Zonder touw of doodsangst

Het is een hype: Russische jongeren die misselijkmakend hoge gebouwen beklimmen en foto’s van zichzelf maken. Angst lijken ze niet te kennen. Wat hen bezielt? Kevin O’Flynn toog naar Rusland om dat uit te zoeken.

Princess Tower, Dubai. Foto Alexander Remnev

Hij loopt stevig door. Ivan Kuznetsov leidt Kirill Vselensky en Vasilisa Denisova over de binnenplaats van een gebouw, dertig verdiepingen hoog, in het zakelijk district van Moskou. Hij draait en hurkt, zichtbaar op zijn hoede. Als een vogel die zijn omgeving afspeurt naar katten, zoekt hij beveiligers. Die zijn er niet, voor zover hij kan zien.

Hij loopt de ingang van de ondergrondse parkeergarage door, en vervolgt zijn weg naar beneden. Hij zoekt een manier om het dak van het gebouw op te komen – en er vervolgens weer af.

Voorbij een paar geparkeerde auto’s vindt het drietal een dienstingang. De deur zit dicht, maar met een flinke schouderduw knalt hij open. Ze zijn binnen. Tot zover zit alles mee. Dit hebben ze vaker gedaan.

Achter de deur bevinden zich dienstliften en trappenhuizen, en stromen werknemers die geen aandacht besteden aan de drie jonge mensen die een lift instappen en die naar de zestiende verdieping nemen. Daar stappen ze uit, hoger gaat hij niet, en ze haasten zich de trap op, nog veertien verdiepingen naar boven.

Nu zijn ze waar ze wilden zijn, daar waar ze niet mógen zijn: het dak. Het oude en nieuwe Moskou strekt zich voor hen uit. Een illegaal uitzicht, ze nemen het in zich op. Statige wolkenkrabbers, en de Moskvarivier, die door het hart van de stad meandert.

Ivan, een ranke negentienjarige student met donker haar en een aura van onwankelbaar zelfvertrouwen, stapt het randje op en tuurt naar beneden. „Honderd meter”, zegt hij. De afstand tot de straat.

Dan valt hem een uitsteeksel op, niet meer dan een flinterdun stuk metaal aan de rand van het gebouw. Zonder bescherming of net, zonder touw of aarzeling, stapt hij erop. Ivan, een klein stukje staal en de lucht – verder niets.

We zijn een soort junks

Ivan, Kirill en Vasilisa zijn ‘klimmers’, een hecht groepje waaghalzen, gespeend van enige vorm van hoogtevrees, die stiekem Ruslands hoogste gebouwen insluipen en beklimmen. Eenmaal boven voeren ze levensgevaarlijke stunts uit – blijven hangen aan hun vingertopjes, balanceren op één been – en maken daar foto’s en filmpjes van.

Die worden miljoenen keren bekeken. Hun Instagram-foto’s wekken ontzag en ongeloof op, het is een collectie van misschien wel de gevaarlijkste selfies ooit genomen.

Zoals het elke goede internetberoemdheid betaamt, doen ze hun best een slaatje te slaan uit de aandacht die ze ontvangen. Dat blijkt tot nu toe moeilijker dan het klimmen. Ivan slijt foto’s van zonsondergangen aan Britse fotodiensten. Het meeste dat hij ooit voor een foto kreeg was 8.500 roebel, ongeveer 180 euro.

Kirill organiseert romantische dinertjes op daken. Hij neemt geliefden naar plekken waar ze kunnen genieten van lauwe soep en uniek uitzicht. Dat werkt niet altijd even goed. „Als het hard waait”, zegt Kirill, „dan zie je de meisjes denken: is dit nou romantisch?”

Soms valt er meer te verdienen. Een Russisch reclamebureau zou Kirill hebben betaald om aan een Chupa Chups-lolly te likken bovenop een brug in Vladivostok. Maar eenmaal in die stad aangekomen, was het merk nergens te verkrijgen. Hij heeft de brug toch beklommen, maar dan met een lolly van een goedkoop Chinees merk.

En dan was er nog die keer in 2012, toen Kirill verkleed als Spider-Man een radiomast in Moskou beklom: een promotiestunt voor de film The Amazing Spider-Man.

Kirill zegt ook dat hij is gevraagd om een lezing te geven aan de Russische top van Nike, en dat het sportmerk hem nu voorziet van gratis kleding.

