hoe hij dat weet? Toen de diesel vloeide, hielp Nasser de deuren van de oplegger forceren. „Twee van ons zijn aan boord”, zegt hij triomfantelijk.

Of ze Engeland ooit halen, weet niemand. „Waarschijnlijk niet”, concludeert de bedaagde Jonas met moedeloze blik. Alleen vandaag al heeft hij vier keer geprobeerd een vrachtwagen binnen te dringen. Hij werd steeds gesnapt. De politie bracht hem terug naar deze parkeerplaats.

Helft uit Eritrea

Volgens schattingen van de gemeente is het aantal migranten dat vanuit Calais naar Engeland probeert te komen het laatste half jaar opgelopen tot zo’n 1.500. Ongeveer de helft van hen komt uit Eritrea, veel anderen uit Soedan, Syrië en Iran. Ze wonen op straat en in provisorische tentjes op een strook groen bij de haven die de ‘jungle’ genoemd wordt. Hulporganisaties delen dagelijks maaltijden uit.

„Calais kan dit niet meer aan”, zegt wethouder Philippe Mignonet in de raadszaal van het statige Hôtel de Ville. „Er waren er altijd zo’n 200 à 300, daar zijn we op berekend. Met deze aantallen kan de haven niet meer normaal functioneren en kunnen we investeringen in onze economie wel vergeten.” Het havenbedrijf betaalt volgens hem jaarlijks 15 miljoen euro aan beveiligingskosten.

Na de bestorming van een veerboot eerder deze maand is Calais een offensief begonnen om het Verenigd Koninkrijk ervan te overtuigen dat dit niet louter een Frans probleem is, zegt Mignonet. Burgemeester Natasha Bouchart, lid van de centrum-rechtse UMP, dreigt de haven af te sluiten als de Britten niet evenredig bijdragen aan de kosten van politie en opvang. De Britse grenspost, die sinds 2003 hier op Frans grondgebied staat, moet wat haar betreft terug naar Dover.

„Calais is maar een tussenstop”, zegt Mignonet, die vindt dat de Europese Unie strenger moet opgetreden tegen smokkelbendes die gouden bergen beloven. „Deze mensen willen naar Engeland, niet naar Frankrijk”, zegt hij.

Dat klopt, beaamt de 25-jarige Nasser, die in Eritrea automonteur was. Hij heeft grote verwachtingen van het land aan de overkant van het Kanaal dat je op heldere dagen zelfs kunt zien liggen. „In Engeland is altijd werk. En terwijl Frankrijk je op straat laat slapen, krijg je daar meteen een huis.” Ook de 32-jarige Jonas, een geograaf met een mastersopleiding, heeft goede verhalen gehoord over het eldorado aan de overkant. „Daar zorgt de staat voor basisvoorzieningen die we hier in de jungle niet hebben.”

Beide mannen zijn via Soedan, Libië en Italië naar Calais gekomen. Nasser moest het laatste stuk liften, Jonas kon dankzij giften van familieleden in Italië een treinkaartje kopen. „Toen ik die nette trein instapte, dacht ik: eindelijk ben ik in de beschaafde wereld gekomen”, zegt hij met een opschepperig Oxford-accent.

Barbaren

In Eritrea werkte hij als leraar, maar dat betaalde niet meer dan 50 dollar per maand. In februari vertrok hij uit hoofdstad Asmara. Om de Sahara door te komen, was een mensensmokkelaar onontbeerlijk, zegt hij. Maar eenmaal in Libië belandde hij toch in het gevang. „Wat een barbaren daar”, zegt hij eenmaal terug in het struikgewas naast het benzinestation. „Ze hebben me twee maanden vastgehouden.” Vanuit het Libische Benghazi ging hij tegen betaling aan boord van een volle boot naar Italië. In juli kwam hij hier.

Vechtpartij

Sinds een grote vechtpartij deze zomer tussen Soedanezen en Eritreeërs om de controle van een parkeerplaats voor vrachtwagens, is de Franse politie onverbiddelijk geworden, zegt Jonas.

„Ze patrouilleren veel scherper.” Agenten zouden ook geregeld slaan, wat de autoriteiten ontkennen. „Ik begrijp dat wel”, zegt Jonas. „Ze moeten iets doen om ons af te schrikken. Maar ik had gehoord dat politiegeweld in Europa niet was toegestaan.” Nasser: „Persoonlijk geef ik de voorkeur aan pepperspray.” Jonas, lachend: „Maar laten we van hun probleem niet ook ons probleem maken.”

Vorige week deden de Britten Frankrijk een aanbod: het beveiligingshek dat onlangs gebruikt is voor de NAVO-top in Wales kon Calais gratis en voor niets krijgen om de migranten van de snelweg te houden, schreef Immigratie-minister James Brokenshire.

Wethouder Mignonet draait met zijn ogen als hij de naam van de minister hoort. „Dit moet dus die typisch Britse humor zijn”, zegt hij. „Maar die is misplaatst, want we hebben het over een humanitaire kwestie.” En als het geen humor is? „Dan is het onwetendheid. Al zouden we hekken langs de snelweg tot aan Wladiwostok plaatsen, we lossen het migratieprobleem er niet mee op”.