Alledaagse, bleke rocksongs

Het laatste wat van de wispelturige Amerikaanse countryrocker Ryan Adams verwacht mocht worden, was een gewone rockplaat. Adams’ zeventiende album is precies dat, zonder de intens persoonlijke sfeer van zijn solodebuut Heartbreaker (2000) of songs van het kaliber New York, New York. De enige tijd in zijn voorprogramma spelende Laura Marling deed hem verzuchten dat hij overbodig was geworden, en het ambachtelijk klinkende album Ryan Adams lijkt ingegeven door defaitisme. „I fall in the cutting room”, begint de ballade Shadows waarin Adams een sentimentele toon opzet. Rocksongs als het naar Tom Petty knipogende Trouble klinken doordeweeks, net als de slome country-shuffle van Tired of giving up. Zijn oude, getroebleerde brille schemert alleen door in My wrecking ball, een van pijn en teleurstelling doortrokken folkliedje over alles afbreken en opnieuw beginnen. Voor Adams zit er niets anders op.