Maar Kirill, Ivan en Vasilisa waren al klimmers lang voordat iemand ze kende, voor ze bekend wilden zijn. Geld is een goede motivatie, maar het is niet de enige. „Waarom we de daken op gaan?”, vraagt Ivan zich hardop af. „Voor de adrenaline. We zijn een soort junks, we kunnen niet zonder. Je wil je grenzen opzoeken en alles uit het leven slepen. Als je het eenmaal hebt geprobeerd, is het heel moeilijk om te stoppen.”

Ivan denkt even na. „Op een dag stop ik ermee, als ik een vrouw en kinderen heb. Dit kun je niet je hele leven doen.”

Kirill – hij is 21 jaar oud en heeft meer dan 40.000 volgers op Instagram – knikt instemmend. Maar hij biedt ook een romantischer perspectief. „Met elk dak onderzoek je een nieuw deel van je stad”, zegt hij. „Ik ken Moskou door en door, omdat ik het van boven zie. Als kind vond ik het heerlijk om mensen te bezoeken omdat elk raam een nieuw uitzicht bood. Dit is een gemakkelijke manier om het avontuur te vinden in je eigen stad.”

Vasilisa, een slanke blonde vrouw met een aanstekelijke lach, doet het op haar eigen manier: „Geef mij maar de wat minder hoge gebouwen.”

Niemand houdt ons tegen

Illegale dingen doen op daken is niets nieuws, in ieder geval in Rusland niet, maar de klimmers gaan er wel heel ver in. Niet dat de autoriteiten er iets tegen ondernemen overigens.

„Niemand houdt ons tegen”, legt Ivan uit, terwijl de wind op het dak plukt aan zijn haar. „Zelfs als ze ons pakken, dan laten ze ons >> >> meestal gewoon gaan. Ze hebben geen zin in al dat papierwerk.”

De toren waar ze nu op staan is, in hun eigen jargon, een bayan: een dak waar je gemakkelijk op komt. Ivan en Kirill zijn juist gespecialiseerd in het beklimmen van de allerhoogste en gevaarlijkste gebouwen. Maar zelfs zij moesten eerst hun durf opbouwen.

Ivan besloot klimmer te worden nadat hij online foto’s van andere dakenklimmers had gezien. Hij begon met een gebouw van een schamele twaalf verdiepingen. Een eerste stap, die uiteindelijk zou leiden tot een toren van vijftig verdiepingen, waarvan hij de top alleen kon bereiken door zich via de dienstliftschacht aan de zijkant van het gebouw omhoog te werken.

„Mijn knieën knikten”, zegt Ivan. „Maar ik wist dat ik het kon.”

Wanneer hij geen gebouwen aan het beklimmen is, zit Ivan op de hotelschool. Daar wil hij niet over praten. Liever haalt hij zijn iPhone tevoorschijn om foto’s en filmpjes te laten zien die hij nam van adembenemende zonsondergangen, en foto’s van hemzelf, grijnzend vanaf duizelingwekkende hoogten.

Het gaat er niet altijd zo leuk en onbezorgd aan toe. Kirill vertelt over de keer dat hij probeerde, in de ijskoude herfst, om een koeltoren van een elektriciteitscentrale in Moskou te beklimmen. Het alarm ging af en hij werd op de hielen gezeten door waakhonden, terwijl de sirenes loeiden en de avondlucht beet. De nacht was koud, maar de rook die uit de schoorstenen kwam was heet, zegt Kirill, „dus daar warmden we onze handen aan”. Hij wist alsnog zijn doel te bereiken.

De hogere instanties hebben Ivan en Kirill heus weleens in de smiezen gehad. In 2012, zo rond de tijd dat Poetin werd geïnaugureerd als president, klopten er ineens twee zwaargewichten van geheime dienst FSB, de nieuwe KGB, op Kirills deur. Niet om hem in te rekenen, zegt hij, maar om hem te vragen, enigszins dwingend, om een tijdje van de daken te blijven, ‘uit veiligheidsoverwegingen’.

Zolang ze politiek neutraal blijven, zal de regering hun activiteiten waarschijnlijk als iets relatief onschuldigs bestempelen. Kirill zegt dat de oppositie hem tijdens de burgemeestersverkiezingen in 2013 heeft gevraagd om spandoeken op te hangen. Hij heeft geweigerd. „Ik was het niet met ze eens”, zegt hij daarover. Als hij het wel had gedaan had hij nog meer aandacht van de FSB getrokken.

