Britse zeehond verhuist nog altijd naar de Waddenzee

Vanuit Groot-Brittannië komen veel grijze zeehonden, ‘zeezwijnen met haakneus’, onze kant op.

De bevolkingsgroei van de grijze zeehond in de Nederlandse wateren komt voor een derde door immigratie uit Britse wateren. De rest komt door geboortes. Dat schrijven Sophie Brasseur en collega’s van Imares, Texel, in Marine Mammal Science (5 september).

De grijze zeehond maakt de laatste decennia een spectaculaire groei door in Nederland. In de late Middeleeuwen was de grijze zeehond door overbejaging vrijwel uitgestorven; nu telt de Waddenzee de grootste populatie van Europa buiten het Verenigd Koninkrijk en Ierland: zo’n 3.000. Duitsland, Denemarken en Frankrijk hebben elk maar enkele honderden grijze zeehonden. Ter vergelijking: in de Nederlandse Waddenzee leven zo’n 7.000 gewone zeehonden.

De grijze zeehond is groter dan de gewone zeehond en heeft geen ronde neus, maar een haakneus. Zijn Latijnse naam Halichoerus grypus betekent letterlijk ‘zeezwijn met haakneus’. Anders dan de gewone zeehond die meteen na zijn geboorte zijn moeder achterna zwemt, blijven jonge grijze zeehondjes wekenlang alleen op het strand als hun moeders alweer naar zee zijn. Ze waren een makkelijke prooi voor bontjagers: 100 jaar geleden hielden alleen rond onbewoonde eilandjes langs de Schotse kust nog kleine groepjes dapper stand.

Nadat de zeehondenjacht in Groot-Brittannië in 1914 werd verboden, volgde herstel. Inmiddels leven er zo’n 100.000 grijze zeehonden, waarvan de helft aan de Noordzeekust. Individuele dieren verspreidden zich over Noordzee en Waddenzee. De eerste verschenen in de jaren 50. Dertig jaar later ontstond een kolonie op de Richel, een onbegroeide zandplaat tussen Vlieland en Terschelling. In 1985 werd daar de eerste pup geboren. Sindsdien telt Imares de grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee steeds in het voorjaar tijdens de rui, in de zomer wanneer ze volop voedsel zoeken en in de winter, als ze jongen krijgen. Voorjaar 2012 telde men ruim 3.000 grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee, die jaarlijks zeker 400 jongen krijgen.

Er werd een jaarlijkse populatiegroei van 15 tot 19 procent vastgesteld, die volgens de onderzoekers van Imares niet alleen te verklaren viel door het aantal geboortes – want vrouwtjes krijgen maar één jong. Met een geavanceerd dynamisch populatiemodel toonden ze aan dat de Britse populatie grijze zeehonden voortdurend nieuwe aanwas levert. In het voorjaar en de zomer komen de laatste jaren wel 200 grijze zeehonden als zomergasten naar de Waddenzee. Ze jagen hier op vis, maar vertrekken in de herfst om elders te jongen. En sommige zeehondenpups die in Groot-Brittannië worden geboren, blijken al op prille leeftijd het Kanaal over te steken. Deze immigranten zijn goed voor bijna 35 procent van de Nederlandse populatiegroei.