You can do it, it’s the technique!

Hoe behoud je dat strakke zomerlijf nu de herfst alweer in aantocht is? Gewoon, thuis. Yoga in de slaapkamer. Bootcamp voor de tv. Apps en huiskamergoeroes houden de thuissporter in beweging.

Tony Little werd in de jaren 90 beroemd door zijn fitness infomercials.

Laten we even onder het bed kijken. Wat treffen we daar aan? Een stepbankje, een setje halters. Daarachter een elastiek geval voor de biceps, een leeggelopen skippybal en een hoepel.

Misschien beginnen daar wel alle problemen. Dat al die spullen zo makkelijk onder het bed kunnen. Het kerkhof van schuldgevoel. Terwijl langzaam het pilatesmatje ligt te verpulveren, liggen we daarboven languit de nieuwste dvd-series te kijken. Koekje erbij?

Op de sportschool willen we niet voor een ander onderdoen, maar thuis onderscheiden zich de doorzetters van de slappelingen. Als je op jezelf bent aangewezen, als het aankomt op intrinsieke motivatie, blijven alleen de echte sporters over.

Voor de handel maakt het niet uit. Zoals er uitgevers zijn die met hun boeken op niet-lezers mikken, zo zijn er talloze fitnessmarketeers die het meest verdienen aan niet-sporters. Jane Fonda, met wie begin jaren tachtig de aerobicshype begon, verkocht 17 miljoen fitnessvideo’s en dvd’s, en vast niet alleen aan vrouwen die al drie keer per week naar aerobics gingen. Het verkoopkanaal Tel Sell dat ons op de commerciële zenders liet toeschreeuwen door de sportschoolkarikatuur Tony Little, moest het vooral hebben van de verkoop van fitnessapparatuur aan klanten die op onchristelijke tijden voor de tv hingen.

Hoewel we tegenwoordig voor de rest van ons leven elke dag gratis fitnessinstructies kunnen krijgen op internet, zijn we nog steeds bereid te betalen voor dvd’s, online lessen en fitnessapps. Júíst, denkt Koen Breedveld, hoogleraar sportsociologie in Nijmegen. „Want als je betaalt, heb je er wat voor over. Dan ben je serieus.” We markeren onze goede voornemens met een aankoop. Zodra we de uitgave vergeten zijn, gaat het om wilskracht.

Breedveld weet hoe moeilijk het is om jezelf te motiveren thuis te sporten. Negatieve redenen – we maken ons zorgen over onze gezondheid, we hebben te weinig tijd om buiten de deur te sporten, we schamen ons tussen de sixpacks in de sportschool – helpen even, maar zijn niet genoeg om gemotiveerd te blijven. Om te blijven sporten heb je positieve stimulans nodig. Teamgenoten die op je wachten, een schouderklopje van een coach, supporters langs de lijn. Typisch van die dingen die je thuis zelden treft. „En plezier. Plezier is het allerbelangrijkste om het vol te houden.”

App-ontwikkelaar Paul Braam – hij verkoopt de populaire app VirtuaGym – wijst er in dat verband op hoe belangrijk de Wii is geweest voor het thuissporten. Ineens zag je ons ’s avonds in de woonkamer tennissen, dansen, aerobiccen. En we hadden plezier! Heel geavanceerd was het nog niet en echt fit werden we er niet van, maar de gamification stond niet stil en nu is er Kinect voor de Xbox, dat met sensoren en camera’s ook nog registreert hoe we bewegen en daar dan weer op reageert. En als we Braam mogen geloven: we ain’t seen nothing yet.

Het innerlijke conflict

Wat je volgens Braam nodig hebt om gemotiveerd te blijven – inzicht in wat je moet doen, hoe je het doet en wat je voortgang is – hoeven we niet meer bij een sportschool of een personal trainer te halen. Apps, computers en slimme horloges doen het voor ons. Sportscholen, die de behoefte aan de ‘quantified self’ bij hun klanten herkennen, kopen bij Virtua software waarmee ze hun toch al zo moeilijk vast te houden sporter ook thuis kunnen begeleiden. „Menselijke controle motiveert het meest, maar we komen met de techniek wel steeds meer in de buurt.” We geloven het soms bijna, als onze trainingsapp, als we het een tijdje hebben laten hangen, mailt met de boodschap: „Ik mis je”.