Ook leuk: treinsurfen

Het feit dat ze ongehinderd gebouwen kunnen blijven beklimmen, ziet Kirill als bewijs van een typische Russische mentaliteit: leven en laten leven (of sterven). „Als je in het Westen bent en je klimt over een hek”, zegt hij, „dan reageren mensen gespannen, want dat is niet normaal. Als je in Rusland met iets illegaals bezigbent dan kun je alles doen, behalve misschien iemand in elkaar slaan, en niemand die er aandacht aan zal besteden. Dat is de Russische mentaliteit. We hebben een samenleving die het allemaal niets kan schelen.”

Russische jongeren beschouwen hun omgeving bij uitstek als een kans op extreem avontuur. De klimmers zijn onderdeel van een stadscultuur waar ook het verkennen van de tunnels onder Moskou bij hoort, net als inbreken in verlaten huizen en fabrieken.

Vroeger verkende Vasilisa graag het metronetwerk van Moskou. Zo gedaan, zegt ze. Til een putdeksel op en klim naar beneden, of spring van het perron. „Dat is de engste en stomste manier”, zegt ze, en ze voegt daaraan toe dat je in de metrotunnels vies wordt en gaat stinken.

Een populairdere, en gevaarlijkere, hobby is treinsurfen: bovenop hogesnelheidstreinen klimmen en blijven staan. De laatste officiële cijfers hierover stammen uit 2011: zo’n honderd mensen zouden in Rusland zijn omgekomen tijdens een dergelijke stunt. Treinsurfen is, net als het dakenklimmen, een fenomeen op YouTube geworden. In april stierf er nog een Moskouse tiener die op het dak van een metro probeerde te gaan staan. (Er zijn ook Russische tieners omgekomen die probeerden de stunts van de klimmers na te doen.)

Volgens Ivan zijn er zo’n vijftig serieuze klimmers in Rusland. Eén van de redenen dat juist dit land dit soort gedrag lijkt aan te trekken, is misschien wel dat het hier simpelweg gemakkelijker is om te doen dan ergens anders. De gebouwen schieten de laatste jaren als paddestoelen uit de grond en, zoals Kirill het zegt, apathie – of misschien is het fatalisme – is wijdverbreid.

De beveiliging van bouwplaatsen is vaak laks en wordt uitgevoerd door onderbetaalde en ongetrainde bewakers. Zelfs als ze worden gepakt, dan nog is de boete die de klimmers te wachten staat niet hoger dan 500 roebel (ongeveer 10 euro). Het enige wat de klimmers zou kunnen afschrikken, is hun eigen angst.

Voorzover Ivan weet zijn er niet meer dan twee klimmers dodelijk verongelukt. Eén viel door een glazen dak in Moskou, een ander gleed van een dakrand in Sint Petersburg. Over hen denkt hij niet graag na. Dat kan hij zich niet veroorloven. „Zekerheid is het allerbelangrijkst”, zegt Ivan over het klimmen. „Als ik er niet zeker van ben, dan ga ik niet.”

Het is een paar keer bijna misgegaan. Tijdens een uitstapje naar Shanghai viel Ivans oog op een gigantische wolkenkrabber, de Shanghai Tower. Samen met Kirill klom hij naar de top. Daar stond een hijskraan. Ivan klom over de >> >> arm van de kraan, hing meer dan 600 meter boven de grond. En toen gebeurde er iets.

„Ik was vijf meter van het uiteinde verwijderd en toen ging opeens de motor aan”, vertelt Ivan. „Er lag overal sneeuw en ik dacht: wat moet ik doen? Op dat moment heb ik, om even eerlijk te zijn, in mijn broek gescheten.”

Hij kreeg het uiteindelijk voor elkaar om langs de bewegende kraan omlaag te glijden, naar de cabine. Daar maakte hij oogcontact met de bestuurder. „Voor een paar seconden keken we elkaar aan”, zegt Ivan. „Hij knikte naar me. Ik zei hoi, vroeg of ik hem even mocht filmen, en ik klom weer naar beneden.”

Een uitje naar Egypte bleek ook link. Kirill beklom de Grote Piramide van Gizeh, illegaal, nadat hij zich vijf uur lang verborgen had gehouden op een nabije begraafplaats. Hij werd gepakt. Een ambtenaar eiste excuses, en zei: „Wat was er gebeurd als ze hadden gedacht dat jullie terroristen waren, of een bomaanslag aan het voorbereiden waren?”

