Abbado’s legendarisch afscheid van de wereld

Niet van deze wereld’, ‘van een bijna pijnlijke intensiteit’, ‘magistraal’. Recensenten kwamen woorden te kort om het allerlaatste concert van dirigent Claudio Abbado, in Luzerne op 26 augustus 2013, te omschrijven. De daarna verschenen live-cd van Bruckners Negende symfonie werd eveneens met sterren overladen.

Is het laatste concert van de begin dit jaar overleden Italiaan écht zo goed? Of spelen buitenmuzikale emoties (‘het laatste legendarische optreden’) een rol in de beoordeling? Wie de opname beluistert, beseft: die emoties speelden zeker mee, maar dan vooral bij de musici van het Lucerne Festival Orchestra, die spelen alsof het hun eigen afscheidsconcert betreft.

Onder de toen al doodzieke Abbado werd in Bruckners laatste en onvoltooide symfonie alles gegeven. De mysterieuze openingsmaten, met streepjes koperkleurig licht boven strijkersnevelen, zetten meteen de toon. Mystiek en gedragen maar zonder te slepen leidt Abbado zijn musici naar de eerste toppen van de partituur. Vertragingen voelen nergens geforceerd, in fortissimo-uitbarstingen worden de details niet platgewalst. De intense cello-uithalen van het troostrijke tweede thema zijn inderdaad zeer ausdrucksvoll. De overrompelende uitbarsting waar de doorwerking mee eindigt, wordt gevolgd door een onthutsend tedere en zachte repliek in de violen.

En dan moet de reeds ontregelde luisteraar nog twee delen door. Het centrale wilde Scherzo kan modernistisch worden geïnterpreteerd met fel aangezette dissonanten. Abbado kiest liever voor een milde aanpak, maar wel met zeer vitale tempi.

‘Dem lieben Gott’: aan God droeg de religieuze Bruckner zijn zwanenzang op. Daar hij aan het voltooien van de finale nooit toekwam, kreeg het derde deel, Adagio, het karakter van een afscheidsbrief. De grootste atheïst wil gedurende dit half uur wel in een hemel geloven. Met een grote sprong op de laagste snaar luiden de violen een waardig afscheid in. Zuilen van wit licht worden opgericht, een laatste dissonante crisis ternauwernood bedwongen. Abbado en zijn orkest laten het allemaal horen, inclusief trefzeker rouwende wagnertuba’s met typische dieprood omfloerste klank.

Een legendarische opname zonder twijfel, en een troost voor iedereen die eeuwig spijt heeft Abbado’s laatste concerten te hebben gemist.