Treurige harlekijns, oude revuemeisjes

Hij geeft het meteen toe: hij is een moralist. Zijn kunst is voor beeldhouwer Folkert de Jong (42) een manier om iets over te brengen, mensen te laten nadenken over ongemakkelijke onderwerpen als onrechtvaardigheid, macht, geweld, de dood. Hij wil illusies ontrafelen, zijn publiek de realiteit scherper laten ervaren.

De Jong doet dat met levensgrote, virtuoze mensfiguren van polyurethaanschuim en styrofoam, materialen die in de bouw worden gebruikt voor isolatie. De pasteltinten die de beelden vaak hebben, verloochenen hun grimmigheid. De gezichten van de figuren zijn besmeurd, hun gelaatsuitdrukking een grimas.

De wereld van Folkert de Jong wordt bevolkt door treurige harlekijns, dommige soldaten, kortzichtige zakenmensen, te oude revuemeisjes, ballerina’s die weinig lieflijks hebben. Bijna al zijn beelden verwijzen naar zowel de beeldende kunst als de geschiedenis.

Zijn gruwelijkste werk is Operation harmony. Vijf verminkte figuren in zeventiende-eeuwse kleding worden doorboord door een roze hekwerk. Vier van de vijf hoofden zijn bovenop de constructie gespietst. Het werk ontleent zijn titel aan de naam van de Canadese vredesmissie in Bosnië en refereert aan de geometrische schilderijen van Piet Mondriaan, maar ook aan De lijken van de gebroeders De Witt uit 1672, toegeschreven aan Jan de Baen. Naast die gebroeders grijnzen ook de vertrokken gezichten van VOC-gouverneur J.C. Coen en filosoof Spinoza je aan.

Het zit De Jong soms dwars dat de materialen die hij gebruikt worden gemaakt door bedrijven die ook chemische wapens maken. Maar hij gebruikt er maar weinig van, en het is een mooie metafoor voor de massaconsumptie. Bovendien: zijn werk geeft een immoreel materiaal waarde, zegt hij.

Aanvankelijk koos De Jong voor een studie verpleegkunde, maar het menselijk drama, dat hem toen al fascineerde, kwam tijdens zijn stage in het ziekenhuis wat al te dichtbij. Hij stapte over naar een opleiding tot leraar handenarbeid, het beroep van zijn vader, en toen hij die had afgerond, huurde hij een atelier in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Geïnspireerd door de prostitutie en drugshandel die hij daar zag, maakte hij obscure filmpjes met zichzelf in de hoofdrol, reconstructies van nooit gepleegde misdaden. Voor de decors gebruikte hij de materialen waarvan hij nu beelden maakt. Toen hij ermee werd aangenomen op de prestigieuze Rijksacademie wist hij eindelijk: ik ben geen freak, ik ben met kunst bezig.

Zijn beelden werden snel een succes. Tot in China waren zijn tentoonstellingen al uitverkocht voordat ze opengingen. Met zijn vriendin reisde hij de hele wereld rond, hij had assistenten en een studiomanager. Het was een kick om zoveel applaus te krijgen, maar hij begon zichzelf te verliezen, en kreeg steeds meer ruzie met de mensen om hem heen.

De economische crisis, die in een klap een einde maakte aan de weelde, was voor hem zeer welkom. Nu hij weer alleen is in zijn studio in een bedrijvencentrum in Krommenie, voelt hij zich ontspannen en vrij. De komst van zijn kinderen heeft daar zeker aan bijgedragen.

Sinds anderhalf jaar werkt hij ook in brons, en niet alleen omdat hij zijn werk ook graag in de buitenlucht ziet. Brons zorgt voor verstilling, zegt hij, het is ingetogener, minder zintuiglijk, zachter. Er gebeurt op dit moment al zoveel verhalends en visueels in de wereld, hij denkt dat een subtielere aanpak nu soms effectiever is.