Voor velen is de crisis niet voorbij

Betere zorg, een sterkere economie en duurzame energie zijn offers waard. Dan moet iedereen die offers wel kunnen dragen, meent Diederik Samsom.

Na een moeilijke periode kiest Nederland langzaam de weg omhoog. De patstellingen die de politiek een decennium lang verlamden, zijn doorbroken. Noodzakelijke veranderingen staan op de rails. Dat is reden voor enige trots. Maar geen enkele reden om tevreden achterover te leunen.

Voor heel veel mensen is de crisis nog lang niet voorbij. Als je nog altijd geen baan hebt, als je moeite hebt rond te komen of als je je afvraagt hoe je voor je moeder of broer kunt zorgen, dan heb je niks aan een overheid die afwacht hoe de hervormingen in de praktijk uitpakken. Wat je dan wilt, is een overheid die niet wegkijkt maar actief ingrijpt om de gewenste idealen te verwezenlijken. Tot nu toe is het kabinet daar nog te weinig aan toe gekomen. De komende jaren moet het verschil worden gemaakt.

Voor een partij als de PvdA, met een rotsvast vooruitgangsgeloof en onderlinge solidariteit als kernwaarde, was het een nachtmerrie om de jaren tussen 2010 en 2012 midden in de nasleep van de financiële crisis aan de zijlijn te moeten toekijken hoe de samenleving langzaam pessimistischer en verdeelder raakte. De verkiezingen van 2012 gaven ons de kans om weer mede vorm te geven aan het noodzakelijke herstel. We zijn nu twee jaar onderweg. Tijd om terug en vooruit te kijken.

Met twee bepalende uitgangspunten, rechtvaardigheid en vooruitgang, realiseerden we, voor het eerst in veertig jaar, een actieve inkomenspolitiek. We beperken topinkomens en bonussen. We bieden meer zekerheid voor flexwerkers, nemen als overheid schoonmakers in vaste dienst en pakken uitbuiting en schijnconstructies door werkgevers aan. We investeren in nieuwe natuur en duurzame energie. Belangrijke sociaal-democratische idealen krijgen nu vorm in de praktijk.

Maar er gingen ook dingen mis. En we creëerden onzekerheid. Soms onvermijdelijk, soms onnodig. De noodzaak om verloren gegane jaren goed te maken en snel resultaat te boeken, leidde tot over elkaar heen buitelende plannen die, op zoek naar draagvlak, lange tijd vloeibaar bleven. Noodzakelijk in de Haagse logica van het parlementaire proces gericht op het verwerven van meerderheden, maar funest voor het vertrouwen van mensen die niet weten waar ze aan toe zijn.

Daarnaast stond de harde realiteit van een dalende werkgelegenheid de eerste achttien maanden van deze coalitie in schril contrast met haar belangrijkste opdracht: werkgelegenheid vergroten. En macrobeelden over ‘rijke ouderen’ wekten woede bij de degenen met een klein pensioen of alleen AOW.

Het is een belangrijke les van de afgelopen twee jaar. Onze overtuiging dat het beter wordt, botst met de harde realiteit dat het nog niet of slechts mondjesmaat beter gaat. De werkelijkheid van de koopkrachtplaatjes heeft weinig betekenis voor mensen. Aan de keukentafel zitten geen ‘mediane standaard huishoudens’, maar echte gezinnen die stuk voor stuk unieke levens leiden. De geruststellend bedoelde mededeling dat er uiteindelijk meer werkgelegenheid in de zorg komt, wordt gestaafd door modellen, maar verhoudt zich heel slecht tot de realiteit van vandaag, waarin veel thuiszorgmedewerkers hun baan verliezen of dreigen te verliezen. Zij zijn op dit moment niet geholpen bij de gemiddelden en de toekomstverwachtingen die de politieke werkelijkheid bepalen.

