Akelig herkenbare George

Jacob Derwig (1969) speelde bij ’t Barre Land en De Trust, waar hij voor Hamlet (1997) werd genomineerd voor de Louis d’Or. Van 2005 tot 2012 maakte hij deel uit van Toneelgroep Amsterdam. In 2011 won hij daar de Louis d’Or voor zijn rol inKinderen van de zon. Derwig is geregeld te zien in films en televisieseries, zoals recentHet Diner enIn Therapie. Foto Sanne Peper

George bestáát. Echt. Kijk maar eens op straat, of tegenover u op kantoor. Hij is niet de vet aangezette dronkenlap die we vaker hebben gezien op toneel, of de komische karikatuur: zo’n miezerige sukkel die zich 23 jaar heeft laten afbekken door zijn vrouw en dan één keer explodeert, voor de gemakkelijke lach. Nee, Jacob Derwig (1969) maakt van George in Edward Albees Who’s afraid of Virgina Woolf zo’n herkenbaar, complex en volledig mens dat het bijna eng is. Overigens in samenspel met de eveneens ijzersterke Maria Kraakman als Martha. „George en Martha, griezelig dichtbij” kopte deze krant. Derwig krijgt ervoor de Louis d’Or, voor beste mannelijke dragende rol van het seizoen.

Ook deze George laat zich non-stop beledigen, zeker, zo is het stuk. Maar de superieure ironie waarmee Derwig reageert op de treiterij is minstens zo dodelijk. Ooit is hij gekwetst geweest, maar sindsdien wapent hij zich, met vermoeidheid, verveling, dedain. Hij voelt niks meer, en juist dat is voor Martha zo gekmakend.

Derwig slaagt erin het hele verloop van dat rampzalige huwelijk in George te laten weerklinken. Hij weet bijna zelf niet meer dat het hem nog iets kan schelen – totdat hij het wel weer weet. Ook die transformatie speelt Derwig verbluffend. Hij laat de tijdbom van hun huwelijk ontploffen, maar is zelf ontredderd door de ravage. Dan glijdt het harnas van hem af, en blijft Jacob Derwig over – gewoon een man die het ook niet meer weet.

In de regie van Erik Whien bij Toneelgroep Oostpool i.s.m. de Toneelschuur bouwt Derwig zijn George vanaf de grond af op, waarbij de persoon van de acteur steeds door het personage schemert. „We hadden niet vooraf een ‘George’ klaarliggen, met een gek loopje, een rare scheiding of een accent”, zei hij in deze krant. Hij creëert hem ter plekke, zin voor zin. De ruzie tussen Martha en George loopt op toneel op zoals een ruzie tussen twee mensen ook in het echt verloopt. Derwig en Kraakman spelen spontaan, voor zover dat mogelijk is, ‘in het moment’: daar, dan, echt. Derwig: „Die scène moet voelen alsof er niks over is afgesproken, alsof we er geen ritme of vorm voor hebben bedacht. Het is daar echt even bijna geen toneel meer.” In haar rapport prijst de jury Derwig als een groots en uniek acteur, „een die schept in plaats van invult”.

Drie jaar geleden won Derwig de Louis d’Or ook, toen voor de knap gelaagde karikatuur Pavel Protassov in Kinderen van de zon van Toneelgroep Amsterdam. Deze George is weer een compleet ander soort rol; de gekwelde binnenvetter – op het eerste gezicht misschien zo een die Derwig vaker, uitmuntend, speelde. Maar zo waarachtig, transparant en tot op de millimeter menselijk was dat nog niet eerder.