Mustang Wanted died

Buiten het feit dat ze de wet overtreden, hebben de klimmers, zoals in de meeste subculturen, wel degelijk eigen regels. Ze doen het om van het uitzicht te genieten, een kick te krijgen en hun avonturen vast te leggen. Ze proberen niets kapot te maken. (Tenminste, zegt Kirill, „dat zeggen we tegen journalisten.”) Ze hebben hun eigen jargon. Naast bayan bijvoorbeeld het woord viselnik, wat zich zo’n beetje laat vertalen als ‘opgehangen man’. Ze bedoelen er een klimmer mee die aan zijn vingertoppen gaat hangen.

De beroemdste viselnik is een Oekraïener die zichzelf ‘Mustang Wanted’ noemt. Zijn filmpjes op YouTube zijn meer dan 5 miljoen keer bekeken. Als je googlet naar ‘Mustang Wanted’ dan is de eerste zoeksuggestie ‘Mustang Wanted died’ – dat veel mensen hierop zoeken begrijp je direct als je zijn filmpjes hebt gezien.

Ivan doet zijn Oekraïense rivaal af als een ‘acrobaat’, geen klimmer. „Hij is extreem”, zegt Ivan. „Hij gaat niet voor de schoonheid de daken op, of voor de foto’s, maar om te hangen. De enige mensen die hem een klimmer noemen, zijn kinderen die niets weten.”

Ondanks hun zorgeloze omgang met, nou ja, hun eigen levens, is het duidelijk dat Ivan en Kirill hun hobby serieus nemen. Meeluisteren terwijl ze zich voorbereiden op een klimpartij is alsof je een militaire operatie afluistert.

„Je moet om het gebied heenlopen”, legt Kirill uit. „Kijken waar de beveiliging zit, waar de camera’s hangen, of er een ingang is. Ga je door de parkeergarage naar binnen, die vaak slecht wordt bewaakt, of juist hoger? Lopen er verwarmingsbuizen waar je doorheen kunt kruipen?” Hij zegt dat de gebruikelijkste methode de simpelste is: „’s Nachts over het hek klimmen. Beveiligers zijn onverantwoordelijk. Meestal slapen ze rond die tijd.”

Het zijn de beveiligers die de klimmers de meeste angst inboezemen, meer dan het tegemoet vallen van hun eigen dood

„Mensen vragen ons vaak: waar ben je het meest bang voor?”, zegt Kirill. „Vallen? Nou, nee. Onze grootste angst is om vastgehouden te worden.”

Ivan denkt terug aan de nacht dat ze werden gegrepen door beveiligers. „Ze hebben ons een beetje aangepakt”, zegt hij. Een understatement. „Met een beetje bedoel ik: ik zat van top tot teen onder het bloed.”

Voor hun eigen veiligheid klimmen ze graag met zijn tweeën, en als het even kan met een meisje erbij. „Het beste klimteam bestaat uit twee jongens en één meisje”, zegt Vasilisa. „De twee mannen kunnen elkaar helpen, en het meisje kan de situatie ontladen. Dan zeggen we: ‘we hadden een jubileum’. We verzinnen iets. Dat helpt echt.”

De zevende Zuster

Vóór de huidige bouwrage in Moskou, waren de twee beroemdste hoge gebouwen in de stad de zogenaamde ‘Zeven Zusters’: gebouwd tussen 1947 en 1953, gotische architectuur geïnspireerd op de wolkenkrabbers van Manhattan die Sovjetingenieurs decennia eerder hadden aanschouwd. In de Zusters huist de elite, een topuniversiteit en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op het dak van het gebouw van dertig verdiepingen dat ze zojuist hebben beklommen, kunnen Ivan, Kirill en Vasilisa zes van de Zeven Zusters zien liggen – precies de zes die de twee jongens al beklommen hebben.

Op de zesde zijn Ivan en Kirill het trotst. Ze gingen van binnenuit de toren zo hoog als ze wettelijk mochten komen. Tegen de bewaking zeiden ze dat ze studenten waren die de boel op achtergrondstraling kwamen testen. Toen een bewaker ertussenuit kneep om het op een drinken te zetten, vertelt Ivan, „forceerden we de deur en klommen op de torenspits”. Toen ze weer naar beneden kwamen, zat de bewaker „nog steeds te drinken”.

De enige Zuster die nog in de collectie ontbreekt is de toren waar het ministerie van Buitenlandse Zaken in is gevestigd. Die wordt dan ook het zwaarst bewaakt. Ze hebben het al één keer geprobeerd, via een afvoertunnel, maar ze kwamen uiteindelijk niet verder.

Ze zweren dat ze op een dag de top zullen halen, dat ze de zevende Zuster ooit zullen verslaan. Wanneer? Ivan grijnst. „We hebben een plan.” <<