Westen dreigt weer in de fout te gaan in Midden-Oosten

De Amerikaanse president Obama heeft deze week een langdurige oorlog aangekondigd tegen de zogenaamde Islamitische Staat (IS) in Irak en mogelijk ook Syrië. De twee landen waarvan IS zich grond heeft toegeëigend om er een islamitisch kalifaat te stichten. Het plan van Obama ziet eruit als voortgezette stappen op een weg die heilloos lijkt. Een route waarvan het begin duidelijk is, maar waarvan het volstrekt onduidelijk is waar die zal eindigen. Te vrezen is dat de Amerikaanse president een middel heeft gekozen dat weleens erger kon zijn dan de kwaal die hij wenst te bestrijden.

De gruwelijke beelden van Amerikanen die in IS-gebied werden onthoofd, video-opnamen die demonstratief de wereld werden rondgestuurd, hebben een schokgolf veroorzaakt. Overal, en vooral in de Verenigde Staten. Obama’s assertieve speech van deze week lijkt een reactie daarop. De roep om maatregelen zwol aan in zijn land. De president weet zich, blijkens opiniepeilingen, gesteund door een meerderheid van 61 procent van de Amerikaanse bevolking die voor ingrijpen in Irak en Syrië is. Een ander omineus gegeven voor Obama is dat 47 procent meent dat de VS nu in onveiliger vaarwater verkeren dan voor 9/11 in 2001.

De onthoofdingen hebben grote psychologische invloed. Toch kunnen ze, hoe afschuwelijk ook, geen reden zijn om tot een onbezonnen, westerse inmenging over te gaan in wat feitelijk een burgeroorlog is, een met een gevaarlijke regionale uitstraling. En die helaas ook buiten beeld vele slachtoffers maakt: moslims op de eerste plaats, verder christenen, yezidi’s en ieder die niet de extreme en dwaze religieuze opvattingen van IS deelt. Daar staat tegenover dat de luchtoorlog die Obama verder wenst te ontketenen en lang wil volhouden – hij voert hem al sinds begin vorige maand – ernstige, onvoorzienbare humanitaire en politieke gevolgen kan hebben.

Het zou al wat waard zijn als de president een mandaat zou vragen aan de Verenigde Naties. Dan weet hij zich tenminste verzekerd van de morele steun van de wereldgemeenschap. Maar de kans op zo’n resolutie van de Veiligheidsraad is klein. Op voorhand heeft Rusland al laten weten zich tegen een dergelijk volkenrechtelijk mandaat te keren. Dat is niet onlogisch: weliswaar heeft de regering van Irak om hulp verzocht, dat geldt niet voor Syrië.

Het ontbreken van dit mandaat leidt meteen tot verdeeldheid in de westerse wereld, waaronder de Nederlandse politiek. Kabinet, en vooral een grote meerderheid in de Tweede Kamer, legden deze week een opvallende en naar het scheen niet erg doordachte gretigheid aan de dag om mee te vechten met de Amerikanen en met wat zij zagen als een coalition of the willing. Maar de ene partij vindt een VN-resolutie daarvoor een voorwaarde, de andere niet.

Los daarvan: ook de Tweede Kamer, van GroenLinks tot en met PVV en van D66 tot en met ChristenUnie (en inclusief de regeringsfracties van VVD en PvdA) leek niet erg te hebben geleerd van eerdere mislukte westerse militaire bemoeienissen het Midden-Oosten. Een interventiepolitiek die Obama’s voorganger Bush voerde en waarvan de president altijd zo nadrukkelijk afstand nam.

De Islamitische Staat is primair een bedreiging voor het Midden-Oosten en moet ook primair in en door die regio worden weerstaan. Het is van belang dat er een nieuwe regering in Irak is gekomen, die hopelijk de steun van de sunnieten en de Koerden weet te verwerven; het ontbreken daarvan is een van de oorzaken van het ontstaan van IS. Het is ook essentieel dat landen in het Midden-Oosten zich niet alleen in schijn, maar ook in gebaar tegen IS keren. Het was dan ook wel verstandig van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Kerry dat hij ook juist daar steun zocht.

Maar het militair machtsvertoon waarnaar Obama nu wenst te grijpen, roept het gevaar op van averechtse effecten. Zoals het ontstaan van nog meer terroristische organisaties, zoals het risico dat nog meer wapens in verkeerde handen vallen. Nu nog gaat het om luchtaanvallen, maar zonder ondersteuning op de grond zijn die zelden afdoende. Zo volgt dan escalatie op escalatie. Het Westen zou beter moeten leren van de fouten die het eerder in het Midden-Oosten heeft gemaakt.