Het innerlijke conflict van de thuissporter is niet veranderd sinds de Ab Roller. We willen echt iets aan die muffin top doen, maar dan wel met minimale inspanning. De populairste apps zijn de apps die zeggen dat dat kan. Neem de 30 Day Ab Challenge: een wasbord in 30 dagen. Of de programma’s van 7: No workout equipment & just 7 minutes a day! Tel Sell bestaat nog steeds en verkoopt nog altijd hometrainers waarop je zittend op je luie stoel kunt fietsen.

Hoogleraar Koen Breedveld noemt thuissporten „een uiting van onze obsessie met het besparen van tijd.” We zouden ook wat vaker de fiets kunnen pakken. „En door thuis te sporten, in plaats van buiten de deur, snijden we ons af van andere belangrijke dingen – contact met anderen, genieten van de natuur, de vogels die fluiten.”

Toch is uit geen enkel onderzoek af te leiden dat we door thuis te sporten minder naar de vogels zijn gaan kijken of dat we massaal ons lidmaatschap van de sportclub hebben opgezegd. Na een enorme explosie van fitnesscentra die tot 2007 duurde is de groei er nu weliswaar een beetje uit, maar dat heeft waarschijnlijk meer met verzadiging van de markt dan met concurrentie van het thuissporten te maken. Eentiende van de Nederlanders sport thuis – vooral fitness en yoga. Van de ongeveer 3 miljoen Nederlanders die aan fitness doen (van zumba tot bodybuilding), doet ongeveer tweederde dat bij een fitnesscentrum. Die cijfers zijn de laatste jaren vrij constant (bron: Mulier Instituut).

Misschien motiveert het sporten buitenshuis ons wel om thuis door te gaan, misschien zijn sommige sporten gewoon heel geschikt voor thuis, zoals yoga, dat door bijna 40 procent (ook) thuis wordt beoefend. Misschien is thuissporten een opstapje naar de sportschool. En niet ondenkbaar: misschien sporten we thuis juist om tijd over te houden voor ‘belangrijke’ dingen. Zoals samen in het weekend op de fiets stappen en de vogels horen fluiten.

Je romp versterken

Soms sporten we thuis omdat onze instructeur ook niet meer in de sportschool komt. Debbie Jenner, bekend als Doris D van Doris D and the Pins, behoorde tot de eersten die aerobics naar Nederland haalden, begin jaren tachtig. Jarenlang kwamen mensen naar haar studio in Amsterdam voor haar lessen. Tot Debbie Jenner besloot op het platteland van Engeland te gaan wonen. Nu biedt ze online pilates aan. Op flexibele tijden geeft Jenner live les, één op één of in groepjes van maximaal vier die ze via de webcam begeleidt. „Het is persoonlijk, flexibel, laagdrempelig – ik kan ze alleen niet aanraken.” Ze bereikt nu ook vrouwen die geen sportschool in de buurt hebben, „en de meesten blijven toch wel naar een studio gaan, voor het sociale contact”.

De thuissporter die voortdurend nieuwe impulsen nodig heeft om zichzelf in beweging te houden, hoeft zich over opdrogend aanbod geen zorgen te maken; geen jaar gaat voorbij zonder nieuwe fitnesstrends, die zich meteen naar instructiesvideo’s, apps en spullen voor thuis laten vermarkten. Bootcamp – je laten afbeulen door een drill instructor alsof je in het Amerikaanse leger zit – kan ook per dvd. High intensity intervaltrainingen, waarbij je korte explosieve conditieoefeningen afwisselt met rustmomenten waarin je je spieren traint, zijn ook in de appstore een hit. Yoga en pilates komen in talloze varianten in combinatie met conditie- en krachttraining.

En waar een paar jaar geleden ‘cardio’ het toverwoord was, is dat nu ‘functional training’: je traint om je lichaam sterker te maken voor dagelijks gebruik, met ballen, gewichtjes, zandzakken. De term die je minstens evenveel hoort is core stability: het versterken van je romp, ‘het centrum van de functionele kinetische keten’.

En elke nieuwe trend heeft zijn eigen huiskamergoeroes om ons van de bank te houden. We praten op feestjes over Cassey Ho, Shaun Thompson, Tony Horton en Kayla Itsines alsof het over onze nieuwe beste vrienden gaat. („Shaun T is gay, wist je dat niet?”) Ze laten ons niet alleen alle hoeken van de kamer zien, ze geven ons dieetadvies en mentale steun. Ze zijn er altijd voor ons.

En elke nieuwe trend en trainer geeft ons dezelfde belofte als Jane Fonda in de jaren 80, Billy Blanks in de jaren 90 en Jillian Michaels in 2005. Maar deze keer gaan we het echt volhouden. Het enige wat we nog even moeten doen is die kettlebell bestellen.