Landverraad

Het werd gauw weer teruggenomen, maar zo gemakkelijk krijg ik het niet uit mijn hoofd: afgelopen week maakte SP-Kamerlid Harry van Bommel zijn PvdA-collega Jacques Monasch op Twitter uit voor „landverrader”. Huh? Sinds de „puinhopen” van Pim heeft oprechte felheid in de politiek plaatsgemaakt voor de lege hyperbool, maar deze had ik nog niet gehoord.

Wat bezielde Harry van de SP?

En zo onverwacht ook: na het neerschieten van de MH17 heerste in Nederland toch de geest van de eendracht? Mark Rutte brak uit zijn cocon van nietszeggendheid: hij beloofde ons de schuldigen voor het gerecht te slepen. Minister Timmermans verwoordde de nationale ontzetting en woede voor het oog van de wereld. Zelfs oud-voorzitter van VNO-NCW Bernard Wientjes verklaarde tegen zijn eerdere overtuiging in dat principes belangrijker waren dan de portemonnee – we zouden onze komkommers voortaan zelf wel opeten.

Zoveel moed ineens, zoveel principes, zoveel eenheid, het was hartverwarmend – al voelde het ook een beetje als een cultuurschok.

Voordat je eraan kon wennen, was het alweer voorbij. Frans Timmermans heeft, na iets meer dan anderhalf jaar ministerschap, alweer een nieuwe baan. Het langverwachte OVV-rapport over de aanslag op de MH17 was zo zorgvuldig dat het vooral nietszeggend was. Afgelopen week riep de opvolger van Wientjes, Hans de Boer, dat het alweer afgelopen moest zijn met die boycot, aangezien ‘de Russen pal om Poetin heen gaan staan en deze boycot heel lang kunnen volhouden’. Topmannen van Nederlandse bedrijven verkondigden dat er niets mis was met een stevig gebaar – het moest alleen niet te lang duren.

In het nationale debat heeft zich een kloof geopend. Ook de SP is tegen zware sancties, niet vanwege het grootkapitaal maar vanwege de lieve vrede. Volgens Harry van de SP is het, ik citeer nog een tweet: „praten of WO3”. De crisis in Oekraïne heeft Nederland verdeeld volgens de scherpe scheidslijnen van de Irak-oorlog: vijanden van Poetin beschouwen zijn mengsel van virulent nationalisme, hoog opgeporde haat tegen het Westen als een reële dreiging, waar geen „praten” tegen opgewassen is; critici van de VS en de EU zien de crisis als Irak all over again, het voorspelbare resultaat van hoogmoedige westerse machtspolitiek, met een dun sausje van idealisme. Volgens de ene partij moet het Westen wel hard optreden, volgens de andere kan Poetin niet anders dan hard optreden. Poetin vormt een ernstige bedreiging, zegt de een. Poetin voelt zich ernstig bedreigd, zegt de ander.

Als het eens allebei is? Het is niet verstandig om een agressieve tijger met een stok te prikken, inderdaad. Maar wanneer je ophoudt met prikken, is het dan ineens geen agressieve tijger meer?

De afgelopen week zagen we de kloof mooi verbeeld: ongeveer op hetzelfde moment dat vertaler Hans Boland voor de Russische Poesjkin-medaille bedankte, omdat hij Poetin als een ernstige bedreiging ziet, zag ik Karel van Wolferen, oud-hoogleraar en oud-correspondent van deze krant, op de Russische propagandazender Russia Today uitleggen dat Poetin-haters zuiver het slachtoffer waren van eh… propaganda. Tragisch dat zo’n intelligente man zo verblind is geraakt door zijn Amerika-obsessie. Die harde kritiek sneed hout tijdens de Irak-oorlog, maar ze is nu zelf verhard tot ideologie.

Dat gestoorde „landverrader” van Harry van de SP komt, vrees ik, uit dezelfde koker. Intellectueel links is de afgelopen decennia zo bedreven geraakt in het ontmaskeren van neoliberale agenda’s en verborgen imperialisme, dat sommige intellectuelen alles wat er in de wereld gebeurt automatisch inpassen in het schema van westers-Amerikaanse hoogmoed en dubbelhartigheid. Ja, die kritiek kan ook in deze crisis zuiverend werken, de loze beloften van Verhofstadt op de Maidan waren inderdaad een aanfluiting – maar wie geen andere werkelijkheid meer toelaat, wordt ziende blind voor wat er in Rusland werkelijk aan de hand is – en niet alleen daar.

Dan eindig je met een standpunt dat exact hetzelfde is als dat van Poetin-adepten Silvio Berlusconi en Marine Le Pen. Dan eindig je ieder betoog met de onmachtige eis dat er „gepraat” moet worden, zonder dat je zegt waarover en – vooral – op welke voorwaarden. Dan eindig je met niets.

Ik denk dat Harry van SP dat ook wel weet. Daarom schreeuwt hij zo hard.