‘Amsterdam speelt cultureel in de hoogste league’

De nieuwe cultuurwethouder van Amsterdam, Kajsa Ollongren, wil de stad internationaal laten meetellen.

Amsterdam behoort tot de culturele metropolen van de wereld, en moet daar ook niet te bescheiden over zijn. Aldus de nieuwe locoburgemeester en cultuurwethouder Kajsa Ollongren (D66). Eerder deze maand liet ze tijdens een gezamenlijke persconferentie met haar collega van Londen zien hoe hun grote musea en Toneelgroep Amsterdam met het Barbican Theatre intensief samenwerken. Het was een manier om aandacht te vragen voor de conferentie in november in Amsterdam van World City Culture Forum, een initiatief tot samenwerking van 18 metropolen. Ollongren: „Zo kunnen we laten zien dat we in de hoogste league meespelen. Dat moeten we ons in Amsterdam goed realiseren en uitbaten. En misschien kan dat nog een beetje beter.”

Het nieuwe college van Amsterdam (D66, VVD en SP) repareert de bezuinigingen van zijn voorgangers. In het collegeakkoord stellen de partijen dat het extra geld niet naar topinstellingen gaat, maar naar kleinere instellingen en talentontwikkeling. Net deze maand kwam de waarschuwing van het Koninklijk Concertgebouworkest dat het zonder extra subsidie zijn positie aan de internationale top niet kan handhaven. „We moeten erkennen dat topkwaliteit iets kost. Dus als het KCO aantoont dat ze andere inkomstenbronnen maximaal aanboren, dan moeten we het gesprek erover aangaan en het oplossen”, zegt ze. „Maar wij hebben niet op het orkest bezuinigd en het is al bijzonder dat Amsterdam de helft betaalt. Het zou terecht zijn als het KCO vooral in Den Haag aanklopt.”

Ollongren wil de topinstellingen koesteren vanwege hun „magneetwerking”. „Ze trekken talent uit binnen- en buitenland. Zo moet het werken, het is niet de bedoeling dat in de schaduw van die grote instellingen niets groeit. Dus gaan we niet zoveel mogelijk geld aan die top geven, maar zorgen dat er ruimte is voor die talentontwikkeling”, zegt ze. „Als je niet goed oplet, krijg je daar verschraling. Dat moeten we voorkomen.”

En de kritiek dat de Amsterdamse topinstellingen meer in het buitenland komen dan in de provincie? „Als je topniveau hebt, moet je dat ook in het buitenland laten zien. De eis van het Rijk dat gezelschappen zoveel speelbeurten moeten hebben in het land, zou je voor sommige gezelschappen direct moeten schrappen. Een Toneelgroep Amsterdam moet juist in het buitenland laten zien wat ze kan. Het moet veel meer maatwerk worden. Dat betekent ook dat niet elke stad zijn eigen orkest of toneelgezelschap hoeft te hebben.”

Voor die wens merkte Ollongren, tot haar wethouderschap topambtenaar in Den Haag, tijdens een kennismakingslunch steun van de cultuurwethouders van negen grote steden. „Iedereen erkent de positie van Amsterdam als culturele hoofdstad. Maar iedereen vindt ook dat hun eigen stad iets eigens moet hebben. Daar moet je dan ook de ruimte voor krijgen van Den Haag.”