Niemand verwacht dat Den Haag de harde economische realiteit binnen een dag omtovert in weldaad en een overvloed aan banen. Maar mensen willen zichtbare inspanningen zien om hun onzekerheid te verkleinen, om hun perspectief te vergroten. En dat is er op dit moment te weinig.

We zien het in de zorg. Meer zorgzaamheid en meer omkijken naar elkaar is een breed gedeeld PvdA-ideaal, waar dit kabinet naartoe werkt. Maar in een verhardende samenleving grijpt de angst dat je er zonder goed netwerk van vrienden en familie dan toch uiteindelijk alleen voor komt te staan, velen bij de keel. Het perspectief van ‘zorg dichtbij mensen’ en de belofte dat het goed komt, is dan onvoldoende. Dit kabinet zal moeten laten zien dat ze deze grote verandering in de zorg in moeilijke omstandigheden toch in goede banen kan leiden. Met gedegen bestuurders, alerte volksvertegenwoordigers, maar vooral met de bereidheid om in te grijpen waar nodig. Het is immers uitgesloten dat er geen fouten gemaakt gaan worden.

We hebben al gezien dat onzekerheden bijvoorbeeld te groot dreigden te worden voor mantelzorgers die met volle inzet voor hun dementerende partner zorgen. Die hebben het recht op de zekerheid dat er een plek is in het verzorgingshuis als het echt niet meer gaat. Dus werden de plannen aangepast.

Dit goede voorbeeld moet een aansporing zijn voor de komende tijd. Het is immers waarschijnlijk dat dit soort ingrepen nodig blijven. Terugschrikken voor verandering is nooit de juiste reflex als het moeilijk wordt – fouten erkennen en herstellen wel. Juist in onzekere tijden moeten we de verplichting waarmaken om mensen de zekerheid te bieden dat ze de zorg krijgen die ze nodig hebben. De PvdA zal het kabinet blijven houden aan dat uitgangspunt.

Dat doen we ook bij de versterking van onze economie. Een jaar geleden vroeg de PvdA aan het kabinet om extra inspanningen om banengroei te realiseren. Bijvoorbeeld door pensioenfondsen te verleiden in Nederland te investeren. Ik zie daarbij met name kansen voor duurzame energie. Nederland is met zijn offshore sector, zijn havens en zijn specifieke kennis een potentiële wereldspeler op het gebied van duurzame energie. Grootschalige investeringen in bijvoorbeeld offshore windenergie zorgen voor duizenden banen én maken ons minder afhankelijkheid van Rusland voor onze energievoorziening.

Een jaar later moet ik constateren dat er nog te weinig gebeurt. De aangekondigde inspanningen om pensioenfondsen en andere beleggers over de streep moet trekken, leiden nog niet tot zichtbaar resultaat. Zo realiseren we geen werk. Werk ontstaat niet wanneer een overheid zich beperkt tot ‘faciliteren’ of ‘dereguleren’. Er is een overheid nodig die actief mede wil vormgeven aan een nieuwe economie. Door zelf deel te nemen, te investeren, garanties te geven, technici op te leiden of andere actoren bij de les te houden. Nu komt het op actie aan. Dat zijn we verplicht aan die honderdduizenden die aan het werk willen.

De PvdA is ervan overtuigd dat Nederland met de ingezette verbeteringen uit deze moeilijke periode kan komen met een sterkere en zorgzamere samenleving. Maar het is onze plicht daarbij niemand tussen wal en schip te laten vallen. Hoe meer er veranderd wordt, hoe groter die verplichting.

De uiteindelijke doelen, zoals een betere zorg voor iedereen, een sterkere economie en een duurzame energievoorziening, zijn offers waard – op voorwaarde dat de politiek alles op alles zet om de offers draagbaar te houden voor iedereen en dat er zichtbare resultaten worden geboekt. Na al het plannen maken, draagvlak vinden en wetten en budgetten vaststellen, ligt daar nu de grootste uitdaging voor dit kabinet.